Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:889

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
14-11-2017
Zaaknummer
A.R. 1053 van 2014 / AUA201400123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel, Renovatie Mainstreet, aanneemovereenkomst, vaststellingsovereenkomst, buitengerechtelijke ontbinding, schuldeisersverzuim, bankgarantie, bestekwijziging, redelijkheid en billijkheid, verrekend minderwerk, (gerechtvaardigde) vertraging, (veronderstelde) wanbetaling, bouwtijdverlenging, niet voldoende overzichtelijk aangeeft, vertragingsboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 8 november 2017

Behorend bij A.R. 1053 van 2014 / AUA201400123

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

MANTBRACA CORPORATION N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Mantbraca,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

LAND ARUBA,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Land Aruba,

gemachtigde: de advocaat mr. J.P. Sjiem Fat.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord in conventie,

- de conclusie van repliek in conventie,

- de conclusie van dupliek in conventie,

- de akte uitlating producties;

- de pleitnota van Mantbraca;

- de pleitnota van Land Aruba;

- de aantekeningen van de zitting van 9 mei 2016 met daaropvolgend de bezichtiging van de Caya Betico Croes in aanwezigheid van partijen.

De zaak is daarna aangehouden in verband met onderhandelingen tussen partijen en vervolgens verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Bij brief van 6 augustus 2012 is aan Mantbraca gegund het project Renovatie Mainstreet Oranjestad (verder: het project). Een en ander volgens bestekken van Inarch N.V. (nr. 722-03-03, dg 2012 en PIB1 nr. P-1127A, tekeningen en nota’s van inlichting, voor een bedrag van Afl. 13.749.116,76. Het Inarchbestek bestond, grosso modo, uit het leggen van vloerafwerkingsmateriaal/klinkers en natuurstenen (limestone) in wegen en wandelpaden, landscaping (plantsoenen) en aanleg van “accessoires”, het aanbrengen van verlichting, fonteinen en podium/technische ruimte, het bouwen van kiosken en toiletten, het installeren van straatmeubilair en “accessoires”, het oprichten van parasols, verkeerzuiltjes en het bouwen van vuilnisophaalruimtes op het Plaza Daniel Leo, de Caya Betico Croes tot de Adriaan Lacle Boulevard, inclusief de zijstraten: Havenstraat, Hendrikstraat, Oranjestraat, Waterweg, Nieuwestraat, Ooststraat en Zandstraat (gedeeltelijk). Een en ander onder directie van die Dienst Openbare Werken van Land Aruba (verder: DOW).

2.2

Voor zover van belang bepaalt het bestek het volgende:
103.6 Schrikhekken, tijdelijke afschot(t)en, leuningen, schotplanken e.d. plaatsen waar de veiligheid van op het werk aanwezige personen, voetgangers en overige verkeer in gevaar gebracht worden.
(…)
104.3 Waarin het bestek een fabricaat of bepaalde uitvoering is voorgeschreven, is geen gelijkwaardig fabriekaat of uitvoering toegestaan, mits [lees: tenzij] dit gelijkwaardig fabricaat of uitvoering is goedgekeurd door de directie.
(…)
108.1 De verantwoording voor de bewaking van alle opgeslagen materialen, loodsen, keten en materieel berust geheel bij de aannemer.
108.2 De aannemer is ook verantwoordelijk voor schade aan het project vanaf de dag van gunning tot en met de eerste oplevering.
(…)
115.1 Op dit werk zijn van toepassing als waren zij letterlijk in dit bestek opgenomen:
a. De Uniforme Administratieve Voorwaarden UAV-1989 en de UAVTI 1992.
(…)
118.1 Het werk zal binnen 153 werkbare dagen na datum van aanvang worden opgeleverd.
118.2 De aannemer dient rekening te houden met [een] onderhoudstermijn van [de] groenvoorziening van 1 jaar, en 6 maanden onderhoudstermijn voor de infrastructuur nadat het project is opgeleverd.
(…)
119.3 Fasering
1.La Linda – Hendrikstraat
2. Hendrikstaat – Oudeschoolstraat
3. Oudeschoolstraat – Plaza Commercio
4. Kazernestraat
Bij iedere fase dient de aannemer rekening te houden met de nodige afzetting/afrastering ter voorkoming van gevaar voor de voetgangers. Voorts dienen alle ingangen van alle panden toegankelijk te blijven vanaf de trambaan middels gemarkeerde looppaden/bruggen.
Oplevering per bovengenoemde fase 1 t/m 4 is toegestaan onder voorwaarde dat de fase geheel opleveringsklaar is, m.a.w. alle systemen in werking zijn en beplanting, bestrating en straatmeubilair zijn aangebracht.
(…)
123.1.1 De betalingen

123.1 Betalingen.

123.1.1 De betalingen van de kale aanneemsom zullen in maandelijkse

termijnen geschieden al naar gelang de voortgang van het werk. Naarmate het werk vordert zal de vaststelling van de uit te betalen bedragen geschieden aan het eind van iedere maand. De grootte van een termijn zal worden vastgesteld aan de hand van, per onderdeel, verwerkte bedragen, die uitgedrukt worden in percentages van de totaal te verrichten werkzaamheden, overeenkomstig de door de directie goedgekeurde betaalstaat. Van het goedgekeurde bedrag zal steeds 95% per declaratie betaalbaar worden gesteld, nadat deze verminderd is met hetgeen dan reeds voor het voorgaande termijn als verwerkte bedrag is uitbetaald. Bij de oplevering van het werk zal in totaal 95% van de kale aanneemsom betaalbaar worden gesteld. De resterende 5 % van de kale aanneemsom wordt aan het eind van de onderhoudstermijn betaalbaar gesteld indien de aannemer aan al zijn verplichtingen heeft voldaan. Indien er geen onderhoudstermijn voorgeschreven is, komt deze inhouding vrij met de oplevering van het werk, indien de aannemer aan al zijn verplichtingen heeft voldaan.

123.1.2 De facturen van de opdrachtnemer moeten zijn gericht aan de

Stichting Fonda Desaroyo Aruba (FDA), door tussenkomst van de Dienst Openbare Werken (DOW). Op de facturen dient te worden vermeld: het projecttitel (conform opdracht), het projectnummer (verplichtingennummer of te geven door de Stichting FDA), het verrichte werk, de in rekening gebrachte bedragen etc., Binnen vijf (5) werkdagen nadat de Dienst Openbare Werken de facturen akkoord heeft bevonden, worden deze ter goedkeuring en uitbetaling naar de Stichting FDA verstuurd. De uitbetaling zal geschieden binnen dertig (30) kalenderdagen na ontvangst en .

(…)
124.3 Kortingen.

De korting zoals bedoeld in par. 42 van de UAV - 1989 bedraagt 1 % (promille) van de aanneemsom, met een minimum van Afl. 500,=, per kalenderdag. Het toepassen van dit kortings-artikel ontneemt de opdrachtgever geenszins het recht de aannemer voor volledige schadevergoeding aan te spreken. Hieronder vallen ook de bijkomende kosten voor directie en toezicht bij overschrijding van de inschrijvingsduur. De aannemer dient hierbij te rekenen op Afl. 1500,= per werkdag. Het bedrag voortvloeiende uit deze bijkomende directie en toezicht dient rechtstreeks aan de opdrachtgever te worden afgedragen. De aannemer wordt verder geattendeerd op de sanctiemogeiijkheid genoemd in art. 102.4.

