Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:131

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
27-03-2018
Zaaknummer
A.R. 1945 van 2016/AUA201600784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 maart 2018

Behorend bij A.R. 1945 van 2016/AUA201600784

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Adolfredo Pulido MORA

Maria Eugenia MONTANEZ DE PULIDO

wonende te Aruba, woonplaats kiezende te Aruba,

eisers, hierna ook te noemen: Mora,

gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock,

tegen:

Kenneth FAUSTIN ,

wonende te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: Faustin,

gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez.

1 Het verloop van deze procedure

blijkt uit de navolgende stukken:

  • -

    het vonnis in het incident d.d. 22 maart 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    conclusie van dupliek;

  • -

    akte uitlating producties.

De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN

2.1

Mora c.s. zijn eigenaar van de woning aan de Cuquisastraat 22, hierna de woning.

2.2

Op 6 juni 1998 is tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot deze woning. Faustin heeft de woning gekocht voor een bedrag ad USD 121.875,00 en de inboedel voor USD 7.500,00.

2.3

Partijen hebben deze overeenkomst een aantal keren gewijzigd. De overeenkomsten zijn overgelegd in het Spaans.

2.4

Faustin heeft zich aan geen van de overeenkomsten gehouden.

2.5

Bij brief van 16 juni 2016 heeft Mora de huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk ontbondenen Faustin gesommeerd de woning te ontruimen.

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

Mora vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst conform de brief van 16 juni 2016 rechtsgeldig is ontbonden, dan wel deze alsnog te ontbinden en Faustin te veroordelen de woning te ontruimen en te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

het verweer komt zo nodig bij de beoordeling aan de orde.

4 DE BEOORDELING

4.1

Kern van dit geschil is de vraag of Mora bevoegd was de tussen partijen tot stand gekomen huurkoopovereenkomst op 16 juni 2016 buitengerechtelijk te ontbinden.

4.2

Ingevolge het bepaalde in artikel 6:265 BW geeft elke tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Mora stelt dat Faustin al sinds 1998 te kort schiet in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen. Faustin erkent ook dat er sprake is van een betalingsachterstand. Hij erkent nog een bedrag ad USD 43.125,00 verschuldigd te zijn en heeft aangeboden om dit bedrag in termijnen van USD 2.000 af te lossen.

4.3

Faustin verzet zich tegen de verzochte ontruiming omdat hij een bedrag van

Afl. 345.000,00 heeft voldaan, en slechts nog maar USD 43.125,00 dient te betalen.

Faustin stelt dat hij reeds 75% heeft betaald en dat Mora het pand om deze reden niet meer kan terugvorderen. Ter onderbouwing van deze stelling heeft Faustin een print overgelegd van een Nederlanse website.

4.4

Met Mora is het gerecht van oordeel dat deze, op een onbekend gebleven Nederlandse website gepubliceerde, regel van onbekende bron niet zonder meer van toepassing is in Aruba. Het lag op de weg van Faustin om uit te leggen waarop deze regel op gebaseerd en waarom deze van toepassing zou zijn in Aruba. Nu elke toelichting evenwel ontbreekt, word dit verweer als zijn onvoldoende gemotiveerd verworpen.

4.5

Vast staat dat Faustin sedert 1998 - ondanks diverse aanpassingen van de overeenkomst en de vele erkenningen van zijn betalingsachterstand - er nimmer in geslaagd is om zijn betalingsverplichtingen jegens Mora correct na te komen. Er is derhalve sprake van herhaalde wanprestatie sinds 1998. Deze herhaalde wanprestatie rechtvaardigde de buitengerechtelijke ontbinding van de huurkoopovereenkomst op 16 juni 2016. Het enkele feit dat Faustin in de woning heeft geïnvesteerd leidt niet tot een ander oordeel, doch betreft een omstandigheid die voor rekening en risico van Faustin blijft. De gevorderde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

4.6

De gevorderde ontruiming is eveneens toewijsbaar. Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat Mora de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Mora heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als Faustin niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft Mora geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan Faustin wordt betekend, en dat aan hem overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien Faustin zijn medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening - zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is - bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft Mora dan ook geen belang bij de verzochte machtiging.

4.7

Faustin wordt nu hij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE BESLISSING

De rechter

5.1

verklaart voor recht dat de tussen partijen tot stand gekomen huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 16 juni 2016;

5.2

veroordeelt Faustin de woning te ontruimen, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3

veroordeelt Faustin in de kosten van de procedure, aan de zijde van Mora tot op heden begroot op Afl. 900,- aan griffierecht, Afl. 199,95 aan oproepingskosten en Afl. 3.750,- (3 punten van het liquidatietarief 5);

5.4

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 maart 2018 in aanwezigheid van de griffier.