Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:259

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
K.G. AUA201800931
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KG, aan de vrouw toekomende aandeel in het pensioen van de man, achterstallige aandeel in het pensioen, redelijkheid en billijkheid, hulpbehoevend, eenzijdig besluit van de man.

De rechter heeft een grote mate van vrijheid bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre verrekening van pensioenrechten in een bepaald geval dient plaats te vinden. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen, gelet op de omstandigheden van het geval, meebrengen dat verrekening van pensioenrechten achterwege blijft.

Man geen rekening te (willen) houden met de gerechtvaardigde belangen van de vrouw. Ondanks de medische beperking van de man, ziet het gerecht voorshands geen aanleiding om de belangen van de man zwaarder te laten wegen dan die van de vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2018/132
PR-Updates.nl PR-2018-0068
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 2 mei 2018

Behorend bij K.G. AUA201800931

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[naam eiseres]

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. J..R. Bryson,

tegen:

[naam gedaagde] ,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. Richie Kock.

1 DE PROCEDURE(IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE)

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 6 april 2018;

- de brief van 17 april 2018 met producties aan de zijde van de vrouw;

- de brief van 18 april 2018 met akte wijziging van eis;

- de op 19 april 2018 ontvangen producties namens de man;

- de pleitnota’s van beide raadslieden;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 20 april 2018.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 10 april 1973 in gemeenschap van goederen gehuwd. Dit huwelijk is op 16 januari 2017 ontbonden en op 23 mei 2017 ingeschreven in het regsister te Aruba.

2.2.

Partijen zijn 44 jaar samen geweest. De vrouw is thans 76 en de man 77 jaar.

2.3

Gedurende het huwelijk was de man de hoofdkostwinnaar. Tot aan de ontbinding van het huwelijk leefden de vrouw en de man tezamen van het pensioen van de man en zijn overige inkomsten.

2.4

De man heeft de vrouw verzocht de echtelijke woning te verlaten en levert sindsdien geen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw.

2.5

De vrouw heeft zich tot Apfa gewend en verzocht om de contante waarde van het pensioen van de man te berekenen. Bij brief van 7 juli 2017 heeft Apfa de voormalige gemachtigde van de vrouw bericht dat het totale bedrag dat haar toekomt Afl. 146.346,38 bedraagt, dan wel een bedrag ad Afl. 22.073,36 per jaar.
Indien gekozen wordt voor een jaarlijkse betaling, dienen de gewezen partners dit schriftelijk kenbaar te maken aan Apfa. Dit kan door middel van een echtscheidingsconvenant, een vonnis van de rechter of een machtiging van de man.

2.6

De man heeft glaucoma en is nagenoeg blind. Hij heeft een particuliere verpleeghulp aangenomen, die bij hem inwoont en hij een salaris betaalt van Afl. 2.200,00. Voorts gaat de man om medische redenen voor eigen rekening naar Colombia.

2.7

De huwelijkse goederengemeenschap is nog niet verdeeld.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

De vrouw vordert - na wijziging van eis en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad -

primair

a. a) te bepalen dat dit vonnis in de plaatst treedt van de vereiste volmacht van de man om Apfa in de gelegenheid te stellen het aan de vrouw toekomende aandeel in het pensioen van de man ad Afl. 1.839,45 per maand uit te kunnen keren op een door de vrouw aan te geven bankrekening;

b) de man te veroordelen tot betaling het achterstallige aandeel in het pensioen van de man tot op heden begroot op Afl. 20.233,00;

c) althans dit vonnis in de plaats te stellen van de vereiste machtiging van de man, teneinde Apfa in de gelegenheid te stellen het achterstallige aandeel in het pensioen van de man aan de vrouw uit te keren via maandelijkse inhoudingen op het pensioen van de man ad Afl. 300,00 per maand;

subsidiair

d) de man te bevelen om binnen 2 x 24 uur (na betekening van dit vonnis) een volmacht te verstrekken, zodat Apfa rechtsreeks aan de vrouw haar aandeel in het pensioen van de man ad Afl. 1.839,45 per maand, kan uitkeren op de door de vrouw aan te geven bankrekening;

e) op straffe van een dwangsom van Afl. 100,00 voor elke dag of dagdeel dat de man hiermee in gebreke is;

een en ander met veroordeling van de man in de kosten van het geding.

3.2

Aan deze vordering legt de vrouw samengevat het volgende ten grondslag.

De man heeft zijn ouderdomspensioen ad Afl. 932,00 met een toeslag ad Afl. 100,00 per maand, zijn ambtenarenpensioen ad Afl. 4.282,00 bruto per maand alsmede een bedrag van USD 700,00 per maand, zijnde de huur van onroerend goed te Sint Maarten. De vrouw heeft uitsluitend haar ouderdomspensioen van het Land. De vrouw heeft zich tot Apfa gewend met het verzoek haar aandeel in het pensioen van haar ex-man uit te keren, doch Apfa weigert dit zonder vonnis of machtiging van de man. Nu de man zijn medewerking weigert, heeft de vrouw recht op en belang bij toewijzing van het verzochte.

