Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:111

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
EJ nr. 1334 van 2017 / AUA201702574
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, vader wordt belast met eenhoofdig gezag, ouders zijn niet in staat om met elkaar te communiceren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 6 maart 2018

Behorend bij EJ nr. 1334 van 2017 / AUA201702574

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[naam vader],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart,

tegen:

[naam moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards.

Belanghebbenden:

[naam minderjarige], de minderjarige,

DE VOOGDIJRAAD.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 27 juni 2017;

  • -

    het minderjarigenverhoor van 11 september 2017;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 12 september 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigde. De Voogdijraad is verschenen bij mevrouw A. Flanders en de heer M. Loopstok;

  • -

    het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 9 januari 2018;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 januari 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigde. De Voogdijraad is verschenen bij de heer M. Loopstok;

  • -

    het minderjarigenverhoor van 30 januari 2018.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

De minderjarige [naam minderjarige] is uit het huwelijk tussen de moeder en de vader geboren op [geboortedatum] 2005 in Aruba geboren.

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 25 juni 2008 (EJ 765 van 2008) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat de moeder voortaan met het eenhoofdig gezag over de minderjarige is belast.

2.3

Bij beschikking van dit gerecht van 16 augustus 2017 (EJ 1640 van 2017) is de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld, met plaatsing bij de vader.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt primair tot ontzetting van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarige en om de vader met het eenhoofdig gezag te belasten. De vader verzoekt subsidiair om de beschikking van 25 juni 2008 te wijzigen in die zin dat hij met het eenhoofdig gezag over de minderjarige wordt belast, dan wel om hem gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige te belasten, met bepaling van het hoofdverblijf van de minderjarige bij hem.

4 DE BEOORDELING

4.1

Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:269 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) dat de rechter, indien hij het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, een ouder van het ouderlijk gezag kan ontzetten, om reden van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen.

4.2

Naar het oordeel van het gerecht is, gelet op het rapport van de Voogdijraad en het verhandelde ter zitting, niet voldaan aan het wettelijk criterium voor ontzetting, daar onvoldoende is gebleken dat er sprake is van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het verzoek van de vader om de moeder uit het gezag te ontzetten zal dan ook worden afgewezen.

4.3

Het verzoek, dat strekt tot wijziging van het gezag is gebaseerd op artikel 1:253o van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge dit artikel kunnen beslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast, op verzoek van de ouders of van een van hen door de rechter worden gewijzigd om reden dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van het kind is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven. Alsdan bepaalt de rechter, aan wie van de ouders voortaan het gezag de minderjarige toekomt. Beslissend zal zijn wiens gezag over het kind de rechter het meeste in het belang van het kind oordeelt.

4.4

Voor het uitoefenen van het gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen en wel zodanig dat de kinderen niet klem of verloren raken tussen de ouders. De vraag die de rechter in dat kader onder meer dient te beantwoorden is of er een onaanvaardbaar risico voor het kind bestaat dat het klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen.

4.5

De Voogdijraad concludeert dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders, nu de ouders niet in staat zijn om met elkaar te communiceren omtrent de minderjarige. De Voogdijraad adviseert om de vader met het eenhoofdig gezag te belasten over de minderjarige.

4.6

Gelet op hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd en met inachtneming van het advies van de Voogdijraad, is het gerecht van oordeel dat partijen niet in staat zijn tot een gezamenlijke gezagsuitoefening. Immers, het ontbreken van communicatie, alsmede de nog steeds bestaande spanningen tussen partijen, maken het nemen van beslissingen betreffende de minderjarige en het maken van afspraken over haar verzorging en opvoeding onmogelijk. De communicatie problemen tussen de ouders zijn zodanig ernstig dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders indien zij het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen. Nu deze situatie al zo lang duurt, is niet te verwachten dat hierin nog verbetering zal komen.

4.7

Nu het gerecht een gezamenlijke gezagsuitoefening in het belang van de minderjarige niet wenselijk oordeelt, zal het gerecht alleen de vader belasten met de uitoefening van het gezag over de minderjarige. Uit het rapport van de Voogdijraad blijkt namelijk dat er sprake is van een verstoorde relatie tussen de moeder en de minderjarige. De minderjarige wil bij de vader blijven wonen. De vader heeft meer inzicht in de behoeftes van de minderjarige. Bij de moeder wordt de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang bedreigd. In het belang van de minderjarige zal het gerecht daarom de vader met het eenhoofdig gezag belasten over de minderjarige.

Omgang

4.8

De Voogdijraad heeft geadviseerd om de omgang tussen de moeder en de minderjarige tijdelijk te stoppen in het belang van de minderjarige. De zaak zal worden verwezen naar een hieronder te vermelden rolzitting voor voortzetting behandeling ten aanzien van het verzoek van de moeder om een omgangsregeling.

4.9

Aan de moeder zal, gelet op het door haar overgelegde bewijs van onvermogen van 6 september 2017, toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.10

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent de moeder [naam moeder], toelating om kosteloos te procederen,

bepaalt dat de vader, [naam vader], voortaan alleen het gezag toekomt over de minderjarige:

[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 in Aruba,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

verwijst de zaak naar de zitting van dinsdag, 20 maart 2018 om 14:00 uur, voor voortzetting behandeling ten aanzien van een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven op dinsdag, 6 maart 2018 door de rechter E.M.D. Angela in tegenwoordigheid van de griffier.