Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:129

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
445 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak: Vrouw veroordeeld voor het niet verrichten van cliëntenonderzoek zoals het vereiste volgens de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Straf: Geldboete van Afl. 10.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1976 in China,

wonende op het adres [adres verdachte] in Aruba.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft inhoudelijk plaatsgevonden op 22 januari en 23 januari 2018. Het gerecht heeft op de terechtzitting van 23 januari 2018 beslist de zaak, voor sluiting van het onderzoek, aan te houden tot 13 februari 2018. De verdachte is bij de terechtzittingen van 22 en 23 januari 2018 verschenen, bijgestaan haar raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez.

De officier van justitie, mr. F.A.P.M. van Deutekom, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1, 2 en 4 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast is een geldboete van Afl. 25.000,- gevorderd, bij niet betaling te vervangen door 6 maanden hechtenis.

Ten aanzien van een wapen met munitie en een taser heeft de officier van justitie gevorderd deze te onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen gelden, die niet door de fiscus zijn geconfisceerd, is gevorderd deze verbeurd te verklaren. de teruggave aan verdachte verzocht van een gsm iPhone scherm, een echtheidscertificaat, sieraden en verschillende bankkaarten.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd conform de door hem overgelegde pleitaantekeningen.

2 Tenlastelegging

2.1.

Aan de verdachte is met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen -kort gezegd- tenlastegelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan:

1. primair: het medeplegen van het opzettelijk als geldtransactiebedrijf werkzaam zijn, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba;

subsidiair: medeplichtigheid aan het opzettelijk als geldtransactiebedrijf werkzaam zijn, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba

2. het medeplegen van schuldwitwassen, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba en/of China;

3. het medeplegen van het opzettelijk geen melding maken van de in- of uitvoer van geld ter waarde van meer dan twintigduizend florin, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba;

4. het medeplegen van het, als financiële dienstverlener, geen cliëntonderzoek verrichten, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba;

5. het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, gepleegd in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba.

2.2.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Het gerecht is van oordeel dat de dagvaarding partieel nietig is, voor zover deze betrekking heeft op het onder feit 2, derde gedachtestreepje ten laste gelegde ‘geldelijke provisie(s). Naar het oordeel van het gerecht houdt de tenlastelegging op dit punt een onvoldoende duidelijke omschrijving in van hetgeen verdachte wordt verweten. De provisie(s) zijn niet gespecificeerd, zodat het onvoldoende duidelijk is welke gelden het betreft. De dagvaarding voldoet in zoverre niet aan de in artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gestelde eisen. De dagvaarding is voor het overige geldig.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak van de feiten 1, 2, 3 en 5

Met de officier van justitie en de raadsman heeft het gerecht uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Anders dan de officier van justitie acht het gerecht de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, voor zover aan het oordeel van het gerecht onderworpen, evenmin bewezen, zodat het gerecht de verdachte ook van die feiten zal vrijspreken. Het gerecht overweegt hiertoe als volgt.

Feit 1: ondergronds bankieren

Uit het onderzoek is gebleken dat de man van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] zich, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2], heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk als geldtransactiebedrijf werkzaam zijn, hoewel dit ten aanzien van de ten laste gelegde bedragen niet bewezen kan worden.

Verdachte heeft verklaard dat mensen soms geld bij haar achter lieten. Zij zeiden dan tegen haar dat haar man op de hoogte is en dat het geld naar China verstuurd moet worden. De mensen die het geld achterlieten schreven de naam van de familie in China op een papiertje. Verdachte telde het geld en gaf het geld vervolgens aan haar man. Ze heeft voorts verklaard dat de mensen haar man vroegen om geld naar China te versturen omdat het bij de bank te lang duurt. Door aldus te handelen is verdachte haar man behulpzaam geweest bij zijn geldtransactiebedrijf.