3.3

De man voert - samengevat - het volgende verweer.

De man is vanwege glaucoma hulpbehoevend. Hij heeft de, via het Wit Gele Kruis toegewezen, alpha-hulp in huis genomen om hem te verzorgen. Zij ontvangt hiervoor
Afl. 2.200,00 per maand. Ook gaat de man voor medische behandeling naar het buitenland, hetgeen kosten met zich meebrengt. Op grond van het Boon/Van Loon-arrest heeft de rechter een grote mate van vrijheid bij de verdeling van de pensioenrechten. In casu brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid primair mee dat verdeling van pensioenrechten achterwege moet blijven. Subsidiair bepleit de man voor een andere verdeling dan 50-50. Meer subsidiair bepleit de man de pensioenaanspraak van de vrouw te ruilen tegen zijn aandeel in het onroerend goed te Sint Maarten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Voor toewijzing van een vordering in kort geding dient vast te staan dat deze vordering in de bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk ook toegewezen zal worden.

4.2

De spoedeisendheid volgt uit de aard van de vordering.

4.3

Uitgangspunt is dat pensioenrechten - waaronder niet zijn begrepen aanspraken krachtens de AOV - in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Voor de verrekening van pensioenrechten zoals hier aan de orde geldt de maatstaf van het arrest van de Hoge Raad van 27 november 1981 (ECLI:NL:HR:1981:AG4271, NJ 1982/503, Boon/Van Loon).

De hiervoor bedoelde maatstaf laat de rechter een grote mate van vrijheid bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre verrekening van pensioenrechten in een bepaald geval dient plaats te vinden. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen, gelet op de omstandigheden van het geval, meebrengen dat verrekening van pensioenrechten achterwege blijft.

4.4

De man heeft bepleit dat verrekening in casu achterwege dient te blijven in verband met zijn bijzondere omstandigheden en verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 13 juni 2014, die de man als productie 6 heeft overgelegd. Het gerecht onderschrijft dit standpunt niet. Anders dan in de zaak die de Hoge Raad op 13 juni 2014 heeft beslecht, betreft het in casu geen gering pensioentje en heeft de vrouw gelet op haar hoge leeftijd geen enkele verdiencapaciteit. Partijen zijn na een huwelijk van 40 jaar en op relatief hoge leeftijd gescheiden. Voorafgaande aan de scheiding leefden zij tezamen van het pensioen en de inkomsten uit verhuur van de man. Om voor de man moverende redenen heeft hij besloten dat hij de laatste jaren van zijn leven niet langer wenst door te brengen met de vrouw en heeft hij de keuze gemaakt om een groot deel van het tot voor kort gezamenlijke inkomen te besteden aan een alpha-hulp, die op zijn verzoek bij hem in is getrokken. Hoewel het gerecht aanneemt dat de man in verband met het glaucoom hulpbehoevend is, is dit een eenzijdig besluit van de man, waarbij hij bovendien er blijk van geeft geen rekening te (willen) houden met de gerechtvaardigde belangen van de vrouw. Ondanks de medische beperking van de man, ziet het gerecht voorshands geen aanleiding om de belangen van de man zwaarder te laten wegen dan die van de vrouw. Niet uit te sluiten is dat de man ook via andere wegen bekwame hulp kan krijgen voor minder dan Afl. 2.200,00 per maand.

4.5

Het gerecht zal dan ook het primair sub a. gevorderde toewijzen, met ingang van de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, 6 april 2018, zodat de vrouw zich rechtsreeks tot Apfa kan wenden, met het verzoek om het haar toekomende deel van het pensioen uit te keren op de door haar nog aan te geven bankrekening.

4.6

De vordering van de vrouw om de man tevens te veroordelen tot betaling van het achterstallige aandeel in het pensioen wordt afgewezen. Het komt het gerecht geraden voor dat de vrouw deze vordering betrekt bij de verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap.

4.7

Nu de vrouw door de man genoodzaakt werd om dit kort geding aanhangig te maken, wordt hij in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste volmacht, toestemming en handtekening van de man, zodat Apfa het aan de vrouw toekomende deel in het pensioen van de man ad Afl. 1.839,45 per maand ingaande 6 april 2018, rechtstreeks kan uitkeren op de door de vrouw aan te wijzen bankrekening;

5.2

veroordeelt de man in de kosten van dit geding, aan de zijde van de vrouw tot op heden begroot op Afl. 450,00 griffierecht, Afl. 224,14 explootkosten en Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde;

5.3

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd (bij vervroeging) uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.