2.3

Mantbraca is op 16 augustus 2012 begonnen met de uitvoering van het werk.

2.4

De opdracht is daarna aangepast in die zin dat er meer- en minderwerk is overeengekomen. Het werk is niet opgeleverd na 153 werkbare dagen na 16 augustus 2012, zijnde 23 april 2013.

2.5

Op 28 november 2012 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. De inhoudt daarvan luidt, voor zover van belang:

Binnen het kader van het project "Revitalisatie van de Binnenstad van Oranjestad" is bij brief van 6 augustus 2012, nr. DOW12/U-2147 het werk "Renovatie Mainstreet Oranjestad" (Streetscape) conform de bestekken INARCH NV nr. 722-03-03, dj. 2012, PIB nr. P-1127A, tekeningen en nota van inlichtingen aan Mantbraca Corporation NV gegund ter uitvoering.

Ingevolge bovenvermelde bestekken dient het werk in april 2013 geacht te zijn

opgeleverd. Overwegende dat de eerste aanbesteding vanwege de hoge prijzen bij de inschrijvingen is beëindigd is er een vertraging opgelopen in de gunning van het project en kon derhalve geen aanvang worden gemaakt met het werk in april 2012 en dit op te leveren in december 2012 zoals aanvankelijk gepland.

Aan Mantbraca Corporation NV is verzocht om al het mogelijke te doen om samen met DOW het gedeelte van de Caya Betico Croes gelegen tussen La Linda en Burger King en de beklinkering van de trambaan uiterlijk 15 december 2012 op te leveren teneinde enerzijds de toegankelijkheid van de winkelstraat voor zowel de lokale bevolking als de toeristen in de feestdagen te waarborgen en anderzijds de functionering van de winkelstraat te stimuleren. Dit heeft gevolgen voor Mantbraca omdat zij thans meerdere ploegen tegelijkertijd moet inzetten. Het Land Aruba is bereid deze meerkosten te vergoeden mits het werk uiterlijk op 15 december 2012 wordt opgeleverd.

Ondergetekenden, de Minister van Integratie, Infrastructuur en Milieu, handelende namens Land Aruba en de heer [naam X], handelende namens Mantbraca Corporation NV komen het volgende overeen:

• Deel 1: het deel van het project "Renovatie Mainstreet Oranjestad" vanaf La Linda, plaatselijk bekend als Caya Betico Croes 3, tot en met Burger King, plaatselijk bekend als Caya Betico Croes 81 met uitzondering van de zijstraten, zoals aangegeven op bijgaande tekening zullen de volgende werkzaamheden zijn afgerond:
• de aanleg van de ondergrondse leidingen;

• de aanplanting van bomen en installatie van de plantenbakken;

• het bedekken van het zand met klinkers en natuurstenen, met dien verstande dat indien de natuurstenen niet tijdig kunnen worden geleverd, de straatbedekking zal worden afgerond met klinkers. Dit uitgezonderd de aanleg van natuurstenen op de betonnen plantbakken;

Indien Land Aruba op een later tijdstip de klinkers wenst te vervangen met natuurstenen conform bovenvermeld bestek, dan zal Land Aruba deze klinkers verwijderen opdat Mantbraca Corporation NV de natuurstenen kan plaatsen; Land Aruba zal ervoor instaan dat er geen vertragingen zullen optreden vanwege het niet tijdig afronden van werkzaamheden van of door overheidsdiensten en/of overheidsgerelateerde bedrijven en gaat hierbij akkoord dat Mantbraca Corporation NV haar werkzaamheden voortzet zonder dat beoogde werkzaamheden zijn afgerond;

Mantbraca Corporation NV verplicht zich hierbij dat alle schade die zij berokkent aan kabels en leidingen van de nutsbedrijven en/of overheidsdiensten zal herstellen c.q. laten herstellen door derden alvorens de werkzaamheden worden voortgezet en geen aansprak kan worden gemaakt op oponthoud als gevolg hiervan;

Deel 2: de trambaan wordt volledig beklinkerd zowel in de volle lengte als de breedte vanaf La Linda, plaatselijk bekend als Caya Betico Croes 3, tot en met Burger King, plaatselijk bekend als Caya Betico Croes 81 zoals aangegeven op bijgaande tekening;

De hiervoor genoemde delen 1 en 2 moeten op 15 december 2012 gereed zijn;

Dat het Land Aruba de extra kosten ten bedrage van Afl. 400.000,00 aan

Mantbraca Corporation NV zal vergoeden slechts als de voornoemde delen van het werk uiterlijk op 15 december 2012 conform de bestekken INARCH NV nr. 722-03-03, di. 2012 en PIB nr. P-1127A met tekeningen en nota van inlichtingen zijn opgeleverd met dien verstande dat deze datum verschoven zal worden met de regenuren conform de U.A.V. paragraaf 8, lid 2 en "force majeur" gebeurtenissen; De bovenvermelde betaling dient uiterlijk 30 december 2012 op de bankrekening van Mantbraca Corporation NV te worden voldaan mits de delen 1 en 2 gereed zijn op 15 december 2012 en de factuur uiterlijk 17 december 2012 wordt ingediend; Dat Mantbraca Corporation NV en Land Aruba een nauwe samenwerking zullen aangaan opdat de oplevering van de hiervoor genoemde delen wordt bereikt zonder dat er significante overlast wordt bezorgd aan de winkeliers, bezoekers (toeristen en lokale bevolking) en het verkeer in Oranjestad; Dat er op dag basis de werkzaamheden worden gepland en de zich voordoende problemen gezamenlijk worden verholpen;

Dat Mantbraca Corporation NV zorg dient te dragen, dat bij de uitvoering van het werk structureel een persoon aanwezig is, die over de nodige werkervaring beschikt om aanwijzingen en/of instructies van de directie op te volgen en deze onverwijld kan overbrengen aan het personeel van Mantbraca Corporation NV;

2.6

Vanaf december 2012 is de tram door de Caya Betico Croes gaan rijden.

2.7

Op 12 december 2013 heeft Land Aruba de bankgarantie ingeroepen.

2.8

Op 24 januari 2014 is het werk in aanwezigheid van vertegenwoordigers van Mantbraca en Land Aruba geïnspecteerd. Naar aanleiding daarvan is een opnamerapport (punchlist) opgesteld met 82 items (DOW-lijst van 31 januari 2014). Op 29 januari 2014 zijn de technische installaties geïnspecteerd. Dat levert een opnamerapport op met meerdere (123) werkzaamheden die nog zouden moeten worden uitgevoerd (PIB-lijst van 31 januari 2014).
Op 8 april 2014 is het werk nogmaals opgenomen. Die punchlist omvat 52 items.

