Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:203

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
A.R. nr. 2505 van 2016/AUA201600744
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel, verrekeningsverweer/beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 april 2018

Behorend bij A.R. nr. 2505 van 2016/AUA201600744

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiser,

wonende in Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena,

tegen:

de naamloze venootschap

KENTUCKY FRIED CHICKEN ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: KFC,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties;

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek, met producties;

-de op 28 februari 2018 door [eiser] genomen akte uitlating met betrekking tot de bij dupliek overgelegde producties.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis KFC veroordeelt:

-om aan [eiser] te betalen Afl. 102.206,99, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 16 september 2016 dan wel 10 oktober 2016;

-in de proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf negende dag na de uitspraak van dit vonnis.

2.2

KFC voert verweer en concludeert dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.

2.3

Voor zover voor belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van KFC wordt daarom verworpen.

3.2

Uit het vermelde onder 3. van de conclusie van antwoord volgt dat KFC de in het verzoekschrift onder 3. tot en met 5. neergelegde stellingen van [eiser] erkent althans niet betwist. Vast komt daarom te staan dat KFC ten tijde van de indiening van het verzoekschrift Afl. 102.206,99 opeisbaar verschuldigd was aan [eiser]. Tegen die achtergrond staat verder vast dat KFC hangende deze procedure op 19 november 2016 Afl. 48.643,82 heeft afbetaald van voormeld bedrag, hetgeen met zich brengt dat KFC toen nog (102.206,99 minus 48.643,82 =) Afl. 53.563,17 aan [eiser] verschuldigd was. Te dien aanzien beroept KFC zich op verrekening zoals vermeld in de conclusie van antwoord onder 6. en 8., en KFC stelt na die verrekeningen niets verschuldigd te zijn aan [eiser]. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.3 [

eiser] heeft het verrekeningsverweer of -beroep van KFC gemotiveerd bestreden, waardoor de gegrondheid daarvan niet op eenvoudige wijze valt vast te stellen. Dat brengt op de voet van het bepaalde in artikel 6:136 BW mee dat het verrekeningsverweer- of beroep niet aan toewijzing van de vordering van [eiser] (ten belope van het bedrag ad Afl. 53.563,17) in de weg kan staan.

3.4

Vorenstaande leidt tot de slotsom dat KFC zal worden veroordeeld om aan [eiser] te betalen Afl. 53.563,17, en dat alle overige stellingen van partijen - wat van de inhoud daarvan ook zij - onbesproken kunnen blijven. De wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden - worden toegewezen zoals primair gevorderd.

3.5

KFC zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], waaronder begrepen die van het bij partijen genoegzaam bekende op 19 september 2016 in opdracht van [eiser] ten laste van KFC gelegde conservatoire derdenbeslag. Tot aan deze uitspraak worden de proceskosten begroot op (1.020,-- + 200,37 + 252,54 + 211,90 =) Afl. 1.684,81 aan verschotten (griffiegeld en explootkosten) en Afl. 7.000,-- aan gemachtigdensalaris 3,5 punten van tarief 7 van het liquidatietarief, ad Afl. 2.000,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt KFC om aan [eiser] te betalen Afl. 53.563,17, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 16 september 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt KFC in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.684,81 aan verschotten en Afl. 7.000,-- aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de negende dag na de uitspraak van dit vonnis;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.