Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:825

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
23-10-2017
Zaaknummer
K.G. nr. 2044 van 2017 (AUA201702425)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Ontruiming en contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 18 oktober 2017

Behorend bij K.G. nr. 2044 van 2017 (AUA201702425)

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,

tegen:

[Gedaagde],

wonende in Aruba, te [adres],

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 21 september 2017;

  • -

    de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 5 oktober 2017.

1.2

Partijen en mr. Falconi zijn ter zitting verschenen en hebben de wederzijdse standpunten toegelicht. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

1.3

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn voormalige echtgenoten en waren onder huwelijkse voorwaarden met elkaar getrouwd. Bij beschikking van dit Gerecht van 9 januari 2017 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 16 mei 2017 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Aruba.

2.2

De voormalige echtelijke woning, gelegen te [adres] (hierna: de woning), behoort in eigendom toe aan eiseres.

2.3

Partijen wonen thans beiden, samen met hun twee minderjarige kinderen, in de woning.

2.4

Bij brief van de advocaat van eiseres aan gedaagde van 24 mei 2017 is gedaagde gesommeerd om binnen vierentwintig (24) uur de woning te ontruimen.

2.5

Uit de brief van 8 september 2017 van het Korps Politie Aruba blijkt dat gedaagde op 31 maart 2017 in de woning een airsoft pistool voorhanden had en dat eiseres tegen de politie heeft gezegd dat de man haar hiermee heeft bedreigd. Bij proces-verbaal van 1 juni 2017 heeft eiseres aangifte gedaan tegen gedaagde wegens de bedreiging die op 31 maart 2017 bij de woning had plaatsgevonden en de bedreiging op 1 juni 2017 op de werkplek van eiseres. Bij proces-verbaal van 22 oktober 2014 heeft eiseres aangifte gedaan tegen gedaagde wegens mishandeling en bedreiging.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de volgende beslissingen neemt:

  1. gedaagde te veroordelen om de woning te [adres], met alle daarin aanwezige aan hem toebehorende persoonlijke goederen, voor zover deze laatste niet in beslag zijn genomen en voor zover deze het eigendom van eiseres niet zijn, te verlaten en te ontruimen binnen 24 uur, met afgifte van de sleutels van de woning aan eiseres;

  2. eiseres reeds toestemming te verlenen en machtiging om, indien gedaagde met de ontruiming in gebreke blijft, deze zelf te doen uitvoeren desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

  3. gedaagde een contactverbod op te leggen, waarbij hem verboden wordt om zich binnen een straal van 200 m. van haar woning te [adres] en haar werkplaats te [werkplek] te bevinden of haar elders (openbare gelegenheid) te benaderen en hem te bevelen ten minste 1 jaar, alle contact met eiseres te vermijden, dan wel zich niet in haar omgeving te bevinden;

  4. e.e.a. op straffe van een dwangsom ad Afl. 500,- voor elk deel en/of dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft, tot een maximum van Afl. 10.000,-;

  5. althans die voorzieningen te treffen die U E.A. in alle goede justitie nodig acht,

  6. e.e.a. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.

3.2

Aan haar vordering met betrekking tot de ontruiming legt eiseres ten grondslag dat de woning aan haar in eigendom toebehoort en gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft. Aan het gevorderde contactverbod legt eiseres ten grondslag dat zij, gelet op het agressieve karakter van gedaagde en de door hem in het verleden gepleegde geweldsdelicten en bedreigingen jegens haar en haar omgeving, gegronde redenen heeft om aan te nemen dat gedaagde (wederom) gewelddadig zal worden.

3.3.

Gedaagde heeft verweer gevoerd.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van eiseres bij de vorderingen is voldoende aannemelijk gemaakt.

De ontruiming

4.2

De stelling van eiseres dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft is door gedaagde niet, althans onvoldoende, weersproken. Op grond van de overgelegde stukken is gebleken dat partijen onder huwelijkse voorwaarden waren getrouwd en de woning in eigendom aan eiseres toebehoort. Dat gedaagde mogelijk een vordering tot ongerechtvaardigde verrijking heeft op eiseres, staat los van de vraag of gedaagde recht of titel heeft om in de woning te mogen blijven. Nu te verwachten is dat een dergelijke vordering in een bodemprocedure toewijsbaar is zal die worden toegewezen.

