Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:827

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
23-10-2017
Zaaknummer
K.G. 2017/1677 (AUA201701929)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Ontruiming. Te respecteren legaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2017/330
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2017

Behorend bij K.G. 2017/1677 (AUA201701929)

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiseres] ,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: “[Eiseres]”,

gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand

tegen:

[Gedaagde],,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: “[Gedaagde]”,

gemachtigde: de advocaat mr. I.A. Nicolaas.

1 DE PROCEDURE

(IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE)

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 9 augustus 2017;

- de pleitnota met producties van mr. Nicolaas,

- de pleitnota van mr. Rosenstand.

1.2

Partijen en advocaten zijn op de zitting 5 oktober 2017 verschenen. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekening gehouden.

1.3

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

(IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE)

2.1

Op 27 juli 2013 is José Dirksz, hierna: erflater, overleden. Hij was toen gehuwd met [Eiseres] in algehele gemeenschap van goederen.

2.2

Bij testament d.d. 3 juni 2009 heeft erflater zijn wil als volgt bepaald. [Gedaagde], kleinzoon van erflater, is tot zijn enige erfgenaam benoemd. Erflater heeft daartoe zijn talrijke kinderen in dit testament onterfd.

2.3

In het testament staat een legaat ten gunste van [Eiseres]. Het legaat luidt als volgt:

“Ik legateer aan mijn echtgenote [[Eiseres]] voornoemd: mijn onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht (…) op een perceel domeingrond, gelegen te [adres] in Aruba, (…)”

2.4

Op dit perceel staat inmiddels een huis. Hierna worden perceel en huis aangeduid als: het huis. Dit is het enige vermogensbestanddeel dat zich in de nalatenschap bevindt. Sinds zijn jonge jaren woont [Gedaagde] met zijn, thans zwangere, levenspartner, in dit huis. Hij betaalt geen huur of gebruiksvergoeding maar onderhoudt wel het huis.

2.5

Eerder is erflater gehuwd geweest met [X], hierna: [X]. Dit huwelijk is door echtscheiding ontbonden op 31 juli 1987.

2.6

Ter zitting werd onderschreven dat het huis in de huwelijksgoederengemeenschap van [X] en de erflater valt. Die is echter nooit gescheiden en verdeeld. Dat maakt dat [X] krachtens huwelijksvermogensrecht gerechtigd is tot de onverdeelde helft hiervan. [X] blijkt echter spoorloos. Informeel gezegd: het huis komt voor 50% toe aan [X].

2.7

Op grond van het testament is [Gedaagde] voor 100% de erfgenaam van erflater. [Eiseres] is geen erfgenaam maar krachtens huwelijksvermogensrecht is zij voor 50% eigenaar van de woning. Rekening houdende met het recht van [X] is dit per saldo 25%. Dit betekent dat [Gedaagde] naast [X] en [Eiseres] op grond van het testament voor 50% gerechtigd is tot het huis, maar hij moet het legaat ten gunste van [Eiseres] respecteren. Dat geldt overigens niet voor [X] omdat haar aanspraak krachtens huwelijksvermogensrecht eerder is ontstaan.

2.8

[Gedaagde] heeft aan [Eiseres] een voorstel gedaan om haar uit te kopen. Dat voorstel is niet geaccepteerd.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

(IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE)

3.1

[Eiseres] verzoekt in conventie dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de volgende beslissingen neemt:

1. “[[Gedaagde]] te bevelen om binnen drie (3) dagen na het in deze te wijzen vonnis, de woning, plaatselijk bekend als [adres] te ontruimen;

2. [[ [[Gedaagde]] te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief de door [[Eiseres]] betaalde griffierechten.”

3.2

[Gedaagde] verzoekt in reconventie dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de volgende beslissingen neemt:

“d. De vordering ontbeert een feitelijke juridische grondslag indien Uwe Edelachtbare “het huwelijk in algehele gemeenschap van goederen” nietig verklaard alsmede de “akte van uiterste wilsbeschikking nietig verklaard”, met veroordeling van [Eiseres] in de proceskosten.

3.3

Partijen concluderen over en weer dat het Gerecht de vorderingen van de andere partij afwijst, dan wel haar daarin niet-ontvankelijk verklaard, met veroordeling van de ander in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

(IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE)

4.1

Het spoedeisend belang is met de aard van vordering in conventie (opeising van een legaat) gegeven.