Het gerecht is echter van oordeel dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte ook de tenlastegelegde bedragen van $ 500, $ 1.000,

$ 12.000, $ 20.000, $ 30.000 en $ 90.000 voor haar man, medeverdachte [medeverdachte 1] in ontvangst heeft genomen. Voorts acht het gerecht van belang dat medeverdachte [medeverdachte 1] over een langere periode vele geldtransacties heeft verricht, terwijl verdachte heeft verklaard dat mensen soms geld bij haar achter lieten. Aangenomen wordt dat verdachte slechts zijdelings betrokken was bij de geldtransacties die haar man, medeverdachte [medeverdachte 1], verrichtte.

Gelet op het voren overwogene, is het gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Feit 2: witwassen

Geldbedragen $ 500, $ 1.000, $ 12.000, $20.000, $ 30.000 en $ 90.000

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van voornoemde geldbedragen die hij, in het kader van zijn geldtransactiebedrijf, in China voor derden kon uitbetalen. Ook overigens is van een aannemelijke legale herkomst niet gebleken. Naar oordeel van het gerecht kan het daarom niet anders dan dat deze geldbedragen, in ieder geval voor een deel, een criminele herkomst hebben. Het gerecht gaat ervan uit de geldbedragen voor een deel bestonden uit ontvangen provisies die door medeverdachte [medeverdachte 1] (en verdachte) werden verdiend met eerdere illegale geldtransacties en het illegaal wisselen van geldbedragen. Over die provisies werd geen belasting betaald. Het gerecht acht bewezen dat medeverdachte [medeverdachte 1] de criminele herkomst van voornoemde gelden heeft verhuld door de gelden, te (her)gebruiken bij nieuwe geldtransacties, waardoor het geld werd gewisseld en overgedragen.

Verdachte was haar man [medeverdachte 1] behulpzaam bij zijn geldtransactiebedrijf, en daarmee ook bij het witwassen, door, zo blijkt uit haar eigen verklaring, geld met bijbehorende namen van derden voor hem in ontvangst te nemen. Op deze wijze kon haar man [medeverdachte 1] hun eigen gelden met een criminele herkomst (her)gebruiken bij nieuwe geldtransacties, waardoor het geld werd gewisseld en overgedragen. Het gerecht is echter van oordeel dat, zoals reeds hierboven overwogen, niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte, de tenlastegelegde bedragen $ 500,

$ 1.000, $ 12.000, $ 20.000, $ 30.000 en $ 90.000 in ontvangst heeft genomen voor haar man [medeverdachte 1] dan wel hierbij een andere rol van betekenis heeft vervuld. Het gerecht overweegt ten overvloede dat, zelfs indien de rol van verdachte ten aanzien van deze geldbedragen bewezen zou kunnen worden, dit handelen zou hebben geleid tot medeplichtigheid, een vorm van daderschap die niet is ten laste gelegd.

Het onroerend goed [adres onroerend goed]

Uit gegevens van het kadaster van 16 maart 2016 blijkt dat verdachte en haar man, medeverdachte [medeverdachte 1] verschillende onroerende goederen in bezit hebben, waaronder [adres onroerend goed. Uit documenten van de RBC Royal Bank leidt het gerecht af dat de aankoop van [adres onroerend goed] geschiedde door middel van een hypotheek van Afl. 400.000 en twee geldbedragen van Afl. 88.990 respectievelijk Afl. 90.095,53. Het bedrag van Afl. 88.990 werd op 17 september 2015 bijgeschreven op een gezamenlijke rekening van verdachte en haar man [medeverdachte 1] en was afkomstig uit Eping te China. Op 11 september 2015 werd op een rekening van haar man een geldbedrag bijgeschreven van Afl. 88.992,50, eveneens afkomstig uit Eping te China. Op 5 oktober 2015 werd een geldbedrag van in totaal $ 603.921,10 naar de notaris overgemaakt. De hypotheek werd op dezelfde dag verkegen. Het gerecht is van oordeel dat uit het onderzoek onvoldoende is gebleken dat de vanuit China aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] betaalbaar gestelde bedragen van Afl. 88.990 respectievelijk Afl. 88.992,50 van misdrijf afkomstig is. De echtgenoot van verdachte, Medeverdachte [medeverdachte 1], heeft samen met een broer een bedrijf in China en niet uitt e sluiten is dat hij daar legale inkomsten mee genereert. Nu geen onderzoek is gedaan naar deze transacties, is het gerecht van oordeel dat niet zonder meer geconludeerd kan worden dat deze overboekingen een criminele herkomst hebben. Evenmin bieden de bewijsmiddelen aanknopingspunten, om aan te nemen dat deze bedragen bijvoorbeeld geheel of gedeeltelijk bestonden uit de in Aruba met de geldtransacties resp. het wisselen van geld verdiende provisies.