4.3

De gevorderde machtiging wordt afgewezen. Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft eiseres dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagde wordt betekend, en dat aan gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft eiseres geen belang bij de verzochte machtiging.

4.4

Wat betreft de termijn waarop de woning ontruimd dient te worden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om aan te sluiten bij de datum waarop het contactverbod ingaat.

Het contactverbod

4.5

Een gebiedsverbod en, als afgeleide daarvan, een contactverbod, vormen een inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

4.6

Uit het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat er spanningen zijn tussen partijen.. Er is meerdere malen aangifte gedaan door eiseres tegen gedaagde wegens bedreiging en/of mishandeling. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, alhoewel gedaagde de aantijgingen van de vrouw over de bedreigingen ontkent, een reële dreiging van ontoelaatbaar handelen door gedaagde jegens eiseres in de nabije toekomst niet kan worden uitgesloten, gelet op de aangiftes en het politierapport. Het verzochte contactverbod zal dan ook worden toegewezen behoudens hetgeen hierna wordt overwogen.

4.7

Het Gerecht zal de duur van het contactverbod bepalen op zes maanden en het contactverbod beperken tot de woon- en werkplek van eiseres, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen.

4.8

Ter zitting is gebleken dat partijen ieder een goede band hebben met hun kinderen. Partijen beogen dan ook de kinderen in de woning te laten blijven wonen waarbij de vader hen in het kader van een omgangsregeling regelmatig zal zien. Dat botst met het verzoek van eiseres een onbeperkt contactverbod op te leggen omdat dit de omgangsregeling onwerkbaar zou kunnen maken. Ouders moeten de kinderen immers aan elkaar kunnen afgeven en hebben zodoende dus contact met elkaar. De voorzieningenrechter legt in de beslissing een omgangsregeling vast waarvan partijen in goed overleg gerust mogen afwijken indien het belang van de kinderen dat vergt. Het contactverbod wordt vastgesteld op een half jaar omdat de voorzieningenrechter wil voorkomen dat dit een sta-in-de-weg wordt van een toekomstige normale omgang van partijen in het belang van hun kinderen.

4.9

Aan de op te leggen verboden wordt een dwangsom verbonden van Afl. 100,- per overtreding in plaats van de gevorderde Afl. 500,- per dag en/of dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft. Laatstgenoemd bedrag komt bovenmatig voor. De dwangsom zal worden gemaximeerd als in de beslissing vermeld.

4.10

Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde de proceskosten van eiseres moeten vergoeden.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

5.1

veroordeelt gedaagde om binnen achtenveertig (48) uur na betekening van dit vonnis de woning te [adres], te Aruba, te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eiseres zijn, met afgifte van de sleutels van de woning aan eiseres;

5.2

verbiedt gedaagde om vanaf achtenveertig (48) uur en tot ten hoogste een periode van zes (6) maanden, na betekening van dit vonnis, zich te bevinden binnen een straal van vijftig meter (50m) van de woning van eiseres te [adres] in Aruba;

5.3

verbiedt gedaagde om vanaf achtenveertig (48) uur en tot ten hoogste een periode van zes (6) maanden, na betekening van dit vonnis, zich te bevinden binnen een straal van vijftig (50m) van de werkplek van eiseres te [werkplek];

5.4

veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van Afl. 100,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.2 en 5.3 uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van Afl. 10.000,- bereikt is;

5.5

bepaalt, bij wijze van minimale basisvoorziening waarvan partijen in onderling overleg mogen afwijken, de omgangsregeling tussen gedaagde en de minderjarige kinderen als volgt: om de week van vrijdag tot maandag, waarbij gedaagde de kinderen op vrijdag van school ophaalt en op maandagochtend op school afzet;

5.6

veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, Afl. 229,35 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;

5.7

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.