Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:254

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
08-05-2018
Zaaknummer
K.G. no. AUA201800854
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Ontruiming. Huurachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 mei 2018

Behorend bij K.G. no. AUA201800854

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het kort geding tussen:

de naamloze vennootschap

[naam vennootschap],

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [naam eiseres],

gemachtigde: mw. [naam directrice] (directrice),

tegen:

[gedaagde],

wonende in Aruba, [adres],

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 29 maart 2018;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 13 april 2018.

1.2

[eiseres] is toen ter zitting verschenen bij haar gemachtigde voornoemd. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen hebben op 28 februari 2017 een huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) gesloten krachtens welke [gedaagde] van [eiseres] het appartement gelegen te [adres] huurt tegen een maandelijks vooraf te betalen huur van Afl. 1.200,-.

2.2

In artikel 15 van de huurovereenkomst staat het volgende opgenomen: “This agreement will each time be automatically prolonged with periods of 1 months under terms to be agreed upon unless one of the parties gives notice in writing at least 1 (one) calender month in advance of not wishing it to be prolonged any longer”.

2.3

Bij brief van 18 oktober 2017 heeft [eiseres] [gedaagde] verzocht om de in die brief vermelde huurachterstand te betalen.

2.4

Bij brief van 1 november 2017 heeft [eiseres] [gedaagde] wederom verzocht om de in die brief vermelde huurachterstand te betalen.

2.5

Bij deurwaardersexploot van 11 december 2017 heeft [eiseres] de huurovereenkomst met [gedaagde] opgezegd en aan haar verzocht het appartement binnen één maand te ontruimen.

2.6

[gedaagde] heeft het appartement niet ontruimd.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

[eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar te verklaren vonnis:

a. [gedaagde] beveelt om het pand gelegen te [adres], Aruba, na betekening van dit vonnis te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen en onder afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiseres], onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 500,- per dag voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] nalaat om aan het vonnis te voldoen, met machtiging aan [eiseres] om bij gebreke hiervan de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm;

b. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen Afl. 4.500,- aan achterstallige huur, te vermeerderen met de kosten en de wettelijke rente gerekend vanaf 18 december 2017 tot de dag der algehele voldoening, en vermeerderd met elke maand dat gedaagde in gebreke blijkt;

c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

d. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, alsmede het griffierecht van twee maal Afl. 450,- .

3.2

[gedaagde] voert verweer, met het verzoek rekening te houden met een ontruimingstermijn van twee maanden.

3.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van [eiseres] bij de haar verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek.

4.2

[eiseres] stelt dat de huurachterstand per 18 december 2017 Afl. 4.500,-bedraagt en dat deze huurachterstand de gevorderde ontruiming rechtvaardigt. Die stelling heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd bestreden. Volgens [gedaagde] klopt de huurachterstand van Afl. 4.500,- niet. Zij stelt dat zij twee maanden huur en Afl. 400,- schuldig is, omdat zij één maand in plaats van 1.200,- slechts Afl. 800,- aan [eiseres] heeft betaald. Volgens [gedaagde] bedraagt de huurachterstand in totaal Afl. 2.800,-. De stelling van [gedaagde] dat zij de betalingsbewijzen van de door haar verrichte betalingen niet kan overleggen, omdat door [eiseres] geen kwitanties wordt afgegeven, heeft [eiseres] gemotiveerd bestreden. De stelling van [gedaagde] dat haar buren ook geen betalingsbewijzen ontvangen van [eiseres] is ook gemotiveerd bestreden. Die stellingen komen daarom niet vast te staan, en het Gerecht ziet geen aanleiding om die stellingen voorshands aannemelijk te oordelen.

4.3

Verder stelt [eiseres] ter zitting dat [gedaagde] sindsdien tot aan de behandelingsdatum alleen over de maand januari 2018 de huur correct heeft betaald. Deze stelling heeft [gedaagde] niet betwist zodat die komt vast te staan. Met bedoelde betaling zal bij de beslissing rekening worden gehouden.

4.4

Uit het vorenstaande volgt dat [gedaagde] in elk geval meer dan drie maanden achterstallig is met betaling van de huurpenningen. In een bodemprocedure valt in dat verband het oordeel te verwachten dat die wanprestatie de ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst rechtvaardigt, voor zover deze niet reeds is opgezegd, en dat op die grond de ontruimingsvordering van [eiseres] zal worden toegewezen. Dat brengt met zich dat de thans door [eiseres] verzochte ontruiming zal worden toegewezen, met inachtneming van het hierna onder 4.5 en 4.6 vermelde. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die een ander oordeel kunnen dragen.

4.5

Uit het eerste lid van artikel 556 Rv volgt dat [eiseres] de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. [eiseres] heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen indien [gedaagde] niet vrijwillig tot nakoming daarvan overgaat. In het licht daarvan heeft [eiseres] derhalve geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder wordt betekend aan [gedaagde], en dat aan [gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv bevel wordt gedaan om binnen drie dagen (na ommekomst van de aan haar bij dit vonnis gegunde ontruimingstermijn dus) te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren van het te ontruimen pand gesloten zijn of de opening daarvan geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de instrumenterende deurwaarder problemen, dan kan hij op de voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening - zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is - bijstand van de politie inroepen. In het licht van dit alles valt van de bodemrechter het oordeel te verwachten dat dit onderdeel van het door [eiseres] verzochte moet worden afgewezen. Dat betekent dat dit onderdeel van de thans door [eiseres] verzochte voorziening zal worden afgewezen.

4.6

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van [gedaagde] bij afwijzing van het door [eiseres] verzochte ten opzichte van de belangen van [eiseres] bij toewijzing daarvan. Anders dan door [gedaagde] is verzocht zal de opzeggingstermijn worden bepaald op één maand, nu - zoals [eiseres] terecht stelt - een opzeggingstermijn van één maand door partijen in de huurovereenkomst is overeengekomen.

4.7

Dwangsommen zullen gemaximeerd aan [gedaagde] worden opgelegd, omdat ook die dwangsommen voldoende prikkel doen uitgaan naar [gedaagde] tot nakoming van dit vonnis.

4.8

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (450,- + 250,47 + 250,47 =) Afl. 950,94 aan verschotten. Het tweede verzochte bedrag van Afl. 450,- aan griffierecht zal worden afgewezen, nu gebleken is dat in dit geval – zoals dat hoort en te doen gebruikelijk - slechts eenmaal Afl. 450,- aan griffierecht is betaald.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

- beveelt [gedaagde] het in Aruba te [adres] binnen dertig (30) dagen na betekening aan [gedaagde] van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarop of aldaar van harentwege bevindende goederen en personen, onder afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiseres];

- bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 100,- voor elke dag of deel daarvan dat hij voormeld ontruimingsbevel niet nakomt, en bepaalt voorts dat [gedaagde] te dezen niet meer dan Afl. 25.000,- aan dwangsommen kan verbeuren;

- veroordeelt [gedaagde] om bij wijze van voorschot aan [eiseres] te betalen 4.500,- aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 18 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met Afl. 1.200,- voor iedere maand dat [gedaagde] na 31 januari 2018 in het gehuurde verblijft;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 950,94 aan verschotten;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.