B. Bewijsoverwegingen

Feit 4: geen cliëntenonderzoek verrichten

Gelet op de frequentie en omvang van de wisselpraktijk die door verdachte tegen provisies werd uit geoefend, is het gerecht van oordeel dat verdachte bedrijfsmatig heeft gehandeld en om deze reden kan worden aangemerkt als financiële dienstverlener in de zin van de LWFT. Verdachte heeft verklaard dat niet zij de boekhouding doet maar haar man. Tijdens controle van de administratie van verdachten zijn met betrekking tot deze financiële handelingen geen documenten aangetroffen, waaruit is gebleken dat het vereiste cliëntenonderzoek werd uitgevoerd.

Het gerecht concludeert dan ook dat het onder 4 ten laste gelegde is bewezen, namelijk dat verdachte als financiële dienstverlener geen cliëntenonderzoek heeft verricht.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

4. dat zij, als financiële dienstverlener, in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk;

a. geen cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 3 van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering heeft verricht bij:

- het verstrekken van leningen;

- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer wisseltransactie(s);

- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer geldtransactie(s) als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven;

- aanwijzingen dat verdachtes cliënt(en) of die van zijn mededader(s) betrokken is/zijn geweest bij witwassen;

b. geen gegevens en inlichtingen heeft vastgelegd als bedoeld in het Landsbesluit regeling geldelijke overmakingen (AB 2011 no. 30) van degenen die gelden of geldswaarden in het kader van (een) geldelijke overmaking(en) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ter beschikking hebben gesteld en van de begunstigden van die transactie(s).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 3 en 6, eerste lid, van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering, strafbaar gesteld in art. 56 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als financiële dienstverlener nagelaten cliëntenonderzoek te verrichten. Zij heeft door haar handelen de overheid de mogelijkheid ontnomen om zicht te krijgen op geldstromen die kunnen duiden op criminaliteit en om achterliggende strafbare feiten op te sporen. Gelet daarop, en gezien de strafafdoening in soortgelijke zaken, moet in beginsel een aanzienlijke geldboete aan verdachte worden opgelegd.

Het gerecht houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Verder houdt het gerecht er rekening mee dat het bewezenverklaarde feit alweer enige tijd geleden heeft plaatsgevonden. Alles afwegende, is oplegging van na te noemen geldboete, passend en geboden.

Gelet op bovenstaande heft het gerecht het - geschorste- bevel van de voorlopige hechtenis van verdachte op. De borgsom van AWG 50.000,-, die door of namens de verdachte als zekerheid voor de nakoming van de aan de schorsing van de gevangenhouding verbonden voorwaarden is gestort, wordt teruggegeven aan degene die deze zekerheid heeft gesteld.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Het in beslag genomen wapen met munitie en de taser worden onttrokken aan het verkeer. Dit zijn voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten is aangetroffen en kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

B. Teruggave

Ten aanzien van de in beslag genomen sieraden wordt de teruggave gelast aan de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1], nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:54, 1:55, 1:58, 1:62, 1:76 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

11.1

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1,2,3 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

