Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:934

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
04-12-2017
Zaaknummer
379 en 574 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Veroordeling. Diefstal, meerdere malen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel. Opzetheling. Gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek voorarrest, proeftijd 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 in de [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. D.G. Illes en V.A.V. Carlo.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadslieden hebben het woord ter verdediging gevoerd en de raadsman mr. D.G. Illes heeft tevens voor vrijspraak bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

In de zaak met parketnummer P-2017/02541

Inbraak [perceelnummer 1]

1. dat hij op of omstreeks 6 februari 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of een bij een woning behorend erf gelegen te [perceelnummer 1], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 jo. artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

Inbraken [naam appartement]

2. dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 1] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, onder meer heeft weggenomen

- een laptop (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een koptelefoon (van het merk [merk]) en/of

- een portemonnee onder meer inhoudende een (of meer) Amerikaanse rijbewijs/rijbewijzen en/of een (of meer) kredietkaart(en) en/of US$ 7,=, althans een hoeveelheid geld,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 jo. artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba,

- een laptop (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een koptelefoon (van het merk [merk]) en/of

- een portemonnee onder meer inhoudende een (of meer) Amerikaanse rijbewijs/rijbewijzen en/of een (of meer) kredietkaart(en) en/of US$ 7,=, althans een hoeveelheid geld,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 2:397, althans artikel 2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

3. dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 2] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen een (hand)tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 jo. artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

4. dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 3] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen

- een hemd (van het merk [merk]) en/of

- een korte broek (van het merk [merk]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 jo. artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba, een hemd (van het merk [merk]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van dat hemd wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:397, althans artikel 2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

Inbraak [naam hotel]

5. dat hij in of omstreeks de periode van 8 maart 2017 tot en met 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten een kamer van de [naam hotel], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een portemonnee met inhoud,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], zijnde (een) toerist(en) die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was/waren, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 jo. artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:397, althans artikel 2:399 van het Wetboek van strafrecht)

In de zaak met parketnummer P-2017/00685

dat hij in of omstreeks de periode van 26 december 2016 tot en met 20 januari 2017 in Aruba, een mobiele telefoon (van het merk [merk] en model [model]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:397 jo artikel 2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

In de zaak met parketnummer P-2017/02541

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het als feit 1 tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Overwegingen ten aanzien van de vrijspraak

Op 7 februari 2017 doet [slachtoffer 1] aangifte van diefstal van haar [model].

Verbalisanten hebben de videobeelden van de beveiligingscamera’s bekeken en herkennen verdachte onmiddellijk. Het gerecht heeft de videobeelden eveneens bekeken en heeft geconstateerd dat de beelden van de onbekende man onduidelijk zijn. Het is onbekend op grond waarvan verbalisanten zo stellig beweren dat deze onbekende manspersoon het verdachte is. Het proces-verbaal biedt op dit punt geen duidelijkheid. Uitgezonderd de aangifte is er geen ander wettig bewijsmiddel in het dossier, zodat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte in de zaak met parketnummer P-2017/02541 het tenlastegelegde als feit 2, 3, 4 en 5 alsmede het in de zaak met parketnummer P-2017/00685 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht:

In de zaak met parketnummer P-2017/02541

Feit 2

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 1] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, onder meer heeft weggenomen

- een laptop (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een koptelefoon (van het merk [merk]) en/of

- een portemonnee onder meer inhoudende een (of meer) Amerikaanse rijbewijs/rijbewijzen en/of een (of meer) kredietkaart(en) en/of US$ 7,=, althans een hoeveelheid geld,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 3

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 2] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen een (hand)tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 4

dat hij op of omstreeks 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten kamernummer [kamernummer 3] van de [naam appartement], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen

- een hemd (van het merk [merk]) en/of

- een korte broek (van het merk [merk]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], zijnde een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 5

dat hij in of omstreeks de periode van 8 maart 2017 tot en met 9 maart 2017 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of op een bij een woning behorend erf, te weten een kamer van de [naam hotel], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning en/of op dat erf, vertoefde, heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (van het merk [merk], model [model]) en/of

- een portemonnee met inhoud,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], zijnde (een) toerist(en) die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was/waren, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

In de zaak met parketnummer P-2017/00685

dat hij in of omstreeks de periode van 26 december 2016 tot en met 20 januari 2017 in Aruba, een mobiele telefoon (van het merk [merk] en model [model]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5. Bewijsoverwegingen

In de zaak met parketnummer P-2017/02541

[naam apartments] kamers [kamernummer 1], [kamernummer 2] en [kamernummer 3]