2.9

In notulen van een bouwvergadering van 27 januari 2014 waarbij diverse betrokken partijen vertegenwoordigd waren staat in dit verband:
Scope of work
Mantbraca
The scope of work was revised during the execution of the project to the extent that the project does not constitute the same project as originally contracted and the afore contributed to delays in the execution of the project.
Delivery of date project
DOW FDA and INFRA
Based on the performance of Mantbraca the original delivery date was revised. However, Mantbraca did not meet the delivery date established and neither did Mantbraca comply with their own adjusted time schedule. Bilaterally the delivery date (deadline) was established as of July 30th, 2013. Whereby DOW indicated that more manpower is necessary. Mantbraca did not meet this date again and consequently scheduled that they were going to complete the works on September 6th, 2013. Again they did not meet this date and subsequently rescheduled and informed DOW/Land Aruba that they will complete this project November 21st, 2013. Mantbraca did reschedule, as a result of poor performance due to lack of manpower, once more and informed that they will complete the project by December 13th, 2013. Mantbraca did not meet this date again. Mantbraca was properly informed, that the delivery date was established on July 30th, 2013 and as such was put in default for which consequently the penalty will be applied starting July 31st, 2013.
Mantbraca:
The delivery date of the projects needs to coincide with the changes of the scope of the project and the other factors including relevant factors, amongst other delays due to the delivery of materials by vendors indicated by the government of Aruba.
Mantbraca: The project can be received and the pending works performed during the maintenance period.

2.10

Bij brief van 17 april 2014 heeft Land Aruba de overeenkomst gedeeltelijk buitengerechtelijk ontbonden.

2.11

Onder Land Aruba, althans de FDA die de financiële stromen in verband met het project beheerst, zijn diverse derdenbeslagen ten laste van Mantbraca gelegd.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Mantbraca vordert, uitvoerbaar bij voorraad:
(i) veroordeling van Land Aruba tot betaling van Afl. 1.870.639, (facturen 1106, 1108, 1073, 1077, 1083, 1097, 1118, 1120, 1122, 1121, 1117, 1134, 1128);
(ii) veroordeling van Land Aruba tot betaling van Afl. 110.000, (resterende som in verband met de vaststellingsovereenkomst);
(iii) veroordeling van Land Aruba tot betaling van Afl. 118.567, (facturen 1080, 1086);
(iv) veroordeling van Land Aruba tot betaling van Afl. 620.786, (overeengekomen betaling onderhoudstermijn);
(v) veroordeling van Land Aruba oplevering van het werk per 3 december 2013 te accepteren;
(vi) veroordeling van Land Aruba tot terugbetaling van de onder de bankgarantie geïnde gelden ad Afl. 1.374.912,;
(vii) Land Aruba te verbieden enige korting of inhouding toe te passen op de betaling van de hiervoor genoemde bedragen;
(viii) voor recht te verklaren dat Land Aruba wanprestatie heeft gepleegd met veroordeling tot betaling van schade nader op te maken bij staat;
(ix) voor recht te verklaren dat de buitengerechtelijke ontbinding door Land Aruba nietig is;
(xii) veroordeling van Land Aruba tot betalen van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de verschuldigde hoofdsom;
(x) veroordeling van Land Aruba in de proceskosten.

3.2

Mantbraca grondt de vordering erop dat Land Aruba gehouden is de overeenkomst van aanneming na te komen en Mantbraca schade heeft geleden doordat Land Aruba dat niet heeft gedaan.

3.3

Land Aruba voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Mantbraca in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

Juridisch kader

4.1

Land Aruba beroept zich er – samengevat – op dat het werk vertraagd is en door Mantbraca niet geheel maar tot 95% afgemaakt werd2. Dat het werk niet helemaal klaar is erkent Mantbraca. Volgens haar is het werk vanaf november 2013 echter voor 99% klaar en heeft Land Aruba oplevering verhinderd omdat zij de overeenkomst ten onrechte buitengerechtelijk ontbond. Sinds 3 december 2013 dringt Mantbraca op oplevering aan.

4.2

Gezien dat standpunt moet Mantbraca, als de partij die zich op het rechtsgevolg van de volledige uitvoering van de overeenkomst beroept - te weten de nakoming door Land Aruba van de daardoor ontstane verbintenis tot betaling van de aanneemsom voor het opgedragen en uitgevoerde werk - gemotiveerd stellen en bij betwisting van de aan de stellingen ten grondslag gelegde feiten bewijzen, dat het aangenomen werk opgeleverd kan worden, althans de omstandigheid dat dit (nog) niet kan aan Land Aruba toerekenbaar is. Gegeven de omstandigheid dat Mantbraca erkent, dat het werk nog niet klaar is (ook 99% is immers geen 100%) is dan de vraag of Land Aruba ten onrechte weigert om Mantbraca in staat te stellen het werk af te maken en de oplevering te accepteren. Anders gezegd, of Land Aruba daardoor in schuldeisersverzuim in de zin van artikel 6:58 BW verkeert met de daaraan verbonden gevolgen, waaronder het gevolg dat Land Aruba de overeenkomst niet kan hebben ontbonden omdat Mantbraca niet in verzuim is geweest (artikel 6:61 BW) en zich niet op opschorting van zijn betalingsverplichting voor zover die wel is ontstaan kan beroepen. De stelplicht ligt op dat punt op Mantbraca.

4.3

In het algemeen stelt Mantbraca daartoe dat “het Project en de fases” voortdurend door Land Aruba werden aangepast, andere aannemers vertraagd opleverden waardoor Mantbraca niet verder kon werken, er leverings- en kwaliteitsproblemen waren met door Land Aruba aangewezen leveranciers van (bouw)materialen en Land Aruba te laat betaalde waardoor Mantbraca op haar beurt de leveranciers niet op tijd kon betalen die dan vervolgens weer niet of te laat bouwmaterialen leverden. Land Aruba brengt ook ten onrechte bepaalde werkzaamheden onder het oorspronkelijk aangenomen werk in plaats van het onderhoud daarvan.
Verder voert Mantbraca nog aan dat Land Aruba ten onrechte de bankgarantie onder meer heeft ingeroepen voor het verrekenen van kortingen wegens vertraging in de oplevering van het werk.
Concrete klachten met betrekking tot de vertraging

4.4

Concreter stelt Mantbraca dat (a) MNO Vervat vertraagd was met het aanleggen van de trambaan zodat Mantbraca niet verder kon werken. Land Aruba ontkent voorgaande gemotiveerd. De trambaan is op 4 oktober 2012 conform bestek opgeleverd. Door Mantbraca wordt hierop bij repliek of pleidooi niet voldoende concreet gereageerd zodat het gerecht de stelling als onvoldoende gemotiveerd zal passeren. De stelling dat MNO Vervat de aan haar aanbesteedde werkzaamheden eind 2013 opleverde in plaats van in 2012 wordt niet onderbouwd. Dat kan vertraging aan de kant van Mantbraca niet rechtvaardigen.

4.5

Mantbraca betoogt verder (b) dat Land Aruba is afgeweken van de geplande lineaire fasering van de bouw in vier delen3. Waar Mantbraca dat koppelt aan vertraging bij het aanleggen van de tramrails deelt die stelling het lot van de hiervoor besproken stelling. Volgens Mantbraca is de planning verder aangepast onder druk van exploitanten van winkels in de Caya Betico Croes. Dat levert volgens Mantbraca in de conclusie van repliek en haar pleidooi een bestekwijziging op in de zin van artikel 36 UAV.

