Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:954

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
E.J. 1603 van 2017 / AUA201701990
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Voorlopig getuigenverhoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 5 december 2017

Behorend bij E.J. 1603 van 2017 / AUA201701990

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

CARIBBEAN ACCOUNTING & TAX CONSULTANTS N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Catc,

gemachtigde: de advocaat mr. M.H.J. Kock,

tegen:

[Verweerder],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [verweerder],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift tevens tegenverzoek;

- de behandeling ter zitting van 24 oktober 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

[verweerder] was in dienst van Catc als tax-director.

2.2

Aan de arbeidsovereenkomst is eind februari 2017 een einde gekomen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Catc verzoekt een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.

3.2

Catc grondt het verzoek erop dat [verweerder] het non-concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding uit de arbeidsovereenkomst heeft geschonden.

3.3

[verweerder] voert hiertegen verweer. [verweerder] verzoekt bij wijze van tegenverzoek verklaring dat de bedingen niet van toepassing zijn en veroordeling van Catc tot betaling van omzetbonussen en schadevergoeding.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toewijsbaar is in de gevallen waarin bij de wet het bewijs door getuigen is toegelaten. Uitgangspunt daarbij is dat de feiten die verzoeker wil bewijzen betwist moeten zijn en tot een beslissing van de zaak kunnen leiden. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zal een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor door het gerecht moeten worden afgewezen als het gerecht van oordeel is dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt, dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde of dat het moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld, bezwaar. Voorts geldt ook bij de beoordeling van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor de in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde regel dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt.

4.2

De feiten die Catc in het voorlopig getuigenverhoor aan de orde wil stellen zijn voldoende duidelijk en kunnen relevant zijn voor het door Catc overwogen rechtsgeding. Het verzoek zal op die grond worden toegestaan.

4.3

[verweerder] heeft tegenverzoeken gedaan maar voor de behandeling daarvan moet voldoende verband bestaan met het oorspronkelijke verzoek (artikel 429h lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Nu het oorspronkelijk verzoek slechts strekt tot het horen van getuigen is dat verband in onvoldoende mate aanwezig. [verweerder] is daarom niet-ontvankelijk in zijn tegenverzoeken.

4.4

Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige al gemiddeld 45 minuten duurt als er niet getolkt hoeft te worden.

4.5

Het gerecht wijst partijen er op dat de getuige in beginsel in de Nederlandse taal wordt gehoord en zij zelf voor een tolk moeten zorg dragen die de taal van de te horen getuige en de Nederlandse taal voldoende machtig is. De partij die zelf een tolk meeneemt moet er rekening mee houden dat de rechter in beginsel een tolk die niet beroepshalve tolkt niet accepteert.

4.6

Het gerecht wijst erop dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen in strijd kan komen met de goede procesorde. Het horen van meer dan vijf getuigen (de partijgetuige daaronder begrepen) acht het gerecht in beginsel in strijd met de goede procesorde. In voorkomend geval zal het gerecht kunnen oordelen dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen gevolg heeft voor de proceskostenveroordeling, waaronder mede begrepen de hoogte van het bedrag waarop die kosten gebruikelijk worden begroot ingevolge het liquidatietarief zoals bekend gemaakt door het Gemeenschappelijk Hof.

4.7

Nu [verweerder] zich met betrekking tot het verzoek ter zitting in essentie heeft gerefereerd aan het oordeel van het gerecht zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Voor het tegenverzoek zijn geen aparte kosten gemaakt zodat daarvoor geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

op het verzoek

laat Catc toe tot het doen horen van getuigen met betrekking tot de vraag of [verweerder] een of meer bedingen in de arbeidsovereenkomst (het non-concurrentie-, relatie- en/of geheimhoudingsbeding) heeft geschonden;

bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van donderdag, 18 januari 2018 van 13:30 tot 16:00 in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat nr. 51 te Oranjestad,

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt;

op het tegenverzoek

verklaart [verweerder] niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen., rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.