*Op 9 maart 2017 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal. Hij verbleef samen met zijn gezin als toerist in kamernummer [kamernummer 1] [naam appartement], [adres]. Hij werd rond 05.00 uur wakker doordat een bericht binnenkwam van de politie, waarin hem werd meegedeeld dat zij zijn laptop in bezit hadden. Bij controle in de woonkamer ontdekte hij dat zijn laptop [merk] [model] er niet meer lag. Ook ontbrak koptelefoon van het merk [merk], een roze kleurige mobiele telefoon van het merk [merk] [model], een bruinkleurige portemonnee, inhoudende twee Amerikaanse rijbewijzen, twee creditkaarten en 7 USD.

*Op 9 maart 2017 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van diefstal. Hij verbleef samen met zijn vrouw in [naam appartement], kamernummer [kamernummer 2]. Hij ontdekte op 9 maart 2017 dat de handtas van zijn echtgenote gestolen was. Deze handtas werd later naast het zwembad teruggevonden. Zijn vrouw mist USD 20,00 uit haar handtas.

*Op 9 maart 2017 deed [slachtoffer 4] aangifte van diefstal. Hij verbleef samen met zijn vrouw in [naam appartement] kamer [kamernummer 3]. Hij werd rond 01.00 uur wakker omdat hij buiten geluid hoorde. Hij ging kijken en ontdekte dat een donkerblauw hemd van het merk [merk] en een zwarte korte broek van het merk [merk], die buiten aan een rek hingen, weg waren.

*Uit het proces-verbaal bevindingen d.d. 9 maart 2017 van verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] volgt dat zij naar aanleiding van een melding omstreeks 01.15 uur naar [adres] reden, omdat daar een verdachte groene sportauto met kenteken [kentekennummer] was gesignaleerd. Ter plekke aangekomen kwam de getuige [naam getuige] uit [adres] gelopen. Hij was degene die de politie had gebeld in verband met het verdachte voertuig. Ook had hij gezien dat een man weg rende toen verbalisanten langs reden en omkeerden. De man was kort van stuk en gekleed in een donkerkleurig T-shirt en hij had een pet op. Verbalisanten zijn de ‘verdachte’ auto achterna gereden en ter hoogte van [naam appartement] kamer [kamernummer 4] zagen zij deze auto stoppen. Er stapte een man met donkerkleurig T-shirt en een pet op in de auto. Deze man voldeed aan het signalement van de getuige [naam getuige]. Verbalisanten gaven de bestuurder een stopteken, doch deze negeerde dit. Uiteindelijk stopte de bestuurder ter hoogte van […] en drie personen stapten uit, waaronder verdachte, [bestuurder] (bestuurder) en [derde persoon]. Verbalisant keek in de auto en zag een zilveren tablet op de vloer achterin de auto liggen. De auto bleek van de vrouw van [bestuurder[ te zijn. Met toestemming van [bestuurder] hebben verbalisanten de auto doorzocht en troffen zij diverse inbrekerswerktuigen aan, zoals schroevendraaier en nijptang. Onder de linker voorstoel troffen verbalisanten een grijze koptelefoon van het merk [merk] aan, twee opladers, tussen de rechter voorstoel en het middensteunstuk, een goudkleurige mobiel van het merk [merk], een witte zonnebril, twee hoesjes met zonnebrillen, en op het middensteunstuk een zwarte [merk] card reader en een scandisk [model]. Achter de achterbank werd een roze mobiele telefoon van het merk [merk] aangetroffen. De auto is na de inbeslagname nader onderzocht omdat verbalisanten de kofferbak in eerste instantie niet open kregen. Bij de tweede doorzoeking werden tevens een donkerblauw shirt, twee Amerikaanse rijbewijzen, twee Amerikaanse creditcards, USD 7,- en een donkerblauwkleurig hemd van het merk [merk] aangetroffen en in beslag genomen.

In de schoudertas van verdachte werden diverse voorwerpen gevonden, waaronder juwelen en een zwarte cellulair, doch deze kunnen niet in verband worden gebracht met de onderhavige aangiftes.

*Uit het proces-verbaal herkenning goederen volgt dat aangever [slachtoffer 4] het in de auto aangetroffen donkerblauwe hemd van het merk [merk] herkende. Aangever [slachtoffer 2] herkende de inbeslaggenomen laptop [merk] [model], de roze kleurige mobiel van het merk [merk] [model], de koptelefoon van het merk [merk], de twee Amerikaanse rijbewijzen en de credit cards.