11.2

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit, zoals hierboven, heeft begaan;

11.3

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

11.4

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

11.5

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

11.6

veroordeelt de verdachte tot een geldboete ter hoogte van TIENDUIZEND (10.000) FLORIN, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht;

11.7

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, naar rato van Afl. 50 per dag;

11.8

heft het geschorste bevel voorlopige hechtenis op;

11.9

beveelt dat de borgsom van AWG 50.000,-, die door of namens de verdachte als zekerheid voor de nakoming van de aan de schorsing van de gevangenhouding verbonden voorwaarden is gestort, wordt teruggegeven aan degene die deze zekerheid heeft gesteld;

10.10

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

10.11

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 6 maart 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

Arubaanse strafzaak: Vrouw veroordeeld voor het niet verrichten van cliëntenonderzoek zoals het vereiste volgens de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Straf: Geldboete van Afl. 10.000,-.

BIJLAGE 1: TENLASTELEGGING

Verdachte wordt ten laste gelegd:

1. dat zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk als geldtransactiebedrijf werkzaam is geweest, immers heeft/hebben zij en/of verdachtes mededader(s) (telkens) in die periode bedrijfsmatig en tegen een vorm van betaling een (of meer) geldtransactie(s) uitgevoerd, en daartoe in het kader van (een) geldelijke overmaking(en) op verzoek van of ten behoeve van derde(n):

a. gelden of geldswaarden ter beschikking gekregen teneinde deze gelden of geldswaarden, al dan niet in dezelfde vorm, aan (een) derde(n) in het buitenland, althans elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, en/of

b. gelden of geldswaarden in Aruba betaalbaar gesteld, terwijl deze gelden of geldswaarden in het buitenland, althans elders, al dan niet in dezelfde vorm, aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ter beschikking werden en/of zouden worden gesteld,

met dien verstande dat deze geldelijke overmakingen op zichzelf staande

diensten betroffen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededaders:

ad a. contant in Aruba en/of op een (of meer) bankrekening(en) in het buitenland (telkens) een of meer geldbedrag(en) van, onder meer, US $ 500,- en/of US $ 1.000,- en/of US $ 10.000,- en/of US $ 20.000,- en/of US $ 30.000,- en/of US $ 90.000,- en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) ontvangen en/of doen ontvangen en elders buiten Aruba aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld en/of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen; en

ad b. contant buiten Aruba en/of op een (of meer) bankrekening(en) in het buitenland (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) van, onder meer, US $ 500,- en/of US $ 1.000,- en/of US $ 10.000,- en/of US $ 20.000,- en/of US $ 30.000,- en/of US $ 90.000,- en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) ontvangen en/of doen ontvangen en/of betaalbaar gekregen, en in Aruba of elders aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen;

(artikel 2 jo. 29 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven)

althans, indien voor het voorgaande geen veroordeling mocht volgen:

dat Jian Wei Hou in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk als geldtransactiebedrijf werkzaam is geweest, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens) in die periode bedrijfsmatig en tegen een vorm van betaling een (of meer) geldtransactie(s) uitgevoerd, en daartoe in het kader van (een) geldelijke overmaking(en) op verzoek van of ten behoeve van derde(n):

c. gelden of geldswaarden ter beschikking gekregen teneinde deze gelden of geldswaarden, al dan niet in dezelfde vorm, aan (een) derde(n) in het buitenland, althans elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, en/of

d. gelden of geldswaarden in Aruba betaalbaar gesteld, terwijl deze gelden of geldswaarden in het buitenland, althans elders, al dan niet in dezelfde vorm, aan Hou en/of zijn mededader(s) ter beschikking werden en/of zouden worden gesteld,

met dien verstande dat deze geldelijke overmakingen op zichzelf staande

diensten betroffen,

immers heeft/hebben die hou en/of zijn mededader(s):

