Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:970

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
13-12-2017
Zaaknummer
614 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie:

Arubaanse strafzaak. Feit 1: Niet doen van aangifte a.b.i. artikel 6 Algemene landsverordening belastingen, meermalen. Feit 2: Valsheid in geschrifte, meermalen. Voorwaardelijke gevangenisstraf en deels voorwaardelijke geldboete opgelegd. Bij opleggen van de geldboete draagkracht van verdachte in aanmerking genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2017. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten onder 1 en 2 te veroordelen tot een geldboete van Afl. 5.000,-, dan wel 100 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1

zij, in de periode van 9 september 2013 tot en met 15 januari 2016, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk een of meer ingevolge de Algemene landsverordening belastingen an haar uige2014 tot en met 1 december 2015) en met augustus 2015,

meer verplichte en aan haar uitgereikte aangiften, te weten:

-aangiften loonbelasting/premies volksverzekeringen betreffende de maanden: augustus 2013, september 2013, oktober 2013, november 2013, december 2013, februari 2014, april 2014, mei 2014, juni 2014, juli 2014, augustus 2014, december 2014 tot en met december 2015,

-aangiften op bedrijfsomzetten/bestemmingsheffing AZV betreffende de maanden: augustus 2013, september 2013, oktober 2013, november 2013, december 2013, februari 2014, april 2014, mei 2014, juni 2014, juli 2014, augustus 2014, december 2014, februari 2015 tot en met december 2015,

niet binnen de gestelde termijn, immers in het geheel niet, heeft gedaan/ingediend, ten gevolge waarvan het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor het Land heeft kunnen ontstaan;

Artikel 68 lid 1 onder a juncto lid 2 Algemene Landsverordening Belastingen

Feit 2

zij in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 12 oktober 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, 3 kopie kwitanties van de SVB Aruba (bijlage [nummer] tot en met [nummer]) en/of 7 kopie kwitanties van Departemento di Impuesto (bijlage [nummer], [nummer], [nummer], [nummer] tot en met [nummer]), elk een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, immers, heeft zij verdachte en/of haar mededader telkens valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op voornoemde geschriften – zakelijk weergegeven – vermeld en/of doen vermelden:

-bedragen die aan de SVB Bank Aruba en/of Servicio di Impuesto betaald zouden zijn door verdachte en/of het bedrijf van verdachte,

-kwitantienummers die niet voorkomen bij de SVB Bank Aruba en/of Servicio di Impuesto,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

artikel 2:184 lid 1 wetboek van strafrecht

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

1. zij, in de periode van 9 16 september 2013 tot en met 15 januari 2016, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk een of meer meerdere ingevolge de Algemene landsverordening belastingen an haar uige2014 tot en met 1 december 2015) en met augustus 2015,

meer verplichte en aan haar uitgereikte aangiften, te weten:

-aangiften loonbelasting/premies volksverzekeringen betreffende de maanden: augustus 2013, september 2013, oktober 2013, november 2013, december 2013, februari 2014, april 2014, mei 2014, juni 2014, juli 2014, augustus 2014, december 2014 , februari 2015 tot en met december 2015,

-aangiften op bedrijfsomzetten/bestemmingsheffing AZV betreffende de maanden: augustus 2013, september 2013, oktober 2013, november 2013, december 2013, februari 2014, april 2014, mei 2014, juni 2014, juli 2014, augustus 2014, december 2014, februari 2015 tot en met december 2015,

niet binnen de gestelde termijn, immers in het geheel niet, heeft gedaan/ingediend, ten gevolge waarvan het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor het Land heeft kunnen ontstaan;

2. zij in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 12 oktober 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, 3 kopie kwitanties van de SVB Aruba (bijlage [nummer] tot en met [nummer]) en/of 7 kopie kwitanties van Departamento di Impuesto (bijlage [nummer], [nummer], [nummer], [nummer] tot en met [nummer]), zijnde elk een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, immers, heeft zij, verdachte, en/of haar mededader telkens valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op voornoemde geschriften – zakelijk weergegeven – vermeld en/of doen vermelden:

-bedragen die aan de SVB Bank Aruba en /of Servicio di Impuesto betaald zouden zijn door verdachte en/of het bedrijf van verdachte,

-kwitantienummers die niet voorkomen bij de SVB Bank Aruba en /of Servicio di Impuesto,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Opzettelijk niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte als bedoeld in artikel 6 van de Algemene landsverordening belastingen, terwijl het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat nadeel voor het Land kan ontstaan, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 68, tweede lid juncto eerste lid, aanhef en onder a, van die Landsverordening, zoals die luidde vóór 15 februari 2014, én bij artikel 68, tweede lid juncto eerste lid aanhef en onder a, van voormelde Landsverordening.

2. Valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim twee jaren meermalen nagelaten aangifte te doen van de door haar en/of haar eenmanszaak verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en belasting op bedrijfsomzetten. Als gevolg hiervan heeft verdachte de haar aan het Land Aruba verschuldigde geldbedragen niet overgedragen en het Land daarmee financiële schade berokkend. Door verdachtes handelwijze is ook de gehele samenleving fors benadeeld. Ook heeft verdachte de algemene belastingmoraal ernstig ondermijnd. Verdachte is erop uit geweest geldelijk gewin te behalen, zonder zich daarbij te laten weerhouden door de gevolgen.

Voorts heeft verdachte gedurende vijf maanden meermalen kwitanties van de Sociale Verzekerings Bank Aruba (SVB) en van de Belastingdienst valselijk opgemaakt, teneinde betalingen van Serlimar voor de door haar en/of haar eenmanszaak uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden, te bewerkstelligen. Verdachte heeft door deze gedraging financieel profijt getrokken en daarbij Serlimar benadeeld. Ook het vertrouwen dat burgers in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moeten kunnen stellen, is door verdachtes handelingen geschaad.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat zij niet eerder ter zake van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld. Ook in haar voordeel geldt dat zij openheid van zaken heeft gegeven.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur en een geldboete. Het gerecht zal de gevangenisstraf en een deel van de geldboete voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken. Voorts neemt het gerecht bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete in aanmerking verdachtes draagkracht, nu uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat financiële omstandigheden voor haar de reden waren om de onderhavige bescheiden valselijk op te maken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:54, 1:55, 1:58, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van vijfduizend florin (Afl. 5.000,-);

beveelt dat een gedeelte van dit bedrag, groot tweeduizend florin (Afl. 2.000,-) niet zal worden geëxecuteerd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van zestig (60) dagen. In geval van executie van het voorwaardelijk deel van de geldboete zal voor dat deel vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van veertig (40) dagen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.M. de Werd en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 6 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.