4.2

[Gedaagde] stelt dat de huwelijken van erflater met zowel [Eiseres] als [X] als schijnhuwelijken hebben te gelden die door de rechter nietig zouden moeten worden verklaard. Verder is ook het testament nietig omdat de erflater aan een geestelijke stoornis leed. Om die reden is hij ongeveer 1,5 jaar later door dit Gerecht onder curatele gesteld. Hij heeft aan [Eiseres] een reëel aanbod gedaan om haar uit te kopen. Op grond hiervan dienen de vorderingen van [Eiseres] te worden afgewezen en dient in reconventie het huwelijk met [Eiseres] en het testament nietig te worden verklaard. [Eiseres] weerspreekt deze argumenten gemotiveerd.

4.3

Het Gerecht overweegt dat deze argumenten niet opgaan. De kort geding rechter kan geen uitspraken doen die rechtsverhoudingen bindend vaststellen, zoals de vernietiging van een testament of de nietigverklaring van een huwelijk. Een kort geding vonnis is immers een voorlopige uitspraak. Dergelijke uitspraken zijn voorbehouden aan de rechter die kennis neemt van de bodemprocedure.

4.4

Wel kan de kort geding rechter vooruit lopen op de te verwachten uitspraak van de bodemrechter. Daarvoor is vereist dat het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter het testament en het huwelijk zal vernietigen. Dat zal het Gerecht in dit kort geding echter niet doen omdat de daartoe door [Gedaagde] aangevoerde argumenten te kort schieten. Het Gerecht constateert namelijk dat [Gedaagde] sinds het overlijden van de erflater in 2013 geen procedure heeft aangespannen om tot nietigverklaring van huwelijk en testament te geraken. Eerst als verweer in dit kort geding worden deze argumenten naar voren gebracht. Dat maakt dat het Gerecht deze verweren niet al te serieus kan nemen. Verder geldt dat [Eiseres] betwist dat haar huwelijk met erflater een schijnhandeling was zodat het Gerecht daarvan niet kan uitgaan en er dus meer onderzoek noodzakelijk is in een bodemprocedure. Wat betreft het testament geldt dat de verklaring van de neuroloog d.d. 24 mei 2010 (“[erflater, (…), is bekend met dementie. Progressief verval van geheugenfuncties in de afgelopen 5 jaar. Ik acht, [erflater], medisch niet in staat weloverwogen beslissingen te nemen.” onvoldoende is. In de eerste plaats omdat die verklaring van circa een jaar na het verlijden van het testament is en hieruit niet volgt dat ten tijde van het verlijden van het testament erflater niet compos mentis was. In de tweede plaats omdat de notaris kennelijk wel heeft geconstateerd dat de erflater in staat was zijn wil te bepalen. Deze overwegingen houden tevens in dat de reconventionele vorderingen, waarvan [Eiseres] overigens terecht opmerkt dat die nogal onduidelijk zijn geformuleerd, worden afgewezen.

4.5

In dit kort geding staat dus voorlopig vast dat sprake is van een rechtsgeldig legaat en [Eiseres] heeft recht en belang om van [Gedaagde] te vorderen dat hij dit afgeeft in de zin van artikel 4:985 BW. Een en ander onverminderd het recht van de niet in dit geding betrokken [X] op haar onverdeelde helft in de zaak. Daaraan doet niet af dat de erkende kinderen van erflater zich aan de zijde van [Gedaagde] zouden hebben geschaard. Aan hun opvatting komt, gelet op het rechtsgeldige legaat, geen waarde toe in dit kort geding. Tot slot geldt dat [Eiseres] geen verplichting heeft om in te stemmen met uitkoop door [Gedaagde].

4.6

Een belangenafweging valt ook uit in het nadeel van [Gedaagde]. Weliswaar heeft hij het grootste gedeelte van zijn leven in het huis gewoond en heeft hij dit onderhouden maar dat doet niet af aan het recht van [Eiseres] om de ontruiming van het huis te vergen. Wel zal het Gerecht, gelet hierop, maar ook rekening houdende met het zoeken naar andere woonruimte en de zwangerschap van zijn levenspartner, de ontruimingstermijn op twee maanden stellen.

4.7

Als overwegend in het ongelijk gestelde partij moet [Gedaagde] in de proceskosten worden veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

in conventie

veroordeelt [Gedaagde] om binnen twee maanden na heden de woning, plaatselijk bekend [adres], te ontruimen;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [Eiseres] worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht, Afl. 232,60 aan explootkosten en Afl. 1.000,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.