Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:836

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-10-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
542 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak – verdachte is veroordeeld voor het aanwezig hebben van een ruime hoeveelheid hennep en slikkersbollen inhoudende cocaïne. Ook heeft verdachte een geladen vuurwapen voorhanden gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. P.M.E. Mohamed.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de aan haar tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van het inbeslaggenomen vuurwapen met munitie en de inbeslaggenomen verdovende middelen. De officier van justitie heeft tevens gevorderd om het inbeslaggenomen geld verbeurd te verklaren. Tot slot heeft de officier van justitie verzocht om de overige inbeslaggenomen voorwerpen nog niet aan de verdachte terug te geven. Dit met het oog op een eventueel door de verdachte in te stellen hoger beroep tegen dit vonnis en die voorwerpen als bewijs gebezigd moeten worden.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd en verzocht om de verdachte van de aan haar tenlastegelegde feiten vrij te spreken.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

Feit 1

Zij, op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, in bezit of aanwezig heeft gehad;

artikel 3 LVM

Feit 2

zij, op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening Verdovende Middelen of in de regeling Aanwijzing Verdovende Middelen I, in bezit of aanwezig heeft gehad;

artikel 4 LVM

feit 3

zij op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

een vuurwapen, te weten een revolver, en/of munitie, voorhanden heeft gehad;

artikel 3 Vuurwapenverordening

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Feit 1

Zij, op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, in bezit of aanwezig heeft gehad;

Feit 2

zij, op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening Verdovende Middelen of in de regeling Aanwijzing Verdovende Middelen I, in bezit of aanwezig heeft gehad;

feit 3

zij op of omstreeks 17 juli 2017 in Aruba,

een vuurwapen, te weten een revolver, en/of munitie, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft indien de bewijsmiddelen betrekking hebben op meerdere bewezenverklaarde feiten.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Unit Georganiseerde Criminaliteit, administratienummer [administratienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 september 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps.

Feit 1, 2 en 3:

* Een proces-verbaal van aanhouding, bijlage 01 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 juli 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 1 en verbalisant 2], brigadier respectievelijk agent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten en zakelijk weergegeven-:

Op 17 juli 2017, omstreeks 15.15 uur, stuurde de dienstdoende centralist van de Sectie Centrale Post ons naar [adres], in verband met een jongen van 13 jaar die zich ziek voelde en hartkloppingen kreeg. Wij reden met de patrouillewagen op het erf en liepen naar de bewoner, tevens melder, de jongen die opgaf genaamd te zijn:

[naam jongen], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003 en wonende te [adres] te Aruba.

Ik, [verbalisant 1], nam contact op met de ouders, maar zonder gunstig resultaat. Vervolgens belde ik, [verbalisant 1], om een ambulance ter plaatse. Tijdens het gesprek met de centralist zag ik drie kleine marihuana planten aan de achterzijde op het erf. Vervolgens kreeg ik, [verbalisant 2], de geur van marihuana komende van de woning. Ik, [verbalisant 1], liep ook naar het raam aan de oostelijke zijde van de woning en kreeg een sterke geur van marihuana.

Omstreeks 16.15 uur kwam de moeder die opgaf genaamd te zijn

[naam verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983 en wonende te [adres] te Aruba.

Ik, [verbalisant 1], stelde de vrouw in kennis dat er marihuana planten op haar erf werden aangetroffen. Op dat moment werd de vrouw [naam verdachte] erg nerveus. Ik, [verbalisant 1], vroeg aan [verdachte] die in eerste instantie verklaarde dat zij bij perceel [adres 1] woont, om met haar toestemming de situatie van de woning te bekijken. De vrouw [naam verdachte], begon op onzekere wijze te zeggen dat de marihuana planten door een vriend waren gebracht en dat zij bij de woning verblijft, maar niet bij [adres] woont.

De vrouw [naam verdachte], nam de sleutel van het contact van de auto en samen en met toestemming van de vrouw liepen we naar de deur van de woning. De vrouw [naam verdachte] deed het slot van de westelijke deur open en wij liepen met toestemming van [verdachte], de woning binnen. Op het moment dat de vrouw de deur open deed, kregen wij de geur van marihuana. De vrouw [naam verdachte] liep snel de kamer in en wij liepen achter haar aan. Hier probeerde zij verschillende flessen inhoudende marihuana lijkend kruid te verbergen.

