Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:219

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
23-04-2018
Zaaknummer
103 en 104 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, met gebruikmaking van een vuurwapen, schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en verboden vuurwapenbezit.

De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt diefstal van een auto en de accu van een auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. C.S. Edwards (in de zaak met parketnummer P-2017/10950) en S.O.R.’G. Faarup (in de zaak met parketnummer P-2017/04855).

De officier van justitie, mr. T. Akkerman heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de in de zaken met parketnummers P-2017/10950 en P-2017/04855 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft verder voorwerpen, te weten: het vuurwapen met munitie en de rugzak. Ten aanzien van de in die zaak inbeslaggenomen zonnebril heeft de officier van justitie gevorderd dat deze aan de verdachte wordt teruggegeven.

De raadsvrouw, mr. C.S.Edwards, heeft (in de zaak met parketnummer P-2017/10950) het woord tot verdediging gevoerd conform de door haar overgelegde pleitaantekeningen.

De raadsman, mr.S.O.R.’G. Faarup heeft (in de zaak met parketnummer P-2017/04855) het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

In de zaak met parketnummer P-2017/10950

1.dat hij, op of omstreeks 6 december 2017 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 ,

immers heeft hij, verdachte, of een van zijn mededaders, toen en aldaar tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gezegd: “what are you doing here? Go away because we are selling drugs” en/of vervolgens een vuurwapen, althans op een vuurwapen lijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gericht;

2. dat hij, op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 december 2017 tot en met 8 december 2017 te Aruba,

voorhanden heeft gehad een vuurwapen en/of munitie, te weten:

- een revolver ( van het merk Smith & Wesson, model 10-2, Caliber .38 special met 6

patronen in de trommel) en

- 1 patroonhouder inhoudende 3 patronen Caliber .22 longrifle en

- 5 patronen .38 special van het merk CAVIM en

- 1 patroon wadcutter .38 special van het merk CAVIM,

als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening;

In de zaak met parketnummer P-2017/04855

1. dat hij in of omstreeks de maand mei 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (van het merk Toyota model Tercel bouwjaar 1999 kleur zwart en gekentekend A-68635), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. dat hij op of omstreeks 7 juni 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een accu (van een auto), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 Voorvragen

Het gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsoverwegingen

4.1.

In de zaak met parketnummer P-2017/10950

Ten aanzien van feit 1

De raadsvrouw heeft -kort gezegd- aangevoerd dat er onvoldoende steunbewijs en onvoldoende overtuigend bewijs is voor de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verklaringen van de aangevers onbetrouwbaar zijn.

Het gerecht verwerpt dit verweer en overweegt het volgende.

De verklaringen van de twee aangevers ([benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]) ondersteunen elkaar op essentiële punten.

Op aanwijzing van [benadeelde partij 1] is de politie naar een huis gegaan. Volgens [benadeelde partij 1] stond de man die hen met een vuurwapen had bedreigd bij die woning. De woning bleek het huis van de verdachte (welbekende bij de politie) te zijn. De omschrijving die [benadeelde partij 1] aan de politie had gegeven van de man die hen bedreigd had, kwam ook overeen met die van de verdachte (donkere huisdkleur, dreadlocks en een piercing in de onderlip). Aan [benadeelde partij 1] zijn toen enkele foto’s uit de sociale media Facebook van de verdachte en zijn vriendenkring getoond. [benadeelde partij 1] wees op een foto de verdachte aan als zijnde de man die het vuurwapen (een zwarte revolver) op hem en zijn vriend had gericht.

Bij de huiszoeking in de woning van de verdachte is in de woonkamer een tas inhoudende een zwarte revolver met munitie aangetroffen.

Het gerecht is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, tezamen de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

4.2.

In de zaak met parketnummer P-2017/04855

Ten aanzien van feit 2

De raadsman heeft -kort gezegd- aangevoerd dat de verdachte geen handeling heeft verricht die duidt op het wederrechtelijke toe-eigenen van een accu van een auto.

Het gerecht verwerpt dit verweer en overweegt het volgende.

De verdachte heeft verklaard dat [naam automonteur] (zijn automonteur) aan hem had uitgelegd waar hij een accu voor zijn auto kon krijgen en dat [naam automonteur] tegen hem zei dat hij verschillende mensen daarheen stuurt om onderdelen van de auto te nemen. Er is dus niet aan de verdachte gezegd dat de betreffende auto eigendom is van [naam automonteur]. De verdachte wist niet wie de eigenaar was van de auto en had geen toestemming van de eigenaar om de accu mee te nemen.

Dat brengt mee dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen van een accu van een auto, zoals onder feit 2 is ten laste gelegd.

5 Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de in de zaken met parketnummers P-2017/10950 en P-2017/04855 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

In de zaak met parketnummer P-2017/10950

1.dat hij, op of omstreeks 6 december 2017 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met zware mishandeling, of met mishandeling

immers heeft hij, verdachte, of een van zijn mededaders, toen en aldaar tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gezegd: “what are you doing here? Go away because we are selling drugs” en/of vervolgens een vuurwapen, althans op een vuurwapen lijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gericht;

2. dat hij, in of omstreeks de periode van 6 december 2017 tot en met 8 december 2017 te Aruba,

voorhanden heeft gehad een vuurwapen en/of munitie, te weten:

- een revolver ( van het merk Smith & Wesson, model 10-2, Caliber .38 special met 6

patronen in de trommel) en

- 1 patroonhouder inhoudende 3 patronen Caliber .22 longrifle en

- 5 patronen .38 special van het merk CAVIM en

- 1 patroon wadcutter .38 special van het merk CAVIM,

als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening;

in de zaak met parketnummer P-2017/04855

1. dat hij in of omstreeks de maand mei 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (van het merk Toyota model Tercel bouwjaar 1999 kleur zwart en gekentekend A-68635), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. dat hij op of omstreeks 7 juni 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een accu (van een auto), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

6 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

7 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2017/10950

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht.

2. overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

In de zaak met parketnummer P-2017/04855

1. en 2: Diefstal, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

9 Oplegging van straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend.

Het gerecht heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, met gebruikmaking van een vuurwapen, schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en verboden vuurwapenbezit. Verdachte heeft door zijn handelen gevoelens van onrust, angst en onveiligheid veroorzaakt. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt gevoelens van onveiligheid met zich. Een toename van dergelijk wapenbezit in de maatschappij gepaard gaande met een drempelverlaging ten aanzien van het gebruik ervan valt te vrezen. Daarom moet streng worden opgetreden tegen voornoemde strafbare feiten.

De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt diefstal van een auto en de accu van een auto. Hiermee heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Dit leidt allemaal tot groot ongemak en gevoelens van onveiligheid. De verdachte heeft daar geen rekening mee gehouden, maar kennelijk slechts - op die momenten - aan eigen gewin gedacht.

Het gerecht houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

10 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen met munitie, zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het in de zaak met parketnummer P-2017/10950 onder 2 bewezenverklaarde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen en aan verdachte toebehorende rugtas zal verbeurd worden verklaard, omdat het in de zaak met parketnummer P-2017/10950 onder 2 bewezenverklaarde feit met behulp van dit voorwerp is begaan.

C. Teruggave

Ten aanzien van de inbeslaggenomen zonnebril wordt de teruggave aan de verdachte gelast, omdat deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:62, 1:68, 1:75 en 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaken met parketnummers P-2017/10950 en P-2017/04855 tenlastegelegde feiten, zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 10A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd het in rubriek 10B genoemde voorwerp;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 10C genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 6 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.