Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:113

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
EJ nr. 2125 van 2017/AUA201702570
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, gezag en omgang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 6 maart 2018

Behorend bij EJ nr. 2125 van 2017/AUA201702570

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[naam vader] ,

wonende in Aruba, hierna de vader,

[naam grootmoeder vz] ,

wonende in Aruba, hierna de grootmoeder vz,

VERZOEKERS,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen

[naam moeder] ,

wonende in Aruba, [adres],

VERWEERSTER, hierna de moeder,

in persoon.

Belanghebbende:

[naam minderjarige], de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 29 september 2017;

  • -

    het verweerschrift, ingediend op 16 januari 2018;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 16 januari 2018, waaruit blijkt dat verzoekers zijn verschenen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigde en de moeder in persoon. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw L. Petrochi.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

De minderjarige voornoemd is op 6 september 2006 in Aruba uit de moeder geboren.

Zij is op 7 september 2006 door de vader erkend.

De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast met vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige en tot het bevelen van de moeder zich te houden aan haar informatieplicht, kosten rechtens.

3.2

Ter zitting heeft de grootmoeder vz haar verzoek ingetrokken, zodat het Gerecht hierover geen beslissing zal nemen.

4 DE BEOORDELING

Gezag

4.1

Het verzoek, dat strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige zal worden belast, is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Dit artikel biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het Gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken.

Aangenomen moet worden dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten, het verzoek slechts wordt afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (vgl. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 22 september 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK0007).

4.2

Ter zitting is gebleken dat de moeder heeft ingestemd met het verzoek.

4.3

Gelet hierop en gehoord de Voogdijraad, acht het Gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. In het belang van de minderjarige zal het Gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over de minderjarige.

Omgang

4.4

Partijen hebben voorts ter zitting overeenstemming bereikt over een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige, en hebben verzocht deze in de beschikking op te nemen. Nu de Voogdijraad geen bezwaren heeft geuit tegen de bereikte regeling tussen partijen en overigens niet is gebleken dat het vaststellen van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige niet in het belang is van de minderjarige, zal het Gerecht dit verzoek toewijzen.

Informatieplicht

4.5

Het verzoek van de vader gegrond op artikel 1:377b lid 1 BW wordt afgewezen, nu de ouders gezamenlijk met het gezag zullen worden belast.

4.6

Gelet op de aard van de procedure, ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

bepaalt dat de vader, [naam vader], voortaan gezamenlijk met de moeder, [naam moeder], het gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, zal uitoefenen,

bepaalt dat de griffier van dit Gerecht deze beslissing zal aantekenen in het gezagsregister,

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt:

- om het weekend, van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur,

- op elke Vaderdag, tenminste 4 uur, nader tussen partijen overeen te komen,

- op elke verjaardag van de vader,

- om het jaar op elke verjaardag van de minderjarige, aanvangende met vader,

- de helft van de schoolvakanties, zijnde de eerste 3 aaneengesloten weken van de zomervakantie,

- de helft van de herfst- en paasvakantie, zijnde de eerste helft,

- de helft van de kerstvakantie, nader tussen partijen overeen te komen,

- vader zal dagelijks, op eigen kosten vrij telefonisch contact met de minderjarige opnemen,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit Gerecht, ter zitting van dinsdag 6 maart 2018 in aanwezigheid van de griffier.