Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:224

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
A.R. nr. 833 van 2017/AUA201701625
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Geldleningsovereenkomst. Artikel 118 Rv. Derdenverzet-procedure artikel 287 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 18 april 2018

Behorend bij A.R. nr. 833 van 2017/AUA201701625

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

[naam gedaagde 1],

wonende in Venezuela,

voor deze zaak gedomicilieerd in Aruba ten kantore van zijn hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,

hierna ook te noemen: [gedaagde 1],

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

en:

[gedaagde 2],

wonende in Aruba,

hierna ook te noemen: [gedaagde 2],

procederend in persoon,

gedaagden,

gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden].

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord van [gedaagde 1], met een productie;

-de conclusie van antwoord van [gedaagde 2],

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek, met producties,

-de bij deze alsnog tegen [gedaagde 2] verleende akte van niet dienen van dupliek;

-de door [eiseres] op 7 maart 2018 genomen akte uitlating producties.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. voor recht verklaart dat de geldleningsovereenkomst d.d. 1 augustus 2014 gesloten tussen [gedaagden] nietig althans vernietigd is;

b. voor recht verklaart dat [gedaagde 1] door die nietigheid althans vernietiging geen vordering heeft op [gedaagde 2];

c. voor recht verklaart dat de door [gedaagde 1] ten laste van [gedaagde 2] gelegde beslagen “van onwaarde zijn”;

d. enige andere in goede justitie juist voorkomende beslissing neemt;

d. [gedaagden] veroordeelt in de proceskosten.

2.2 [

gedaagde 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte, althans dat het Gerecht aan [eiseres] verzoekt “om de zaak te laten doorhalen”, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. [gedaagde 2] heeft ook verweer gevoerd.

2.3

Voor zover voor belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1.1

Vast staat in deze procedure onder meer het volgende.

3.1.2

Na daartoe verkregen rechterlijk verlof heeft [eiseres] op 19 augustus 2011 ten laste van [gedaagde 2] conservatoir beslag gelegd op de aan [gedaagde 2] in eigendom toebehorende in Aruba te [adres] gelegen woning (hierna: de woning) voor een door dit Gerecht begrote vordering inclusief rente en kosten ad Afl. 1.645.500,-- .

3.1.3

Bij vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 28 juli 2015 is [gedaagde 2] veroordeeld om aan [eiseres] te betalen Afl. 1.364.240,95, te vermeerderen met wettelijk rente gerekend vanaf 2 september 2011. Voormeld beslag is door dat vonnis van rechtswege overgegaan in een executoriaal beslag.

3.1.4

Op 15 december 2015 heeft [gedaagde 1] na daartoe verkregen rechterlijk verlof eveneens ten laste van [gedaagde 2] conservatoir beslag gelegd op de woning voor een onbekend gelaten en niet uit enig stuk blijkende door dit Gerecht begrote vordering inclusief rente en kosten (het beslagrekest noch -exploot dienaangaande zijn overgelegd in deze procedure).

3.1.5

Bij verstekvonnis van dit Gerecht van 23 maart 2016 in de zaak A.R. 2958 van 2015 (hierna: het verstekvonnis) is [gedaagde 2] uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld om onder meer aan [gedaagde 1] te betalen Afl. 769.950,--, te vermeerderen met rente ad 1% maandelijks gerekend vanaf 1 maart 2015. Voormeld door [gedaagde 1] gelegde beslag is krachtens dat vonnis eveneens van rechtswege overgegaan in een executoriaal beslag.

3.2

Voormeld uitvoerbaar bij voorraad verklaarde verstekvonnis levert voor [gedaagde 1] een rechtsgeldige executoriale titel op jegens [gedaagde 2] goed voor Afl. 769.950,--, te vermeerderen met rente ad 1% maandelijks gerekend vanaf 1 maart 2015`. Daardoor kan niet worden gezegd dat [gedaagde 1] geen vordering heeft op [gedaagde 2], en evenmin kan worden gezegd dat het onder 3.1.4 door [gedaagde 1] gelegde beslag vexatoir is. Bij de huidige stand van zaken ziet het Gerecht geen grond voor toewijzing van de vorderingen onder b. en c.. Dat brengt mee dat [eiseres] vooralsnog geen of onvoldoende belang heeft bij (toewijzing) van het onder a. verzochte. Onder gebruikmaking van zijn in artikel 118 Rv neergelegde bevoegdheid overweegt het Gerecht in het licht van dit alles verder als volgt.

3.3

De executoriale kracht van het verstekvonnis wordt ten nadele van [eiseres] uitgeoefend middels uitwinning van het door [gedaagde 1] gelegde beslag op de woning waarop ook [eiseres] eerder beslag had gelegd. Daarmee staat vast dat [eiseres] door het verstekvonnis - waarvan zij stelt dat het door arglist zijdens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot stand is gekomen - in haar rechten wordt benadeeld. Dit één en ander brengt met zich dat het op de weg van [eiseres] ligt om (te trachten) de rechtsgeldigheid van het verstekvonnis aan te tasten door middel van een door haar in te stellen derdenverzet-procedure in de zin van het bepaalde artikel 287 Rv. Indien dat derdenverzet wettig of gegrond wordt verklaard onder vernietiging van het verstekvonnis ontstaat er een geheel andere dan de hiervoor onder 3.2 geschetste situatie waarbinnen de vorderingen van [eiseres] beoordeeld moeten worden.

3.4

Vorenstaande brengt mee dat het Gerecht de onderhavige procedure ambtshalve zal verwijzen naar de eerstvolgende parkeerrol, in afwachting van de uitslag van een door [eiseres] in te stellen derdenverzet-procedure gericht tegen het verstekvonnis. Indien [eiseres] die procedure niet wenst in te stellen, dient zij dat bij akte kenbaar te maken op de in het dictum vermelde rolzitting onder gelijktijdig verzoek om de zaak vanaf de parkeerrol weer te plaatsen op de lopende rol voor eindvonnis. [gedaagden] zullen niet in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op die mogelijk door [eiseres] te nemen akte. Indien [eiseres] wel in derdenverzet gaat, kan zij na de uitslag van dat verzet de zaak vanaf de parkeerrol naar de lopende rol laten verwijzen voor akte na derdenverzet zijdens [eiseres]. [gedaagden] zullen daarna in de gelegenheid worden gesteld voor het nemen van een antwoordakte na derdenverzet.

3.5

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-verwijst de zaak naar de eerstvolgende parkeerrol;

-bepaalt dat [eiseres] indien zij afziet van het instellen van derdenverzet tegen het verstekvonnis dat bij akte kenbaar moet maken onder gelijktijdig verzoek om de zaak vanaf de parkeerrol weer te plaatsen op de lopende rol voor eindvonnis;

-verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van woensdag 16 mei 2018 (P-1);

-stelt [gedaagden] niet in de gelegenheid om te reageren op voormelde mogelijk door [eiseres] te nemen akte;

-bepaalt voor het geval [eiseres] wel derdenverzet instelt tegen het verstekvonnis dat zij na de afloop van die procedure kan verzoeken om de onderhavige zaak van de parkeerrol naar de lopende rol te verwijzen voor het nemen van een akte na derdenverzet zijdens [eiseres];

-stelt [gedaagden] alsdan in de gelegenheid om bij antwoordakte te reageren op de door [eiseres] genomen akte na derdenverzet;

-houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.