Naar aanleiding hiervan werd verdachte aangehouden wegens verdenking van overtreding artikel 2 en 4 van de Landsverordening Verdovende Middelen.

* Een proces-verbaal huiszoeking ter in beslagname, bijlage 06 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juli 2017 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant en zakelijk weergegeven-:

Binnen had de surveillancedienst verschillende potjes, elk inhoudende op marihuana lijkend kruid in een slaapkamer aangetroffen. Gedurende inbeslagneming van de aangetroffen potjes, elk inhoudende op marihuana gelijkend kruid, werd een zwarte schoudertas inhoudende verschillende bolletjes, vermoedelijk inhoudende cocaïne gelijkende substantie in de klerenkast aangetroffen. Naar aanleiding van de aangetroffen verdovende middelen in de woning werd meteen gestopt met inbeslagneming en werd contact opgenomen met de officier van Justitie mr. A. Erades en aan hem het geval uitgelegd. Vervolgens kwam hij ter plaatse en omstreeks 18.30 uur opende hij namens de rechter-commissaris de huiszoeking bij perceel [adres] te Noord op Aruba.

Tijdens deze huiszoeking werden de volgende zaken in beslag genomen.

*Een proces-verbaal ‘onderzoek portemonnee Michael Kors, bijlage 08 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juli 2017 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant en zakelijk weergegeven:

Op maandag 17 juli 2017 werd na verkregen machtiging van de rechter-commissaris onder leiding van een officier van justitie huiszoeking verricht te perceel [adres] op Aruba.

Op dinsdag, 18 juli 2017, omstreeks 09.30 uur heb ik een onderzoek verricht in de inbeslaggenomen portemonnee, voorzien van beslagcode ALTO81.B.02.01.

Naast onder andere bankpasjes ten name van verdachte [naam verdachte], heb ook het navolgende aangetroffen:

[…]

Tellen geld

Vervolgens heb ik de inbeslaggenomen Amerikaanse bankbiljetten geteld. Het is een totaal bedrag van US$ 4.013,00.

*Een proces-verbaal onderzoek telling geld uit zwarte ijzeren bakje, bijlage 09 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juli 2017 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant en zakelijk weergegeven:

Op maandag 17 juli 2017 werd na verkregen machtiging van de rechter-commissaris onder leiding van een officier van justitie huiszoeking verricht te perceel [adres] op Aruba.

Tijdens die huiszoeking werd onder andere een zwart ijzeren bakje in beslag genomen, inhoudende verschillende Arubaanse en Amerikaanse coupures, in beslag genomen. Later werd dit voorzien van beslagcode ALTO81.F.02.01.

Tellen geld

Op dinsdag 18 juli 2017, omstreeks, 14.10 uur heb ik het geld in het zwarte ijzeren bakje geteld.

In totaal had ik AWG 1.240,00 en US$ 430,00 geteld.

*Een proces-verbaal onderzoek vuurwapen [adres], bijlage 10 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 augustus 2017 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba en dienst doende bij het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant en zakelijk weergegeven:

Op 17 juli 2017 werd een huiszoeking verricht bij het perceel [adres]. Tijdens deze huiszoeking werd een revolver in beslaggenomen, die gevonden werd in een kast in de slaapkamer in de linker voorhoek van het perceel. Bij het vinden van de revolver bleek deze geladen te zijn met zes (6) patronen.

Het vuurwapen bleek een revolver te zijn van het

Merk: Arminius

Model: HW38

Serie nr.: 1524910

Kaliber: .38 special

*Een proces-verbaal beschrijven, wegen en testen, bijlage 16 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 juli 2017 gesloten en getekend door, [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba en ingedeeld bij de Unit Georganiseerde Criminaliteit, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant en zakelijk weergegeven:

aanduidt.

*Deskundigenrapport, opgemaakt door drs. A. A. Diaz, toxicoloog op 24 augustus 2017, voor zover inhoudende, als bevindingen van genoemde deskundige,

-zakelijk weergegeven-:

Het narcotica onderzoek van de monsters in de zaak tegen verdachte bevatten thc en cocaïne.