4.6

Dat betoog gaat eraan voorbij dat partijen bij vaststellingsovereenkomst van 27 november 2012 nadere afspraken hebben gemaakt over de volgorde van de uit te voeren werkzaamheden en daarbij zijn overeengekomen, dat Mantbraca het in die overeenkomst afgesproken deel van het werk op 15 december 2012 tegen betaling van Afl. 400.000, extra zou opleveren. Mantbraca heeft bij die gelegenheid kennelijk niet het voorbehoud gemaakt dat dit voor de andere fases die geen of slechts deels een onderwerp van de vaststellingsovereenkomst waren op een bestekwijziging neerkwam met de daar in artikel 36 UAV verboden gevolgen. Mantbraca heeft onder die omstandigheden het recht verwerkt zich nu op de wijziging in de volgorde en/of omvang van ‘de fases’ te beroepen met de daaraan volgens Mantbraca verbonden gevolgen.

4.7

Mantbraca wijst er in het inleidende verzoek (c) op dat er tussen 16 april 2012 en eind november 2013 sprake was van 43 niet werkbare dagen in verband met de regen.
Bij conclusie van antwoord heeft Land Aruba aangevoerd dat met deze niet werkbare dagen al rekening werd gehouden bij het bepalen of het werk vertraagd werd. Op dat aspect en het gevolg daarvan voor de vordering heeft Mantbraca in de conclusie van repliek onder 3.69 niet voldoende gemotiveerd gereageerd waarbij het gerecht opmerkt dat Mantbraca plotsklaps 145 regendagen opvoert terwijl het inleidend verzoek van veel minder uitgaat; zo te zien allemaal op basis van dezelfde productie. Het is aan Mantbraca, die zich op de rechtvaardiging van de vertraging beroept, om aan te geven met welke regendagen nog geen rekening werd gehouden door Land Aruba. Ook in de pleitnota van Mantbraca onder 17 wordt niet duidelijk weersproken dat Land Aruba met de regendagen al rekening heeft gehouden. Deze rechtvaardiging voor de vertraging gaat dus niet op.

4.8

In wezen in samenhang met de stelling dat op verlangen van Land Aruba werd afgeweken van de lineaire planning (zie hierboven met betrekking tot b) voert Mantbraca aan (d) dat Land Aruba eiste, dat de winkelstraat voor het seizoen december 2012 voor het publiek toegankelijk moest zijn. DOW zou de door Mantbraca geplaatste klinkers na afloop van het kerstseizoen verwijderen. Dat heeft DOW niet gedaan. Mantbraca moest dat doen. Daarnaast koste het daardoor veel moeite om natuurstenen en klinkers zonder hoogteverschil te leggen. Het in verband hiermee in de vaststellingsovereenkomst genoemde meerwerk (Afl. 400.000,) is tot een bedrag van Afl. 110.000, niet betaald.

4.9

Zoals het gerecht al overwoog zijn partijen in dit verband op 28 november 2012 overeengekomen dat het in die vaststellingsovereenkomst bepaalde deel van het werk, de Caya Betico Croes vanaf La Linda tot en met Burger King, met (tijdelijk bedoelde) aanpassingen waar het klinkers in plaats van natuursteen betreft, klaar zou zijn op 15 december van dat jaar. Voor zover Mantbraca zich erop beroept dat door deze wijziging in het werk vertraging is opgetreden geldt hetzelfde als hiervoor onder 4.6 is overwogen, dat risico heeft Mantbraca verdisconteerd in de vaststellingsovereenkomst. Dat geldt ook de moeite en tijd die het kennelijk kost om natuursteen en klinkers zonder hoogteverschil te leggen. Door Land Aruba wordt niet betwist dat hij de klinkers in beginsel zou weghalen na het kerstseizoen maar volgens Land Aruba (conclusie van dupliek en bij pleidooi) waren de klinkers door Mantbraca niet goed gelegd en moest zij zelf die daarom verwijderen, niet Land Aruba. Volgens Mantbraca (pleitnota onder 30) is Land Aruba evenwel verantwoordelijk voor de voorgeschreven werkwijze en constructies.

4.10

Wat Mantbraca met dat laatste bedoelt is het gerecht in dit verband niet duidelijk. In het licht van de vaststellingsovereenkomst kan Mantbraca zich naar oordeel van het gerecht niet erop beroepen, dat het veel moeite kostte om de natuurstenen en klinkers op dezelfde hoogte gelegd te krijgen. Aangenomen moet worden, dat Mantbraca daarmee als aannemer bekend was of had moeten zijn en dat aspect in de vaststellingsovereenkomst is verdisconteerd of door haar had moeten worden. Niet gebleken is dat Mantbraca Land Aruba heeft gewaarschuwd dat de in de vaststellingsovereenkomst afgesproken oplossing niet goed werkbaar was. Onder die omstandigheden kan Mantbraca zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op artikel 5 lid 2 UAV beroepen. Een rechtvaardiging voor vertraging kan Mantbraca daaraan niet ontlenen.

4.11

Voor de betalingsverplichting met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst is bovenstaande discussie overigens niet van belang. Volgens Land Aruba is het bedrag van Afl. 110.000, immers onbetaald gebleven in verband met verrekend minderwerk, althans dat lijkt te volgen uit het verweer van Land Aruba in de conclusie van antwoord (onder 7d) en de pleitnota (onder 13d). Op Land Aruba rust in dit verband de plicht gemotiveerd te stellen en onderbouwen om welk minderwerk het precies gaat en waarom daarmee een bedrag van Afl. 110.000, is gemoeid. Het gerecht heeft die gemotiveerde onderbouwing niet teruggevonden. In beginsel heeft Mantbraca dus nog recht op nabetaling van Afl. 110.000, in verband met de vaststellingsovereenkomst.

4.12

Mantbraca voert verder (e) aan dat problemen met de elektriciteitsvoorziening voor vertraging hebben gezorgd. Door het ontbreken van voldoende verlichting kon niet efficiënt in de avonduren worden gewerkt. Bovendien werd op de Plaza Commercio in juli 2013 de bekabeling door de elektriciteitsmaatschappij Elmar vervangen waardoor ter plaatse niet kon worden doorgewerkt. Een en ander heeft voor een vertraging van vier weken gezorgd.
Op 23 oktober 2012 was Elmar nog niet begonnen met installatiewerkzaamheden in de laagspanningskasten (conclusie van repliek onder 3.56) en werd niet voortvarend toestemming verleend door DOW (conclusie van repliek onder 3.57). Ook had Land Aruba toen de tekeningen van de laagspanningskasten nog niet aan Mantbraca verstrekt en moesten nog beslissingen worden genomen met betrekking tot de plaats waar de kasten zouden komen (conclusie van repliek onder 3.59).

