Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:865

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
EJ nr. 2556 van 2016/AUA201601469
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EJ- verzoek wijziging ouderlijk gezag afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 31 oktober 2017

Behorend bij EJ nr. 2556 van 2016/AUA201601469.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de vader],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. D.C. Lopez Paz,

tegen

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.

Belanghebbenden:

[minderjarige 1],

[minderjarige 2], hierna: de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 16 mei 2017 blijkt uit de beschikking van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 28 augustus 2017 (hierna ook: het rapport);

  • -

    de brief met producties zijdens de vader, ingediend op 15 september 2017;

  • -

    de akte vermeerdering van eis zijdens de vader, ingediend op 15 september 2017;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de behandeling van de zaak op 19 september 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigden. Namens de Voogdijraad waren aanwezig A. Flanders en Y. Arends.

1.2

Het door de moeder opgeworpen bezwaar tegen de door de vader verzochte tijdig aangekondigde eiswijziging is terstond ongegrond verklaard, omdat niet gezegd kan worden dat de moeder door toelating van die gewijzigde eis ontoelaatbaar in haar verdedigingsbelangen wordt geschaad.

1.3

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Voorop wordt gesteld dat het rapport van de Voogdijraad naar het oordeel van het Gerecht blijkt geeft van een deugdelijk onderzoek ter beantwoording van de door het Gerecht gestelde vragen, en dat die vragen deugdelijk gemotiveerd zijn beantwoord. Ook zijn onder meer partijen bij dat onderzoek betrokken, en zij hebben hun standpunten ten aanzien van (de inhoud van) het rapport ter zitting naar voren kunnen brengen. Van strijdigheid met enig artikel van het EVRM is daarom geen sprake. Dit verweer van de vader wordt verworpen. Bij dit alles komt dat het Gerecht geen grond ziet voor twijfel aan de betrouwbaarheid en de deskundigheid van de Voogdijraad, zijnde de bij wet aangewezen instantie om onderzoeken als de onderhavige te verrichten en haar bevindingen op grond daarvan neer te leggen in een aan het Gerecht uit te brengen rapportage. Eén en ander brengt met zich dat het Gerecht (de inhoud van) het rapport tot de zijne maakt, hetgeen verder met zich brengt dat vorderingen van de vader ter zake van het benoemen van een onafhankelijke deskundige en het horen van de minderjarige [minderjarige 1] (gewijzigd petitum onder c. en d.) zullen worden afgewezen.

Gezag

2.2

Uit het rapport blijkt – kort gezegd – dat met name door vaders toedoen de verhouding tussen partijen nog altijd slecht is, en dat de vader niet in het belang van de minderjarigen met de moeder kan communiceren. Hij houdt onder meer geen rekening met de belangen van de minderjarigen die meer contact met de moeder wensen. Verder belemmert de vader het contact tussen de moeder en de minderjarigen, en hij handelt ook aldus niet in het belang van de minderjarigen. Volgens het rapport dreigt de ontwikkeling van de minderjarigen klem te raken indien de ouders gezamenlijk het gezag over de minderjarigen uitoefenen, en naar het oordeel van het Gerecht volgt uit dit één en ander dat te verwachten valt dat de communicatie tussen de vader en moeder geheel staakt indien de vader alleen met het gezag over de minderjarigen wordt belast. De Voogdijraad adviseert in haar rapport dat de moeder belast moet blijven met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen. Het Gerecht zal overeenkomstig dat advies beslissen. De primaire en subsidiaire vordering van de vader ter zake van het gezag over de minderjarigen (gewijzigd petitum onder a.) zullen worden afgewezen. Bijgevolg daarvan is dat de vordering in het gewijzigd petitum onder b. eveneens zal worden afgewezen.

Hoofdverblijf van de minderjarigen

2.3

Eerst na het uitbrengen van het rapport wenst de moeder een zelfstandig tegenverzoek in te stellen ter zake van het hoofdverblijf van de minderjarigen. Het daartegen opgeworpen bezwaar van de vader is gegrond, omdat een zelfstandig tegenverzoek alleen kan worden neergelegd in het verweerschrift, en niet in een pleitnota (zie in dit verband - de strekking en geest van - het vierde lid van artikel 429h Rv). Evenwel - en dat wordt ten overvloede overwogen - is het aan de eenzijdig met het gezag over de minderjarigen belaste moeder om te bepalen waar de minderjarigen hoofdverblijf houden. Als de moeder thans al dan niet op grond van het rapport wijziging wenst aan te brengen in dat hoofdverblijf, zal de vader zich daar in beginsel bij moeten neerleggen en zal hij genoegen moeten nemen met een voor hem geldende omgangsregeling. De moeder doet er overigens niet onverstandig aan om een mogelijke door haar door te voeren wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen te doen plaatsvinden onder en door begeleiding van de Voogdijraad.

2.4

De aard van deze procedure brengt met zich dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-wijst af het door de vader verzochte;

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit Gerecht, ter zitting van dinsdag 31 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.