Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:952

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
E.J. 1193 van 2017 / AUA201701601
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Voorlopig getuigenverhoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 5 december 2017

Behorend bij E.J. 1193 van 2017 / AUA201701601

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,

tegen:

de naamloze vennootschap

FATUM GENERAL INSURANCE ARUBA N.V. ,

en

[verweerster],

te Aruba,

hierna ook te noemen: Fatum c.s. respectievelijk Fatum en [verweerster],

gemachtigde: de advocaat mr. B.J. Huiskes.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de behandeling ter zitting van 24 oktober 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

[verzoeker] is op 18 juni 2010 als voetganger betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Naar stelling van [verzoeker] is [verweerster] aansprakelijk voor het ongeval. [verweerster] is tegen aansprakelijkheid verzekerd bij Fatum.

2.2

Bij uitspraak in kort geding van 19 augustus 2014 heeft het Hof een vonnis van de voorzieningenrechter in eerste aanleg bevestigd. In dat vonnis werd de vordering van [verzoeker] tot het betalen van een voorschot op schadevergoeding afgewezen. Kort gezegd was in kort geding het causaal verband tussen de door [verzoeker] gestelde schade en het ongeval onvoldoende aannemelijk gemaakt.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

[verzoeker] verzoekt over te mogen gaan tot het doen horen van getuigen.

3.2

[verzoeker] grondt het verzoek erop dat hij in een procedure tegen Fatum c.s. het causaal verband wil aantonen tussen de schade en het ongeval.

3.3

Fatum c.s. voeren hiertegen verweer, met verzoek tot veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

[verzoeker] heeft bewijs overgelegd van de omstandigheid dat hij de kosten van een procedure niet kan dragen. Hem zal toestemming worden verleend kosteloos te procederen.

4.2

Het gerecht stelt voorop dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toewijsbaar is in de gevallen waarin bij de wet het bewijs door getuigen is toegelaten. Uitgangspunt daarbij is dat de feiten die verzoeker wil bewijzen betwist moeten zijn en tot een beslissing van de zaak kunnen leiden. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor dient, ook als het overigens aan de eisen voor toewijzing voldoet, evenwel te worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt. Daarvan kan onder meer sprake zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten, alsmede op de grond dat het verzoek strijdig is met een goede procesorde, dan wel dat toewijzing van het verzoek moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld, bezwaar. Voorts bestaat geen aanleiding om het verzoek onttrokken te achten aan de in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde regel dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt.

4.3

[verzoeker] wenst getuigen te doen horen met betrekking tot de periode voorafgaande aan en die na het ongeval. In de tijd voor het ongeval, aldus [verzoeker], heeft hij gewoon deelgenomen aan het arbeidsproces en normaal gefunctioneerd. Als gevolg van het ongeval is dat aanzienlijk achteruitgegaan.

4.4

Naar oordeel van het gerecht komt het er in de kern op neer dat [verzoeker] door middel van getuigen het causaal verband tussen zijn medische toestand en het ongeval wil aantonen.

4.5

In dit stadium van het geding wordt vooralsnog misbruik van het middel van getuigenverhoor gemaakt. Zoals Fatum c.s. aangeven en ook het Hof in zijn vonnis in kort geding van 19 augustus 2014 heeft gesuggereerd (rechtsoverweging 4.5), ligt het voor de hand dat [verzoeker] eerst een (voorlopig medisch) deskundigenonderzoek laat doen naar het causale verband tussen zijn klachten en het ongeval. Fatum wil daaraan ook meewerken. Getuigen, waarvan niet gebleken is dat zij een medische achtergrond of deskundigheid hebben, kunnen daarom in dit stadium van het geding niet voldoende bijdragen aan het onderzoek naar het causaal verband. Als de deskundige dat nodig vindt voor zijn onderzoek kan hij hen bovendien als informant horen.

4.6

Tegenover de wens van [verzoeker] staan de kosten die met het horen van tien getuigen (de contra-enquĂȘte niet meegerekend) gemoeid zullen zijn en het beslag dat het horen van getuigen op de tijd van het gerecht legt.

4.7

Het verzoek wordt daarom afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [verzoeker] de proceskosten van Fatum c.s. moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

op het verzoek

verleent [verzoeker] toestemming kosteloos te procederen;

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Fatum worden begroot op Afl. 1.250, aan salaris van de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.