4.13

Land Aruba wijst erop dat onderbreking van de elektriciteitstoevoer vooral had te maken met het feit dat Mantbraca in maart (2013?) een hoogspanningskabel van de Elmar beschadigde. Het behoorde verder tot de verantwoordelijkheid van Mantbraca zelf om voor verlichting van de bouwplaats zorg te dragen, zo nodig met behulp van generatoren, aldus Land Aruba.

4.14

In de conclusie van repliek noch bij pleidooi komt Mantbraca gemotiveerd terug op het ontbreken van verlichting in de avond- en nachturen. Die stelling is dus onvoldoende toegelicht.
Met betrekking tot de overige punten wordt door Mantbraca niet voldoende duidelijk gemaakt in hoeverre die precies voor welke vertraging hebben gezorgd. Het is niet zo dat elke afwijking van de planning per definitie zorgt voor (gerechtvaardigde) vertraging in de oplevering van het werk. Normaal gesproken worden dergelijke vertragingen in het gehele bouwtraject gecompenseerd doordat elders sneller doorgewerkt kan worden; mankracht en middelen die op de ene plek om niet aan de aannemer toe te rekenen redenen niet kunnen worden ingezet kunnen immers elders aan de slag waardoor op het hele traject geen vertraging hoeft te ontstaan. Anderzijds kan het zo zijn dat een bepaalde vertraging A op een vertraagde oplevering van het gehele bouwwerk geen invloed heeft omdat de vertraging in de oplevering ook door een andere aan de aannemer toe te rekenen oorzaak, vertraging B, is ontstaan. Door Mantbraca, op wie in dit verband de stelplicht rust, wordt onvoldoende uitgelegd waarom het wachten op bepaalde tekeningen en accordering van DOW op het hele bouwtraject voor een niet aan haar toerekenbare vertraging heeft gezorgd.

4.15

Vertraging werd volgens Mantbraca (f) verder veroorzaakt doordat Land Aruba het opgedragen werk voortdurend wijzigde. Zo had Mantbraca al een aanvang gemaakt met de aanleg van voorzieningen voor op de Plaza Nicky Habibe op te richten kiosken toen Land Aruba besloot dat deze toch niet gebouwd zouden worden. Ook de planning werd steeds aangepast, alsook de omvang en de verlangde uitvoering van het werk. Bij conclusie van repliek voert Mantbraca in dit verband 83 bestekwijzigingen aan. Mantbraca verwijst hiervoor (onder 3.62 e.v.) naar producties 56 tot en met 134. Het enkele feit dat sprake is van bestekwijzigingen (volgens Mantbraca zowel meer- als minderwerk) brengt echter zonder voldoende concrete toelichting in de conclusies of het pleidooi van Mantbraca niet met zich mee dat dús sprake is van gerechtvaardigde vertraging in de oplevering van het werk. Die uitleg ontbreekt in de processtukken en valt ook niet onmiddellijk af te leiden uit de niet toegelichte overgelegde 78 producties. De stelling is onvoldoende gemotiveerd.

4.16

Onder (g) betoogt Mantbraca dat Land Aruba meerwerk heeft opgedragen voor een som van Afl. 1.500.000, en minderwerk voor een som van Afl. 1.000.000,. Minder werk betekende in deze context steeds meer werk, omdat de tekeningen en planningen diende[n] te worden aangepast, hetgeen zeer tijdrovend was aldus Mantbraca. Mantbraca telt daarom het meer- en minderwerk op tot een som van Afl. 2.500.000,. Deze wijzigingen hebben vertraging veroorzaakt.

4.17

Voor deze stelling geldt hetzelfde als hiervoor onder 4.15 is geoordeeld; niet voldoende concreet wordt uitgewerkt waar Mantbraca het precies over heeft. Ook in de conclusie van repliek onder 3.63 e.v. vindt het gerecht die uitwerking in onvoldoende mate terug. Mantbraca maakt melding van bouwvergaderingsverslagen en documentatie in zake meer- en minderwerk maar dat wordt onvoldoende puntsgewijs uitgelegd. Op basis van algemene stellingen kan het gerecht niet oordelen of het standpunt van Mantbraca juist is. Dat moet, gechargeerd gesteld, van spijker tot spijker en van klinker tot klinker met het oorspronkelijk aanbestede werk worden vergeleken en toegelicht. Dat geldt temeer waar Mantbraca de op het oog tegenstrijdige stelling poneert dat minderwerk meerwerk is. Ook de stelling dat meerwerk onderdeel van “het Project” is (conclusie van repliek onder 3.66) is zonder nadere en concrete toelichting niet goed te plaatsen.

4.18

Mantbraca beroept zich er verder op (h) dat Land Aruba haar niet tijdig betaalde en zij door liquiditeitsproblemen haar leveranciers niet tijdig kon betalen. Dit, aldus, Mantbraca had invloed op het voortgang van de werkzaamheden. Dat laatste wordt echter weer niet uitgewerkt. Om welke facturen het gaat, waarom kwam Mantbraca daardoor in zodanige liquiditeitsproblemen dat zij haar leveranciers niet kon betalen, in hoeverre heeft zij Land Aruba daarvan in kennis of in verband daarmee in gebreke heeft gesteld en op welke manier heeft de verlate levering van bouwmateriaal of levering van diensten door derden de voortgang van het werk vertraagd, het wordt niet, zelfs niet in grote lijnen, uitgelegd. De verwijzing naar het verslag van de bouwvergadering van 12 februari 20134 volstaat in dit verband niet, nog los van de omstandigheid dat de opmerking van “[naam Y]” dat Mantbraca is now in unfavorable position with their budget, due to DOW not completing report of the contract for completing phase 2 and 3 on the 15th of December 2012 zonder nadere toelichting niet kenbaar betrekking heeft op het door Land Aruba niet tijdig betalen van facturen van Mantbraca. Onder 4.1 e.v. van de conclusie van repliek gaat Mantbraca in algemene termen wel in op het verweer van Land Aruba, dat Mantbraca verzuimde om minderwerk af te trekken van de facturen maar daarmee wordt het primaire verweer van Land Aruba, dat alle facturen na binnenkomst zo snel mogelijk werden geaccordeerd en verwerkt niet voldoende gemotiveerd weersproken. Onder 4.7 van de conclusie van repliek verwijst Mantbraca naar een (vertaling van een) ongedateerde brief5 met een opsomming van volgens Mantbraca openstaande nota’s. In hoeverre welke (veronderstelde) wanbetaling door Land Aruba van invloed is geweest op de voortgang van het bouwen is daarmee echter ook niet duidelijk gemaakt. Of op grond van de UAV minderwerk wel of niet verrekend mag worden kan hier buiten beschouwing blijven.

