Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:199

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
E.J. 1116 van 2017 / AUA201701051
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Arbeid. Door de werknemer is niet bewezen dat tussen partijen is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd of er een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand zou zijn gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 april 2018

Behorend bij E.J. 1116 van 2017 / AUA201701051

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [Verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa,

tegen:

de stichting

FINDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO (FCCA),

te Aruba,

hierna ook te noemen: FCCA,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [Verzoeker];

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van FCCA;

- de behandeling ter zitting van 19 september 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier;

- de processen-verbaal van getuigenverhoor van 16 oktober, 7 november en 1 december 2017;

- de uitlating bewijslevering van [Verzoeker];

- de uitlating bewijslevering van FCCA.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

[Verzoeker] is op 1 oktober 1979 in dien in dienst getreden van FCCA.

2.2

Bij brief van 24 augustus 2015 heeft FCCA [Verzoeker] ervan in kennis gesteld, dat aan het dienstverband een einde zou komen op 30 september 2016 wegens het bereiken door [Verzoeker] van de pensioengerechtigde leeftijd.

2.3

Partijen zijn in overleg getreden over een verlenging, althans vernieuwing, van de arbeidsovereenkomst daarna.

2.4 [

[Verzoeker] heeft de pensioenverzekeraar, met kopie cc aan FCCA, op 11 augustus 2016 laten weten nog geen aanspraak te maken op pensioenuitkering.

2.5

Op 17 augustus 2016 heeft een bespreking plaatsgevonden in aanwezigheid van dhr. [A] en mw. [B], beiden bestuurders van FCCA en mw. [C], manager van de afdeling personeelszaken. De bespreking had betrekking op een voortzetting of hernieuwing van de arbeidsrelatie na het door [Verzoeker] bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

2.6

Door FCCA is aan [Verzoeker] een concept “addendum voortzetten arbeidsovereenkomst” ter hand gesteld.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

[Verzoeker] verzoekt verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad –veroordeling van FCCA tot doorbetaling van loon met nevenvorderingen, met veroordeling van FCCA tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

[Verzoeker] grondt het verzoek erop dat tussen partijen een (nadere) overeenkomst is gesloten die inhoudt dat hij na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in dienst van FCCA is gebleven.

3.3

FCCA voert hiertegen verweer, met verzoek– uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van [Verzoeker] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ter zitting van 19 september 2017 is met partijen besproken dat de zaak draait om het door [Verzoeker] te leveren bewijs dat tussen partijen een nadere overeenkomst is gesloten die meebracht dat hij na de datum waarop [Verzoeker] met pensioen zou zijn gegaan toch in dienst van FCCA bleef of op nieuwe voorwaarden opnieuw trad. Daartoe zijn drie getuigen gehoord.

4.2

Getuige [B] kan niet bevestigen dat tussen partijen zo’n overeenkomst tot stand is gekomen. Zij verklaart dat [Verzoeker] naar aanleiding van het tweede addendum opmerkingen heeft gemaakt waaruit bleek dat hij het er niet helemaal mee eens was en voor partijen duidelijk was dat overigens de raad van toezicht nog akkoord moest gaan omdat sprake was van een nieuw beleid om oudere werknemers mogelijk langere tijd weer in dienst te nemen tot 65 jaar en het daarmee samenhangende salaris niet begroot was.
Getuige Van [A] heeft ook niet verklaard dat tussen partijen een nieuwe overeenkomst tot stand kwam of een voortzetting van het dienstverband werd overeengekomen. Zij bevestigt de verklaring van [B] dat het hier om een nieuwe arbeidsconstructie zou gaan en de directie daarvoor toestemming van de raad van toezicht wilde hebben, mede omdat de salarissen in de door de raad goed te keuren begroting zouden moeten worden opgenomen.
Getuige [C] herinnert zich dat [Verzoeker] akkoord was met een eerste concept addendum maar dat er daarna een tweede addendum aan hem ter beschikking werd gesteld. Daar was hij het niet geheel mee eens, en wel op het punt van beëindiging bij ziekte en het verplicht betalen van de hypoteekverplichting uit de AOV-uitkering. Ter gelegenheid van het ter hand stellen van het tweede addendum werd gezegd dat de raad van toezicht nog akkoord zou moeten gaan.

4.3

Op grond van het voorgaande is het gerecht van oordeel dat [Verzoeker] niet heeft bewezen dat tussen partijen is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd of er een nieuwe arbeidsovereenkomst zou zijn tot stand gekomen. Dat wordt niet anders doordat aan [Verzoeker] een eerste concept addendum ter hand is gesteld waarmee hij akkoord was. Niet onaannemelijk is dat dit inderdaad slechts een ‘praatstuk’ was waaraan FCCA zich nog niet wilde binden zoals FCCA aanvoert; een uitnodiging tot het in overleg treden. Dat wordt ook bevestigd door het feit dat daarna een tweede concept addendum gecirculeerd heeft. Niet gebleken is dat [Verzoeker] dat toen heeft ervaren als een terugkomen op een eerdere afspraak en dat aan FCCA kenbaar heeft gemaakt. De omstandigheid dat [Verzoeker] aan de pensioenverzekeraar kenbaar heeft gemaakt dat hij nog geen uitkering wilde genieten en dat bericht in kopie aan FCCA heeft gezonden is onvoldoende sterk om tot een ander oordeel te komen. Zoals FCCA heeft uitgelegd, en ook door de getuigen is bevestigd, levert de omstandigheid dat in het verleden vaker aan gepensioneerden arbeidscontracten werden aangeboden geen aanwijzing op dat met [Verzoeker] een verlenging of een nieuw contract werd overeengekomen omdat de aard van die contracten een andere was. Ten slotte staan tegenover de door [Verzoeker], [W], [X], [Y] en [Z] ondertekende schriftelijke verklaring1 de hierboven geparafraseerde getuigenverklaringen.

4.4

Dat betekent dat de vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Verzoeker] de proceskosten van FCCA moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [Verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van FCCA worden begroot op Afl. 5.000, aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 10 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.

1 producties 2 en 3 zijdens Boekhoudt