*Uit het proces-verbaal bevindingen volgt dat de bestuurder van de auto [bestuurder] was en dat de tweede mannelijke inzittende kort voor zijn aanhouding was ingestapt ter hoogte van [naam appartement] kamernummer [kamernummer 4]. Aangezien de mannelijke inzittende verdachte was, staat vast dat het verdachte was, die kort na de inbraken bij [naam appartement] ter plaatse aanwezig was. Nu verdachte korte tijd nadat de drie inbraken in [naam appartement] hadden plaats gevonden werd aangehouden en in de (vlucht)auto diverse goederen werden aangetroffen die kort daarvoor gestolen waren, is de conclusie gerechtvaardigd dat het verdachte is geweest die de inbraken bij [naam appartement] kamernummers [kamernummer 1], [kamernummer 2] en [kamernummer 3] heeft gepleegd.

Bewijsoverweging inbraak [naam hotel]

Op 9 maart 2017 deed [slachtoffer 5] aangifte van diefstal uit zijn kamer nummer [kamernummer 4] bij [naam hotel]. Hij verbleef daar samen met zijn echtgenote. Op 8 maart 2017 hadden zij het appartement afgesloten en op 9 maart 2017 omstreeks 08.30 uur kon zijn echtgenote haar mobiele telefoon, een witte [model] met een doorzichtig hoesje met mond (kus) niet vinden. Aangever kon zijn donkerblauwe [merk] portemonnee niet vinden, waarin USD 150, AWG 250, een rijbewijs en een ABN AMRO-bankpas.

*Uit het proces-verbaal herkenning van de [model] door aangever, volgt dat hij door middel van het intoetsen van de toegangscode toegang kreeg tot de bij verdachte in beslag genomen [model] en aldus wist dat het om zijn mobiele telefoon ging.

*Nu verdachte kort na de diefstal werd aangehouden met dit gestolen goed bij zich, is de conclusie gerechtvaardigd dat het verdachte is geweest die de diefstal heeft gepleegd. Daar komt bij dat verdachte geen alternatieve verklaring heeft gegeven voor het feit dat deze telefoon bij hem werd aangetroffen.

In de zaak met parketnummer P-2017/00685

Op 26 december 2016 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan van inbraak in haar personenauto gepleegd op 26 december 2016 tussen 16.00 en 17.00 uur. Onder meer is weggenomen een wit mobieltje van het merk [merk] [model] met twee simkaarten. Op 7 januari 2017 is de politie gebeld door de zus aan aangeefster met de mededeling dat een onbekende man de telefoon van haar zus in gebruik had. Op de foto van de whatsappapplicatie zag zij een foto van deze man. Verbalisanten hebben een screenshot genomen van die foto en deze aan de Divisie Algemene Recherche Oranjestad gebracht met vragen of iemand deze man kende. Bij het tonen van de foto verklaarde een collega agent dat dit verdachte was. Toen verdachte werd aangehouden verklaarde hij dat hij deze telefoon twee maanden daarvoor bij [zaak] had gekocht. Deze verklaring is leugenachtig, omdat aangeefster op 26 december 2016 nog beschikte over haar telefoon. Bovendien kon aangeefster de aankoopnota van [zaak] tonen, waaruit blijkt dat het imeinummer van de door haar gekochte telefoon overeenstemde met de bij verdachte aangetroffen telefoon. Verdachte heeft aldus gelogen over de herkomst van de telefoon. Nu verdachte bewust in strijd met de waarheid heeft verklaard, acht het gerecht overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2017/02541

Diefstal, meerdere malen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht

In de zaak met parketnummer P-2017/00685

Opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:397 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

6 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

7 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks inbraken in twee toeristen accommodaties. Niet alleen heeft dit de betrokken toeristen een nare tijd in Aruba bezorgd, het bezorgt Aruba, als vakantiebestemming en ‘one happy island’ een slechte naam. Verdachte laat zich puur leiden door eigen belang. Daar komt bij dat zijn proceshouding te wensen over laat en hij op geen enkele wijze bereid is om schoon schip te maken.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd. Een gedeelte van die straf zal voorwaardelijk worden opgelegd, in de hoop dat deze stok achter de deur verdachte zal weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten gedurende de proeftijd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld, laatstelijk in 2016.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Inbeslaggenomen voorwerp(en)

Niet in staat te beslissen

Het gerecht acht zich niet in staat te beslissen over de in beslag genomen voorwerpen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

10.1

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

10.2

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

10.3

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

10.4

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

10.5

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

10.6

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;

10.7

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

10.8

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 29 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.