4.19

Ten slotte gaat Mantbraca in dit verband in de conclusie van repliek (34.7) vast in op het bij dupliek gevoerde verweer dat niet betaald kon worden in verband met door schuldeisers van Mantbraca gelegde derdenbeslagen. Weliswaar is juist dat een gelegd conservatoir beslag niet betekent dat Land Aruba aan Mantbraca niets verschuldigd is, in tegendeel, de beslaglegger zal doorgaans met Mantbraca menen dat dat zeer zeker wel het geval is, maar het beslag verhindert wel dat Land Aruba jegens de beslaglegger bevrijdend aan Mantbraca kan betalen. Daaraan doet niet af dat het bedrag waarvoor het beslag werd begroot veel minder is dan wat Land Aruba aan Mantbraca zou moeten betalen. Het beslag treft het gehele tegoed, niet slechts een som ter hoogte van de begrote vordering. Daardoor veroorzaakte vertraging in de betaling aan Mantbraca en mogelijk daarmee samenhangende vertraging in de bouw zijn niet aan Land Aruba maar aan Mantbraca toerekenbaar. Dat Mantbraca in dit verband in liquiditeitsproblemen zou zijn geraakt is geen grond voor toekenning van bouwtijdverlenging.

4.20

Mantbraca wijst er voorts op (i), dat haar door Land Aruba leveranciers van bouwmaterialen werden voorgeschreven die echter te laat straatklinkers, natuurstenen, tegels en fonteinen leverden. Daardoor is vertraging in de bouw opgetreden. Onder 3.20 van de conclusie van repliek gaat Mantbraca nader op dit punt in. Zij beroept zich op artikel 5 UAV waarin de verantwoordelijkheid voor tijdige levering van bouwstoffen die bij een door de opdrachtgever voorgeschreven leverancier moeten worden afgenomen wordt gelegd bij die opdrachtgever.

4.21

Volgens Land Aruba was Mantbraca te laat met bestellen van materiaal of werden de leveranciers niet betaald en is daardoor vertraging opgetreden in de levering. Dat laatste punt spoort met het betoog van Mantbraca zelf dat zij liquiditeitsproblemen had. Zoals hierboven is overwogen is dat niet aan Land Aruba toerekenbaar. Waar daardoor vertraging is opgetreden kan Mantbraca zich dus niet op bouwtijdverlenging beroepen. Door Mantbraca wordt niet gemotiveerd ingegaan op het verweer van Land Aruba dat late aflevering van materiaal ook veroorzaakt werd doordat Mantbraca te laat bestelde. Zo verwijst Mantbraca onder 3.22 conclusie van repliek naar een bouwvergadering van 27 september 20126 waarin wordt afgesproken dat drie kleuren steen gebruikt zullen worden. Vervolgens verwijst Mantbraca naar e-mailverkeer van 30 mei 20137 om aan te tonen dat laat geleverd zou worden maar daarmee wordt niet duidelijk wanneer Mantbraca de stenen dan besteld zou hebben en wanneer en hoe vaak zij in de tussentijd op uitlevering zou hebben aangedrongen. Dat geldt ook voor de overige digitale correspondentie waarnaar Mantbraca verwijst.

4.22

Met betrekking tot kwaliteitsklachten over de (natuur)stenen en de fonteinen is niet duidelijk gemaakt in hoeverre problemen op dat punt tot bouwvertraging hebben geleid. Bovendien blijkt uit de bouwverslagen niet dat Mantbraca de omstandigheid dat – in haar optiek – Land Aruba de leverancier dwingend zou hebben voorgeschreven aan de orde zou hebben gesteld. Land Aruba wijst er terecht op, dat in het bestek erin is voorzien dat een aan voorgeschreven materiaal of leverancier gelijkwaardig alternatief mag worden gebruikt, hetgeen overigens ook gebruikelijk is (zie ook pleidooi onder 13 i).

4.23

Bij Mango Plaza werden oude asbestbuizen ontdekt. Het saneren van die vervuiling heeft volgens Mantbraca (j) voor vertraging gezorgd samen met bestekwijzigingen met betrekking tot kiosken op de Plaza Commercio in november 2013. Bij conclusie van repliek wijst Mantbraca erop dat uit overgelegde e-mail correspondentie8 blijkt, dat het niet een kwestie was van met een dag werk de buis verwijderen, zoals Land Aruba stelt, maar het probleem al langer speelde. De bouwplaats heeft ter plekke meer dan drie weken opengelegen voordat DOW is overgegaan tot sanering, aldus Mantbraca.

4.24

Volgens Land Aruba gaat het niet om sanering maar om het verwijderen van een rioolbuis met asbestmateriaal. Dat is binnen een dag gebeurd. Dat onderbouwt Land Aruba door verwijzing naar de door Mantbraca overgelegde productie9 waarin staat: (…) DOW a bin constata ayera mainta riba field y awe en tubo a wordo reemplaze caba pa mainta Beheer ta cla cu e trabow na Mango Plaza. Dat hier sprake is van een voor de bouw relevante vertraging is daarmee door Mantbraca niet voldoende gemotiveerd gesteld. Dat in de desbetreffende e-mail erover wordt geklaagd dat de vervanging al eerder kunnen plaatsvinden, nota bene omdat E trabownan di Mantbraca ta lunanan atrasa [!], dicon nos no a probecha pa hasi e trabow, brengt niet met zich mee dat voldoende concreet is onderbouwd, dat de bouwplaats om deze reden drie weken voor Mantbraca onbereikbaar is gebleven. Overigens geldt ook hier, dat door Mantbraca onvoldoende gemotiveerd gesteld is dat deze ‘sanering’ tot relevante aan Land Aruba toerekenbare vertraging heeft geleid. Het gerecht wijst in dit verband naar hetgeen onder 4.14 is overwogen met betrekking tot het (veronderstelde) ontbreken van verlichting.

4.25

Voor de door Land Aruba voorgeschreven bestekwijzigingen met betrekking tot de Plaza Commercio in november 2013 gaat het volgens Mantbraca om het weghalen van klinkers en het afbreken van fundering voor een kiosk. Niet duidelijk is echter hoeveel vertraging hiermee gemoeid is geweest waarbij een rol speelt dat Land Aruba erkent, dat het hier meerwerk betreft dat volgens haar niet is meegenomen bij het becijferen van de volledige vertraging hetgeen Mantbraca niet voldoende gemotiveerd bestrijdt.

4.26

Veel tijd, aldus Mantbraca (k), is besteed aan het treffen van oplossingen voor onduidelijkheden in het bestek, gebrek aan gedetailleerde bouwtekeningen en ontwerpen alsmede nieuwe ontwerpen voor de Havenstraat, Renaissance Plein en fonteinen. Er is meerwerk opgedragen voor het aanleggen van de trambeveiliging waarbij niet de juiste informatie beschikbaar werd gesteld voor het aanleggen van de installaties. Mantbraca was ook veel tijd kwijt met het uitzoeken van in eerdere bouwfases gelegde buizen. Mantbraca verwijst daarvoor naar een (ongedateerde) e-mail met als onderwerp as built tekening van wegkruizen t.b.v. trambeveiling bij La Linda waarin staat wak si bo tin e tekeningen aki. Daarnaast klaagt Mantbraca opnieuw over de wijziging in verband met het kerstseizoen 2012.
Dat laatste is al ondervangen door de vaststellingsovereenkomst zoals het gerecht hiervoor heeft overwogen. Voor het overige is Mantbraca niet voldoende concreet erop ingegaan welke bestekwijzigingen precies voor welke vertragingen hebben gezorgd. Zo kan ook niet worden nagegaan of – bijvoorbeeld – een vertraging door een bestekwijzing per saldo niet tot een vertraging van de oplevering van het werk heeft geleid omdat die ook al veroorzaakt werd doordat Mantbraca te laat materiaal bestelde (zie hiervoor onder 4.21).