ad a. contant in Aruba en/of op een (of meer) bankrekening(en) in het buitenland (telkens) een of meer geldbedrag(en) van, onder meer, US $ 500,- en/of US $ 1.000,- en/of US $ 10.000,- en/of US $ 20.000,- en/of US $ 30.000,- en/of US $ 90.000,- en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) ontvangen en/of doen ontvangen en elders buiten Aruba aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld en/of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen; en

ad b. contant buiten Aruba en/of op een (of meer) bankrekening(en) in het buitenland (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) van, onder meer, US $ 500,- en/of US $ 1.000,- en/of US $ 10.000,- en/of US $ 20.000,- en/of US $ 30.000,- en/of US $ 90.000,- en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) ontvangen en/of doen ontvangen en/of betaalbaar gekregen, en in Aruba of elders aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen,

bij of tot het plegen van welke gedragingen verdachte in voormelde periode opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft zij, verdachte:

  • -

    geldbedragen voor Hou in ontvangst genomen en/of bewaard en/of beheerd;

  • -

    geldbedragen voor Hou afgegeven;

  • -

    contacten voor Hou in het kader van het ondergronds bankieren onderhouden;

  • -

    voor Hou waargenomen bij diens afwezigheid.

(artikel 2 jo. 29 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven jo.

artikel 1:124 WvSr)

2. dat zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba en/of in China, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. van een (of meer) voorwerp(en), te weten een (of meer) geldbedrag(en) en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, althans heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was, terwijl zij wist dat voormeld(e) geldbedrag(en) en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

een (of meer) geldbedrag(en) van, onder meer, $ 15.000,- en/of $ 32.400,- en/of geldelijke provisies en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl zij wist dat voormeld(e) geldbedrag(en) en provisies en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl zij, verdachte, en/of verdachtes mededader(s), daarbij van dat plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

door toen en daar (telkens) opzettelijk:

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden te transfereren en/of te doen transfereren;

  • -

    een (of meer) groot/grote contant(e) geldbedrag(en) te bewaren en beheren;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden uit te voeren en/of uit te doen voeren zonder daarvoor de vereiste melding bij de autoriteiten te maken en/of te doen maken;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, verkregen uit ondergronds bankieren, te (her)gebruiken en/of te doen (her)gebruiken voor het verrichten van financiële transacties, al dan niet voor derden;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te wisselen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) uit te lenen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te verpakken in sigarendozen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te verpakken en bewaren in rookwaarverpakking voor shagtabak;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, te investeren en/of te doen investeren in onroerend goed Seroe Blanco 265-A;

(artikel 430b en 430c oud en 2:404 en 2:405 nieuw WvSr)

althans indien voor het voorgaande geen veroordeling kan volgen:

dat Jian Wei Hou in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba en/of in China, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. van een (of meer) voorwerp(en), te weten een (of meer) geldbedrag(en) en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, althans heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was, terwijl hij wist dat voormeld(e) geldbedrag(en) en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

een (of meer) geldbedrag(en) van, onder meer, $ 15.000,- en/of $ 32.400,- en/of geldelijke provisies en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat voormeld(e) geldbedrag(en) en provisies en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl die Hou en/of zijn mededader(s) daarbij van dat plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

door toen en daar (telkens) opzettelijk:

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden te transfereren en/of te doen transfereren;

  • -

    een (of meer) groot/grote contant(e) geldbedrag(en) te bewaren en beheren;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden uit te voeren en/of uit te doen voeren zonder daarvoor de vereiste melding bij de autoriteiten te maken en/of te doen maken;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, verkregen uit ondergronds bankieren, te (her)gebruiken en/of te doen (her)gebruiken voor het verrichten van financiële transacties, al dan niet voor derden;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te wisselen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) uit te lenen;

  • -

    gelden te verpakken in sigarendozen;

  • -

    gelden te verpakken en bewaren in rookwaarverpakking voor shagtabak;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, te investeren en/of te doen investeren in onroerend goed Seroe Blanco 265-A,

bij of tot het plegen van welke gedragingen verdachte in voormelde periode opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft zij, verdachte:

  • -

    geldbedragen voor Hou in ontvangst genomen en/of bewaard en/of beheerd;

  • -

    geldbedragen voor Hou afgegeven;

  • -

    contacten voor Hou in het kader van het ondergronds bankieren onderhouden;

  • -

    waargenomen voor Hou;

(artikel 50 jo. 430b en 430c oud en 1:124 jo. 2:404 en 2:405 nieuw WvSr)

althans indien voor het voorgaande geen veroordeling kan volgen:

dat zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba en/of in China, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. van een (of meer) voorwerp(en), te weten een (of meer) geldbedrag(en) en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, althans heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was, terwijl zij redelijkerwijze moest vermoeden dat voormeld(e) geldbedrag(en) en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

b. een (of meer) geldbedrag(en) van, onder meer, $ 15.000,- en/of $ 32.400,- en/of geldelijke provisies en/of het onroerend goed Seroe Blanco 265-A heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl zij redelijkerwijze moest vermoeden dat voormeld(e) geldbedrag(en) en provisies en voormeld onroerend goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

door toen en daar (telkens):

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden te transfereren en/of te doen transfereren;

  • -

    een (of meer) groot/grote contant(e) geldbedrag(en) te bewaren en beheren;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) voor derden uit te voeren en/of uit te doen voeren zonder daarvoor de vereiste melding bij de autoriteiten te maken en/of te doen maken;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, verkregen uit ondergronds bankieren, te (her)gebruiken en/of te doen (her)gebruiken voor het verrichten van financiële transacties, al dan niet voor derden;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te wisselen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) uit te lenen;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en) te verpakken in sigarendozen;

  • -

    een (of meet) geldbedrag(en) te verpakken en bewaren in rookwaarverpakking voor shagtabak;

  • -

    een (of meer) geldbedrag(en), althans gelden, te investeren en/of te doen investeren in onroerend goed Seroe Blanco 265-A.

(artikel 430d e.v. (oud) en 2:406 (nieuw) Wetboek van Strafrecht van Aruba)

3. dat zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk geen melding heeft gemaakt van de invoer of uitvoer van geld als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Landsverordening tot regeling van een meldplicht bij de in- of uitvoer van geld (AB 2000 no. 27), immers heeft/hebben zij, verdachte en of verdachtes mededader(s), een (of meer) contante bedrag(en) van (ongeveer) US $ 11.325,- en/of US $ 20.000,- en/of US $ 30.000,- en/of US $ 40.000,- en/of US $60.000,- en/of een (of meer) ander(e) geldbedrag(en) uitgevoerd en/of doen uitvoeren en/of ingevoerd en/of doen invoeren, (telkens) zonder daarvan schriftelijk melding te maken zoals verplicht gesteld in voornoemde landsverordening;

(artikel 2 jo. 7 van de Landsverordening meldplicht in- en uitvoer contant

geld)

4. dat zij, als financiële dienstverlener, in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk;

a. geen cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 3 van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering heeft verricht bij:

- het verstrekken van leningen;

- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer wisseltransactie(s);

- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer geldtransactie(s) als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven;

- aanwijzingen dat verdachtes cliënt(en) of die van haar mededader(s) betrokken is/zijn geweest bij witwassen;

b. geen gegevens en inlichtingen heeft vastgelegd als bedoeld in het Landsbesluit regeling geldelijke overmakingen (AB 2011 no. 30) van degenen die gelden of geldswaarden in het kader van (een) geldelijke overmaking(en) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ter beschikking hebben gesteld en van de begunstigden van die transactie(s).

(artikel 56 jo. 6, eerste en vierde lid, van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering)

5. dat zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen van het merk Rossi, kaliber .38, en een of meer patronen van kaliber .38 (SPL) voorhanden heeft gehad.

(artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenverordening)