Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:198

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
BBZ nrs. AUA201703151 en AUA201703152
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht heeft het pas ter zitting aangeboden controlerapport niet toegestaan, omdat de Inspecteur dit rapport reeds (veel) eerder in de procedure had kunnen overleggen. De winstcorrecties komen daarmee te vervallen. De aanslagen winstbelasting worden verminderd tot nihil. In dat geval bestaat er ook geen aanleiding meer tot oplegging van een boete van Afl. 5.000, maar slechts tot oplegging van de minimale boete van Afl. 250.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 10 april 2018

BBZ nrs. AUA201703151 en AUA201703152

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

[ X ] N.V., gevestigd op Aruba,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN VAN ARUBA, zetelend in Aruba,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is voor het jaar 2010 een aanslag in de winstbelasting opgelegd, met dagtekening 31 oktober 2014, naar een winst van Afl. 8.204.842. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van Afl. 5.000 vanwege het niet tijdig doen van aangifte.

1.2

Aan belanghebbende is voor het jaar 2011 een aanslag in de winstbelasting opgelegd, met dagtekening 30 november 2014, naar een winst van Afl. 9.075.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van Afl. 5.000 vanwege het niet tijdig doen van aangifte.

1.3

Belanghebbende heeft bij brieven van respectievelijk 9 december 2014 en 20 januari 2015 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen.

1.4

Belanghebbende heeft bij brief van 21 november 2017 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 150.

1.5

De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 3 april 2018 de aanslag winstbelasting 2010 verminderd tot een aanslag naar een winst van Afl. 1.128.143, de aanslag winstbelasting 2011 verminderd tot een aanslag naar een winst van Afl. 133.526, en de verzuimboetes gehandhaafd.

1.6

De zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2018. De zaken met de nummers AUA201703151 en AUA201703152 zijn gezamenlijk behandeld. Belanghebbendes gemachtigde [ A ] is niet verschenen, hoewel uitgenodigd bij brief en e-mailbericht van 22 februari 2018. Tijdens de zitting is de belastinggriffie van het Gerecht gebeld met de mededeling dat [ A ] de zitting niet zal bijwonen. Het Gerecht gaat daarom ervan uit dat belanghebbendes gemachtigde de uitnodiging voor de zitting heeft ontvangen. Namens de Inspecteur is verschenen [ B ].

1.7

Na sluiting van het onderzoek ter zitting is op 5 april 2018 om 22:08 uur een
e-mailbericht van [ A ] bij het Gerecht binnengekomen. Het Gerecht heeft hierin geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende exploiteert een restaurant.

2.2

De Inspecteur heeft in 2011 een boekenonderzoek ingesteld bij belanghebbende naar de aanvaardbaarheid van de aangiften winstbelasting 2006 en 2007 en aangiften belasting op bedrijfsomzetten 2007 tot en met 2009. Daarvan is een controlerapport met dagtekening 19 oktober 2012 opgesteld (hierna: het controlerapport).

2.3

Het Gerecht heeft ten aanzien van belanghebbende in zijn uitspraak van 10 augustus 2015, ECLI:NL:OGEAA:2015:607, geoordeeld dat de conclusies van het controlerapport onvoldoende zijn onderbouwd, dat belanghebbendes administratie voor de onderzochte jaren sluitend is, dat belanghebbende de verplichtingen van artikel 45, 46 en 48 Algemene landsverordening Belastingen (hierna: ALB) niet heeft geschonden, dat enkel een laag brutowinstpercentage nimmer aanleiding kan geven tot omzetcorrecties, en dat de omzetcorrecties voor de jaren 2006 en 2007 daarom komen te vervallen.

2.4

In de uitspraken op bezwaar van 3 april 2018 heeft de Inspecteur overwogen dat uit het controlerapport volgt dat voor belanghebbendes onderneming voor de jaren 2006 en 2007 een brutowinstpercentage van 180 gerechtvaardigd was, en dat deze uitkomst geëxtrapoleerd kan worden naar de onderhavige jaren 2010 en 2011. Een dergelijk brutowinstpercentage brengt een winstcorrectie mee van Afl. 1.793.741 voor 2010 en van Afl. 745.555 voor 2011, aldus de Inspecteur.

3. GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

In geschil is of de Inspecteur voor de jaren 2010 en 2011 terecht de winst heeft gecorrigeerd en of de verzuimboetes terecht zijn opgelegd. Belanghebbende beantwoordt beide vragen ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende concludeert tot een verlies over 2010 en 2011 van respectievelijk Afl. 665.598 en Afl. 612.029, zodat de aanslagen winstbelasting 2010 en 2011 op nihil dienen te worden vastgesteld.

3.3

De Inspecteur concludeert tot een winst over 2010 en 2011 van respectievelijk Afl. 1.128.143 en Afl. 133.526.

4 OVERWEGINGEN

Beroep tegen niet tijdig beslissen

4.1

Belanghebbende is op 21 november 2017 in beroep gekomen tegen het niet tijdig doen van uitspraken op de bezwaarschriften tegen de aanslagen winstbelasting 2010 en 2011. Hangende onderhavige beroepsprocedure heeft de Inspecteur op die bezwaarschriften beslist. Belanghebbende heeft derhalve geen belang meer bij gegrondverklaring van de beroepen tegen het niet tijdig beslissen. Die beroepen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beroep tegen uitspraken op bezwaar van 3 april 2018

4.2

Het door belanghebbende ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen, wordt geacht ook betrekking te hebben op de alsnog genomen uitspraken op bezwaar van 3 april 2018. Het Gerecht zal daarom deze uitspraken inhoudelijk beoordelen.

4.3

De Inspecteur heeft ter onderbouwing van de winstcorrecties gewezen op het controlerapport. De Inspecteur heeft ter zitting aangeboden dit controlerapport in te brengen. Het Gerecht heeft dit niet toegestaan, omdat de Inspecteur dit rapport reeds (veel) eerder in de procedure had kunnen overleggen. Nu het onderliggende controlerapport ontbreekt, heeft de Inspecteur onvoldoende bewijs bijgebracht van de winstcorrecties.

4.4

Nog los van de vraag of extrapolatie van de bevindingen van het onderzoek betreffende de jaren 2006 en 2007 naar de onderhavige jaren 2010 en 2011 mogelijk is, heeft dit Gerecht in zijn uitspraak van 10 augustus 2015, ECLI:NL:OGEAA:2015:607, reeds geoordeeld dat de conclusies van voornoemd controlerapport onvoldoende zijn onderbouwd. Ook om die reden is een verwijzing naar dat rapport derhalve ontoereikend om aannemelijk te achten dat het brutowinstpercentage 180 dient te bedragen. De correcties komen derhalve te vervallen. Dit brengt mee dat de aanslagen worden verminderd tot nihil. De grootte van het verlies is pas van belang wanneer dat verlies voorwaarts wordt verrekend, zodat de grootte van het verlies voor onderhavige jaren niet wordt vastgesteld.

Verzuimboetes

4.5

Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de verzuimboetes. De verzuimboetes van Afl. 5.000 zijn opgelegd op de voet van artikel 54, lid 1, ALB in samenhang met paragraaf 21 Boetebeleid belastingdienst Aruba (hierna: Boetebeleid). Daarbij is de Inspecteur ervan uitgegaan dat beide aanslagen op een positief bedrag zijn vastgesteld en dat sprake is van een vierde verzuim. Nu het Gerecht beide aanslagen zal verminderen tot nihil, bestaat op grond van paragraaf 21, lid 3, Boetebeleid geen aanleiding meer tot oplegging van een boete van Afl. 5.000, maar tot oplegging van de minimale boete van Afl. 250. Gelet op de omstandigheid dat belanghebbende over meerdere jaren niet tijdig aangifte heeft gedaan, acht het Gerecht boetes van Afl. 250 passend en geboden.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

5.1

Op grond van artikel 4 Landsbesluit proceskostenvergoeding in belastingzaken (hierna: Landsbesluit proceskosten) kan een proceskostenvergoeding worden toegekend als een bezwaar- of beroepschrift is ingediend na 1 juli 2016.

5.2

De onderhavige bezwaarschriften zijn ingediend op respectievelijk 9 december 2014 en 20 januari 2015. Het onderhavige beroep is ingediend op 21 november 2017. Het Gerecht vindt aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen, redelijkerwijs heeft moeten maken. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met de nummers AUA201703151 en AUA201703152 samenhangen.

5.3

Deze kosten zijn op de voet van het Landsbesluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op Afl. 350 (1 punt voor beroepschrift, waarde per punt Afl. 700, wegingsfactor 0,5).

5.4

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 4 Landsverordening beroep in belastingzaken, het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.

6 BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;

- verklaart de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar van 3 april 2018 gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 3 april 2018;

- vermindert de aanslag winstbelasting 2010 tot nihil;

- vermindert de aanslag winstbelasting 2011 tot nihil;

- vermindert de verzuimboete 2010 tot Afl. 250;

- vermindert de verzuimboete 2011 tot Afl. 250;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van Afl. 350; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Afl. 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzak

en).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).