4.27

Trekputten (manholes) raakten volgens Mantbraca (l) continu vol water en modder waardoor de elektrische installatie niet tijdig kon worden voltooid. Volgens Land Aruba waren de trekputten in augustus 2013 waterdicht10. Ook hier wreekt zich dat Mantbraca geen duidelijk overzicht verschaft van welke putten op welke dagen dan vol met modder en water liepen en niet voldoende overzichtelijk aangeeft wat dat voor gevolg voor het werk had en waarom zij aanspraak kan maken op bouwtijdverlenging. Het in algemene termen verwijzen naar e-mailcorrespondentie volstaat in dit verband niet.11.

4.28

Mantbraca wijst erop (m), dat volgens het bestek onder 119.3 de winkels toegankelijk dienden te blijven vanaf de trambaan via looppaden/bruggen. Feitelijk was het werk geheel open en in gebruik, aldus Mantbraca. Daardoor werd het werk bemoeilijkt en beschadigd door feitelijke ingebruikname door het publiek.

4.29

Met recht betoogt Land Aruba (conclusie van antwoord onder 7 l) dat Mantbraca verzuimt concreet aan te geven welke beschadigingen aan gebruik door het publiek te wijten zijn. Daar komt naar oordeel van het gerecht bij, dat Mantbraca ermee akkoord is gegaan dat de winkels tijdens het werk bereikbaar moesten blijven. Het bestek schrijft niet voor dat Mantbraca de bouwplaats niet deels met bijvoorbeeld bouwhekken mocht afzetten voor het publiek. Dat is ook gebruikelijk, al was het alleen al vanwege de veiligheid van het publiek. Waar Mantbraca voor moest zorgen was dat de winkels via looppaden/bruggen via de trambaan voor het publiek bereikbaar waren. Ook dat is gebruikelijk bij herinrichting van winkelstraten. Klaarblijkelijk heeft Mantbraca er echter voor gekozen de Caya Betico Croes in het geheel niet af te zetten, ook niet daar waar op dat moment gewerkt werd. De gevolgen daarvan komen voor haar rekening. Voor zover het gaat om het gedeelte tussen La Linda en Burger King is Mantbraca er eind 2012 bovendien uitdrukkelijk mee akkoord gegaan, dat de winkelstraat geheel toegankelijk zou zijn, daarom moest dit deel ook geheel beklinkerd zijn. Mantbraca kan onder die omstandigheden geen aanspraak maken op bouwtijdverlenging omdat het publiek van de winkelstraat gebruik maakte en daarbij mogelijk uitgevoerd werk beschadigde.

4.30

Ten slotte voert Mantbraca aan (n), dat Land Aruba ten onrechte uitgaat van de opleveringsdatum van 31 juli 2013. Volgens Land Aruba is de opleverdatum uiteindelijk van 23 april 2013 verschoven naar 13 december 2013 of 1 april 201412. Toen was het werk nog niet klaar. Bij pleidooi blijft Mantbraca zich op het standpunt stellen dat Land Aruba ten onrechte vasthoudt aan 31 juli 2013 als uiterste opleveringsdatum.

4.31

Met Mantbraca is het gerecht van oordeel dat Land Aruba niet heel erg duidelijk en consistent is in het bepalen van de uiterste opleveringsdatum. Het lijkt erop dat Land Aruba die stelt op 31 juli 2013 maar in de processtukken wijst Land Aruba herhaaldelijk op latere data, meer in het bijzonder 13 december 2013 of zelfs1 april 2014. Anders dan Mantbraca echter kennelijk veronderstelt, brengt het enkele feit dat Land Aruba de opleveringsdatum na 31 juli 2013 nog een paar keer opschuift niet zonder meer met zich mee dat Land Aruba zich niet meer op het standpunt stelt op 31 juli 2013 opgeleverd had moeten worden en vanaf die dag boete wegens vertraging in de oplevering verschuldigd is. Of Land Aruba dat bedoelde hangt af immers van hetgeen partijen over en weer uit mededelingen en/of gedragingen redelijkerwijze van elkaar hebben mogen begrijpen. Daaromtrent stelt Mantbraca, die betoogt dat Land Aruba de opleveringsdatum heeft verschoven en dat meebrengt dat de termijn voor het verschuldigd worden van de vertragingsboete opschuift, onvoldoende. De brief van 7 maart 2014 is in dit verband verhelderend13. Land Aruba gaat daarin onverminderd uit van een opleveringsdatum van 31 juli 2013 maar stelt Mantbraca in de gelegenheid om alsnog op 1 april 2014 te presteren maar dan alleen alvorens hij dat door derden op kosten van Mantbraca zal laten doen, niet omdat tot die datum geen aanspraak zal worden gemaakt op vertragingsboete. Het gerecht gaat daarom in dit verband uit van 31 juli 2013.
Op 17 april 2014 heeft Land Aruba de overeenkomst voor zover nog niet nagekomen ontbonden. Vanaf die datum kan hij in ieder geval geen aanspraak meer maken op contractuele boete wegens vertraagde nakoming door Mantbraca. Dat doet Land Aruba ook niet.

4.32

Mantbraca beroept zich nog op matiging van de boete14 maar waarom in gevolge artikel 6:94 BW de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete wordt gematigd als die is overeengekomen met een aannemer die is gelieerd aan een internationaal opererend bouwbedrijf, zoals de heer [naam Z] bij gelegenheid van de plaatsbezichtiging namens Mantbraca heeft laten weten, is niet voldoende toegelicht.

4.33

De overeengekomen boete (‘korting’ volgens artikel 43 UAV) is daarom vanaf 31 juli 2013 verschuldigd. Mantbraca becijfert die op Afl. 3.217.266,15 tot 21 maart 2014. Deze hoogte is – anders dan voor wat betreft de volgens Mantbraca gerechtvaardigde maar ongegrond bevonden vertraging, schuldeisersverzuim en/of eerdere oplevering – niet gemotiveerd weersproken.

4.34

Om te onderbouwen dat het werk (vrijwel) klaar is, althans was in – naar het gerecht aanneemt – november 201316, legt Mantbraca bij conclusie van repliek17 een rapport over van Antiliaans Buro voor Bouwkundig Advies (verder: Abba), opgesteld naar aanleiding van een inspectie op verzoek van Mantbraca van 31 mei 2014. In dat rapport wordt het werk zoals het op dat moment gereed was vergeleken met een door PIB opgemaakt rapport ten behoeve van de oplevering van 31 januari 2014.18

4.35

Land Aruba wijst erop dat het rapport is opgemaakt naar aanleiding van een inspectie buiten zijn aanwezigheid. Bovendien, aldus Land Aruba, is het rapport opgemaakt op een moment dat Mantbraca al geruime tijd niet meer aan het werk was en Land Aruba zelf met (voormalige) onderaannemers bepaalde delen van het werk had afgemaakt.