*Een proces-verbaal verhoor verdachte, bijlage 21 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 augustus 2017 gesloten en getekend door, [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba en als specialist ingedeeld bij de Unit Georganiseerde Criminaliteit en [verbalisant 2], brigadier bij het Korps Politie Aruba en als generalist ingedeeld bij de Unit Georganiseerde Criminaliteit voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

‘Ik woon nu op het adres [adres]. Dit huis is van een familie van mijn grootvader. De eigenaar van dit huis is een neefje van mijn grootvader en heet [naam neefje grootvader].

Ik betaal AWG 500, aan huishuur per maand. Ik woon meer dan een jaar bij [adres]. Ik betaal tussen de Awg. 800, en Awg. 900, aan water en elektra bij dit adres.

Ik woon alleen met mijn twee kinderen bij het adres [adres]. De laatste tijd woonden alleen drie personen aan dit adres. Ik doe mijn kapster werkzaamheden en verkoop parfums, kleding, sandaal, schoenen. Ik werk als kapster bij kapsalon [naam kapsalon]. Ik verdien daar ongeveer Awg 1600, per maand aan salaris.

Ik had ongeveer iets van Awg. 100, in mijn tas. In mijn portemonnee had ik niet minder dan $ 3000, bewaard. Ik had wat geld gespaard. Ik had geld van het [naam] hotel gekregen toen ik ontslag had gekregen. Ik had ook wat geld van mijn werk gespaard.

*Een proces-verbaal getuigenverhoor, bijlage 23 /PV nummer [pvnummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 augustus 2017 gesloten en getekend door, [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba en als specialist ingedeeld bij de Unit Georganiseerde Criminaliteit voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige, zakelijk weergegeven:

Ik ken [verdachte] van heel klein. Zij is in maart 2016 begonnen met werken bij mij. Ik heb een kapsalon. Zij werkt daar ongeveer 3 dagen per week, op maandag, donderdag en vrijdag. Zij werkt ongeveer 5 uurtjes per dag. Zij verdient ongeveer Awg 850, per maand.

Bewijsoverwegingen

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met haar twee minderjarige kinderen voorafgaande aan haar detentie verbleef op het adres [adres]. De politie kwam ter plaatse omdat haar zoon van 13 jaar om hulp had verzocht omdat hij zich niet goed voelde. Op het erf werden drie marihuana planten aangetroffen. Omdat verbalisanten wilden uitzoeken waarom de jongen onwel was geworden, besloten zij - na verkregen toestemming van verdachte - binnen in de woning te kijken. Uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat verdachte nerveus was en trachtte potjes met marihuanakruid te verstoppen. Voorts volgt uit het proces-verbaal van de huiszoeking dat onder meer 2541,2 gram hennep, 2340 gram cocaïne, geld alsmede een geladen vuurwapen is aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting de slaapkamer aangewezen waar zij verbleef. Uit het proces-verbaal huiszoeking volgt dat zowel de slikkerbolletjes als het wapen zijn aangetroffen in kasten die in haar slaapkamer stonden. Bij haar aanhouding heeft verdachte direct verklaard dat zij woont op het adres [adres], doch deze verklaring wijzigt zij korte tijd later toen verbalisanten toestemming vroegen om in de woning te kijken. Zij verklaarde toen dat zij niet op het adres [adres] woont, maar er wel verblijft. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaarde verdachte ineens dat zij sinds een week niet meer op dat adres woonde en daar slechts was om kleding op te halen. Voor zo ver deze verklaring ter zitting al juist is, vermag het gerecht niet in te zien, waarom verdachte deze belangrijke informatie niet aanstonds bij haar aanhouding heeft gegeven. Nu uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat verdachte een sleutel had van de woning [adres], haar zoontje daar was toen de verbalisanten arriveerden en zij tijdens het eerste verhoor door de politie verklaard heeft van wie de woning is, hoeveel huur, gas, water en licht zij maandelijks betaalde, houdt het gerecht het ervoor dat haar eerste, ten tijde van de aanhouding afgelegde verklaring ten aanzien van haar woonverblijf juist is.

