Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:243

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
08-05-2018
Zaaknummer
A.R. nr. 452 van 2016 / AUA201600860
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Civiel. Tussenvonnis. Contractuele rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 mei 2018

Behorend bij A.R. nr. 452 van 2016 / AUA201600860

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap,

ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,

gevestigd te Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: IFA,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,

tegen:

[Gedaagde],

wonende in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 7 september 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie na antwoord heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2016. IFA is toen verschenen bij haar gemachtigde (voor wie mr. A.E. Barrios heeft geoccupeerd), die werd vergezeld door dhr. [Assistent Manager] (“Assistent Manager Recovery Department” bij IFA). [Gedaagde] is verschenen samen met haar gemachtigde. Partijen hebben woord gevoerd (IFA mede op grond van toegelaten nadere producties) en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. De zaak is vervolgens met instemming van partijen verwezen naar de parkeerrol. Op verzoek van [Gedaagde] van 14 september 2017 is de zaak verwezen naar de lopende rol voor schriftelijk voortprocederen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de conclusie van repliek, met producties;

- de op 21 maart 2018 door [Gedaagde] genomen conclusie van dupliek.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

2.2

In de zaak A.R. nr. 1740 van 2014, waarin op 12 april 2017 (tussen)vonnis is gewezen en in welke zaak sprake is van door een consument met IFA gesloten soortgelijke overeenkomst van geldlening als die in de onderhavige zaak (en dat meer in het bijzonder met betrekking de contractuele rente), is na deskundigenbericht vast komen te staan dat IFA een hogere dan het door dit Gerecht (althans ondergetekende rechter) maximaal aanvaardbare rentepercentage van 1.5% maandelijks of 18% jaarlijks in rekening brengt aan die consument. Het Gerecht heeft de in die zaak aan de orde zijnde overeenkomst van geldlening als zijnde strijdig met de goede zeden nietig geoordeeld voorzover de contractuele rente hoger is dan voormelde maximaal aanvaardbare rentepercentages.

2.3

Het Gerecht is met [Gedaagde] van oordeel dat ook in dit geval sprake is van een door IFA bedongen rente die hoger is (te weten 9,25% hoger) dan het hiervoor vermelde maximaal aanvaardbare jaarpercentage van 18%, en dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van geldlening in zoverre (partieel) nietig is als zijnde in strijd met de goede zeden. Het Gerecht ziet geen grond om de hele overeenkomst nietig te verklaren, zoals beoogd door [Gedaagde].

2.4

In het licht van vorenstaande dient IFA bij akte een heldere berekening te overleggen wat [Gedaagde] volgens IFA thans nog verschuldigd is aan IFA als [Gedaagde] over het door haar van IFA geleende bedrag ad Afl. 14.999,27 (van meet af aan) een rente verschuldigd is van 1,5% maandelijks. Bij die berekening dient IFA uit te gaan van het na iedere aflossing dan nog verschuldigde bedrag. De zaak zal dienaangaande onder peremptoirstelling worden verwezen naar de in het dictum vermelde rolzitting. Uit het niet of niet helder uitvoeren van deze opdracht kan het Gerecht de hem geraden gevolgen verbinden.

2.5

[Gedaagde] zal in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte te reageren op de door IFA te nemen akte. De zaak zal daartoe eveneens onder peremptoirstelling worden verwezen naar een door de rolrechter nader te bepalen rolzitting.

2.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-stelt IFA in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over hetgeen zij zich blijkens rechtsoverweging 2.4 dient uit te laten;

-verwijst de zaak daartoe onder peremptoirstelling (P-1) naar de rolzitting van woensdag 30 mei 2018;

-stelt [Gedaagde] in de gelegenheid om bij antwoordakte te reageren op de door IFA te nemen akte;

-verwijst de zaak daartoe eveneens onder peremptoirstelling (P-1) naar een door de rolrechter nader vast te stellen rolzitting;

-houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.