4.36

Dat het werk is geïnspecteerd buiten aanwezigheid van Land Aruba is niet bestreden. De reden daarvoor heeft Mantbraca niet duidelijk gemaakt. Aan het rapport komt daarom minder overtuigingskracht toe dan wanneer het zou zijn opgesteld naar aanleiding van een opname waarbij ook Land Aruba vertegenwoordigd zou zijn geweest om zijn standpunt toe te lichten. Dat wreekt zich vooral waar het rapport geen rekening ermee houdt, dat (volgens Land Aruba) bepaalde werkzaamheden niet of niet door Mantbraca zijn uitgevoerd maar door (haar voormalige onder)aannemers die daartoe rechtstreeks van Land Aruba opdracht kregen. Land Aruba wijst in dat verband op de fonteinen, de vuilverwerking, het straatmeubilair en werkzaamheden ter hoogte van het Renaissance hotel.
Ter onderbouwing van zijn standpunt legt Land Aruba over: een overeenkomst tussen Land Aruba en Liquid Assets met betrekking tot het onderhoud van de fonteinen voor de duur van 12 maanden19, een offerte van Quick ter hoogte van Afl. 189.909,12 van september 2014 ter waarde van Afl. 103.680,20, de factuur en goedkeuring tot betaling van straatmeubilair voor facturen uit juli/augustus 2014 voor in totaal Afl. 68.351,2621 en een offerte voor het aanleggen van straatmeubilair van september 2014 ter hoogte van Afl. 116.217,5022. Daarnaast wijst Land Aruba erop dat de door Mantbraca aangelegde mantelbuizen verstopt waren zoals blijkt uit een rapport van PIB naar aanleiding van een inspectie met medewerkers van de Setar van juni 2015. Daarnaast wijst Land Aruba erop dat ook volgens het rapport van Abba het werk op de opnamedatum niet helemaal gereed was.23

4.37

Naar oordeel van het gerecht blijk ook uit het rapport van Abba dat op (in ieder geval) 21 maart 2014 het werk niet gereed was. Mede gegeven de discussie tussen Mantbraca en Land Aruba over de voortgang van het werk en de afrekening daarvan is het gerecht van oordeel dat Land Aruba ook niet gehouden was mee te werken aan oplevering van het project zoals Mantbraca wilde. Dat bekent dat Mantbraca een bedrag aan boete verschuldigd is van (op die dag) Afl. 3.217.266,, te vermeerderen met Afl. 13.749,1224 per kalenderdag (26 dagen) tot 17 april 2014 tot een bedrag van Afl. 3.574.743,1225.

4.38

Daarmee overstijgt het bedrag van de boete de door Mantbraca gevorderde betaling van Afl. 2.719.992,.

4.39

Anders dan Mantbraca verder betoogt, volgt uit paragraaf 125 van het Inarchbestek dat de bankgarantie als zekerheid moet worden gesteld voor de nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst. De tekst van de bankgarantie van 24 september 201226 biedt geen aanknopingspunten voor de stelling van Mantbraca dat in die zin sprake is van een ‘performance bond’, dat de zekerheid alleen is bedoeld voor werk dat Mantbraca niet heeft gedaan en waarvoor Land Aruba derden heeft moeten inschakelen. Land Aruba mocht dan ook nakoming van de bankgarantie jegens de bank vorderen.

4.40

Daarmee heeft Land Aruba een bedrag van Afl. 1.374.912,- geïnd dat in mindering strekt op het bedrag van Afl. 3.574.743,12 dat Mantbraca aan boete verschuldigd is. Voor toewijzing van de terugbetaling van het onder de garantie geïnde bedrag (rechtsoverweging 3.1 onder vi) is geen grond. Resteert een bedrag ban Afl. 3.574.743,12 -/- Afl. 1.374.912 = Afl. 2.199.831,12 aan boete.

4.41

Nu Land Aruba terecht de aannemingsovereenkomst (voor het nog niet uitgevoerde werk) ontbonden heeft valt, zonder nadere toelichting, niet in te zien waarom hij Afl. 620.786, zou moeten betalen in verband met het ‘einde van de onderhoudstermijn’ (zie rechtsoverweging 3.1 onder iv); die kan noodzakelijkerwijs pas beginnen na oplevering. Productie 23 bij het inleidend verzoek verheldert de vordering onvoldoende.

4.42

Daarmee resteert dus in theorie een vordering van Afl. 1.870.639, (r.o. 3.1 onder i)+ Afl. 110.000, (r.o. 3.1 onder ii)+ Afl. 118.567, (r.o. 3.1 onder iii) = Afl. 2.099.206,.
Dat is minder dan het bedrag van de nog uitstaande boete van Afl. 2.199.831,12. Land Aruba beroept zich ter zake kennelijk en terecht mede op opschorting in het licht van de afrekening van het opgedragen werk.

4.43

De vorderingen stuiten daarop af.

4.44

Als de in het ongelijk te stellen partij zal Mantbraca de proceskosten van Land Aruba moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Mantbraca in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Mantbraca worden begroot op Afl. 18.000, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 november 2017 in aanwezigheid van de griffier.

1 Polytechnisch Ingenieursbureau N.V.

2 cva onder 11

3 Zie onder 119.3 van het bestek

4 productie 16 bij conclusie van repliek

5 niet duidelijk is of het oorspronkelijke exemplaar werd verzonden op 22 april 2014 zoals in de conclusie van repliek onder 4.7 staat; ook als dat juist is wordt niet voldoende concreet uitgelegd waarom Mantbraca al ruim voor die datum recht zou hebben op bouwtijdverlenging.

6 productie 5b conclusie van repliek

7 productie 139 conclusie van repliek

8 productie 12 inleidend verzoek

9 productie 12 inleiding verzoek

10 productie 3 conclusie van antwoord

11 productie 14 inleidend verzoek

12 conclusie van antwoord onder 7n en pleitnota onder 4.

13 productie 1 conclusie van antwoord

14 conclusie van repliek onder 3.66 en pleitnota onder 17

15 conclusie van antwoord onder 17

16 zie pleitnota Mantbraca onder 17

17 productie 3 conclusie van repliek

18 productie 7 conclusie van antwoord; niet duidelijk is waarom niet ook een vergelijking met de DOW-lijsten werd gemaakt, productie 6A en 6B conclusie van antwoord; het gerecht acht het verslag van de deurwaarder bij gebrek aan aantoonbare deskundigheid op het gebied van oplevering van aanbesteed bouwwerk in dit verband niet relevant.

19 productie 3 conclusie van dupliek; het gaat hierbij overigens niet zoals Mantbraca lijkt te veronderstellen om het permanente onderhoud maar dat gedurende de initiële inwerkingstelling (zie e-mail van 21 januari 2015)

20 productie 7 conclusie van dupliek

21 productie 8 conclusie van dupliek

22 productie 9 conclusie van dupliek ,

23 conclusie van dupliek onder 11 en 12, pleitnota onder 11, 12 en 20

24 1 promille van de aanneemsom van Afl. 13.749,12, zie paragraaf 124.3 bestek

25 paragraaf 124.3 van het Inarchbestek

26 productie 3 inleidend verzoek