Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:82

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
A.R. 1553 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, zekerheidstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 8 februari 2017

Behorend bij A.R. 1553 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te Venezuela,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez,

tegen:

de naamloze vennootschap EXCELSIOR CASINO N.V.,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

gevestigd te Aruba,

gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Saade,

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de incidentele conclusie van eis tot zekerheidstelling;

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VORDERING EN HET VERWEER

2.1

Verweerders in het incident vorderen in de hoofdzaak – kort gezegd – veroordeling van eiseres in het incident tot betaling van US$ 27.642,82, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente, met veroordeling van eiseres in het incident tot betaling van de proceskosten.

2.2

Eiseres in het incident heeft gesteld dat uit het inleidend verzoekschrift blijkt dat verweerders in het incident vreemdeling in de zin van art. 122 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) zijn en geen van de situaties opgenomen in art. 122 lid 2 Rv zich voordoen. Eiseres in het incident vraagt in verband daarmee verweerders in het incident te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de betaling van kosten, schade en intresten waartoe verweerders in het incident zou kunnen worden veroordeeld, begroot op Afl. 12.000,00.

2.3

Verweerders in het incident voeren geen verweer tegen de verzochte zekerheid-stelling, maar wel tegen het begrote bedrag.

3 DE BEOORDELING

in het incident

3.1

Verweerders in het incident hebben de nationaliteit van Venezuela, zijn in Venezuela woonachtig en zijn derhalve vreemdeling in de zin van art. 122 Rv. zodat zij in beginsel gehouden zijn om zekerheid te stellen voor de betaling van kosten, schade en intrest in welke zij verwezen zouden kunnen worden. Van een verdrag op grond waarvan zij van deze verplichting vrijgesteld zouden kunnen worden is geen sprake. Niet gebleken is dat een van de overige omstandigheden als bedoeld in het tweede lid van voormeld artikel zich voordoet. Dat brengt mee dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.

3.2

Gelet op de aard en omvang van de vordering in de hoofdzaak is tarief 5 van het Liquidatietarief van toepassing, met een bedrag van Afl. 1.250,00 per punt en met een maximum van 6 punten. Het gerecht acht de waardering van de door de gemachtigde van eiseres in het incident te verrichten werkzaamheden op 6 punten reëel, waarbij rekening gehouden is met een extra punt voor de conclusie in dit incident, zodat verweerders in het incident voor een bedrag van Afl. 7.500,00 zekerheid dienen te stellen.

3.3

De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in te hoofdzaak wordt beslist.

in de hoofdzaak

3.4

De hoofdzaak zal, nadat zekerheid gesteld is, worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven.

3.5

Als niet tijdig zekerheid is gesteld zullen eisers in de hoofdzaak niet-ontvankelijk worden verklaard.

4 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in het incident

4.1

veroordeelt verweerders in het incident om binnen twee weken na de datum waarop dit vonnis is gewezen zekerheid te stellen voor de betaling van de kosten, schade en intresten in welke verweerders in het incident behoeve van eiseres in het incident kan worden veroordeeld;

4.2

bepaalt het bedrag van die zekerheid op Afl. 7.500,00;

4.3

bepaalt dat deze zekerheid middels storting van dat bedrag ter griffie van dit gerecht, dan wel middels een door een te Aruba gevestigde bank uitgegeven bankgarantie ten genoegen van eiseres in de hoofdzaak kan worden gesteld;

4.4

verstaat dat indien verweerders in het incident niet of niet tijdig gevolg geeft aan de bevolen zekerheidstelling, eiseres in het incident niet gehouden is tot het voeren van verweer in de hoofdzaak en verweerders in het incident niet-ontvankelijk zullen worden verklaard;

4.5

houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist;

4.6

wijst af het meer of anders gevorderde;

in de hoofdzaak

4.7

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 1 maart 2017 - zijnde de eerst mogelijke rolzitting na ommekomst van de in het incident bepaalde termijn - voor uitlating zekerheidstelling zijdens partijen;

4.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.