Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:834

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-10-2017
Datum publicatie
24-10-2017
Zaaknummer
AUA201600602
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het beroepschrift is buiten de daarvoor gestelde termijn ingediend. Het gerecht heeft appellanten in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift hebben ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. In reactie daarop hebben appellanten zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend en aldus van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

AUA201600602

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1. [appellante sub 1],

2. [appellant sub 2],

wonende in Aruba,

APPELLANTEN,

gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen,

gericht tegen:

de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS).

1 PROCESVERLOOP

Appellanten hebben op 6 juni 2016 bezwaar ingesteld tegen de afwijzende beschikking van verweerder van 27 mei 2016 op het verzoek van [X] van 16 oktober 2015 om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode bij appellanten werkzaam te zijn.

Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar hebben appellanten op 25 oktober 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Op 7 maart 2017 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 september 2017, waar appellanten, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. G.M.N. Maduro (DIMAS), zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ambtshalve overweegt het gerecht als volgt.

2.2

Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Lar, voor zover thans van belang, stelt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie.

Ingevolge artikel 19, eerste lid, brengt de bezwaaradviescommissie het bestuursorgaan binnen vier weken, nadat zij het bezwaarschrift van het bestuursorgaan heeft ontvangen, advies uit.

Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is advies binnen de in het eerste lid bedoelde termijn uit te brengen, kan de commissie deze termijn ingevolge het tweede lid eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. De commissie doet van een zodanige verlenging mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan.
Ingevolge artikel 20, eerste lid, neemt het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.

Ingevolge artikel 27, tweede lid, bedraagt, indien het beroepschrift betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, de termijn voor het indienen van een beroepschrift acht weken en gaat deze in op de dag, waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.

2.3

Het bezwaarschrift is op 6 juni 2016 ingediend, zodat verweerder binnen twaalf weken na ontvangst daarvan, dat wil zeggen uiterlijk op 30 augustus 2016, op het daarbij gemaakte bezwaar diende te beschikken. Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar kon uiterlijk op 24 oktober 2016 tegen het uitblijven van zodanige beschikking beroep worden ingesteld. Het beroepschrift is op 25 oktober 2016, derhalve buiten deze termijn, ingediend.

Bij brief van 14 december 2016 heeft het gerecht appellanten in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift hebben ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop hebben appellanten zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend en aldus van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.4

Gelet op het vorenoverwogene, is het beroep niet-ontvankelijk.

2.5

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 16 oktober 2017, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).