Verdachte heeft verklaard dat zij voor de woning ca Awg.1300 a 1400 per maand betaalde. Daarnaast verklaarde zij ook nog een schuld te hebben bij Island Finance. De verklaring van verdachte dat zij maandelijks ongeveer Awg 1.600,00 verdiende bij de kapsalon, wordt niet ondersteund door die van de eigenaresse van de kapsalon. Deze getuige verklaarde immers dat verdachte slechts Awg. 850,00 per maand bij haar verdiende. Opvallend is dat verdachte een groot bedrag aan dollars in haar portemonnee had. Hoewel verdachte hierover verklaarde dat zij geld had gekregen van [naam hotel] in verband met haar ontslag, acht het gerecht deze verklaring niet aannemelijk. Voor zo ver er al een afvloeiingsregeling betaald zou zijn, lag het op de weg van verdachte om deze te onderbouwen met de onderliggende vaststellingsovereenkomst cq het document waarin het ontslag en de overeengekomen afvloeiingsregeling is bevestigd. Verdachte heeft evenwel geen bewijs van de herkomst van de aangetroffen dollars overgelegd, zodat aangenomen dient te worden dat dit geld niet uit een legale bron verkregen is. Daar komt bij dat tijdens de huiszoeking reisbescheiden zijn aangetroffen op naam van verdachte en haar twee kinderen met betrekking tot een reis naar Florida met vertrekdatum 20 juli 2017. De kosten van deze vluchten, hotelovernachting en toegangsticket Disneyworld overtreffen vele malen het maandelijkse legale inkomen van verdachte, zodat ook hier wordt aangenomen dat verdachte de beschikking had over een illegale inkomstenbron. Hoe het ook zij, aan verdachte is slechts het voorhanden hebben van verdovende middelen en een vuurwapen ten laste gelegd en deze feiten kunnen bewezen worden door de gebezigde bewijsmiddelen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

2. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

3. Overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ruim 2.541,2 gram hennep en 197 slikkersbollen inhoudende 2340 gram cocaïne. Gezien de hoeveelheid en de omstandigheden waaronder verdachte de verdovende middelen had (o.a. de wijze van verpakking), kan geconcludeerd worden dat het de bedoeling was om deze te verhandelen. Het aanwezig hebben van verdovende middelen is strafbaar, omdat deze schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het gebruik hiervan ook tot allerlei vormen van criminaliteit, overlast en andere maatschappelijke problemen leidt. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Daarnaast gaat de handel in cocaïne vaak gepaard met andere zware criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen. Door het bezit van vuurwapens met bijbehorende munitie kan de algemene veiligheid van personen ernstig in gevaar worden gebracht, omdat er altijd een kans is dat een wapen daadwerkelijk zal worden gebruikt. Het gebruik van een vuurwapen kan ingrijpende, zelfs dodelijke gevolgen hebben. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is in het licht van het voorgaande op zich geïndiceerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat zij geen openheid omtrent de aan haar tenlastegelegde feiten heeft gegeven.

Ten voordele van verdachte geldt dat zij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het in beslaggenomen vuurwapen met munitie, de plastic zakken inhoudende hennepkruiden, de hennepplanten, de cocaïne, de wietmalers en de grinder zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de tenlastegelegde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De in beslag genomen fijn weger, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat degene aan wie het toebehoort bekend was met het gebruik en dat met behulp daarvan de feiten onder 1 en 2 zijn begaan of voorbereid, zal verbeurd worden verklaard. Dit geldt ook voor de inbeslaggenomen Michael Kors portemonnee met US$ 4.013,00 en € 10,00
(ALTO81.B.02.01), omdat aangenomen kan worden dat verdachte dit geld heeft verworven door met of uit de handel in verdovende middelen, gelet op de grote hoeveelheid aangetroffen marihuana en slikkerbolletjes alsmede de overige aangetroffen zaken die verband houden met de handel. Dit geldt ook voor het ijzeren bakje met Afl. 1.240,00 en US$ 430,00 (ALTO81.F.02.01), nu de aanwezigheid van dit geld hiermee eveneens in verband kan worden gebracht.

C. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de overige onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte, nu deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

11.1

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

11.2

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

11.3

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

11.4

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

11.5

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden;

11.6

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

11.7

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

11.8

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

11.9

verklaart verbeurd de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

11.10

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9C genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 26 oktober 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.