Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:819

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
20-10-2017
Zaaknummer
A.R. nr. 1549 van 2016 / AUA201600806
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Verklaring ex artikel 476a Rv jo. artikel 476b lid 1 en 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 18 oktober 2017

Behorend bij A.R. nr. 1549 van 2016 / AUA201600806

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

FATUM LIFE ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: Fatum,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.F.J. Caster en D.C.A. Crouch,

tegen:

de naamloze vennootschap

ADCONS SERVICES N.V.,

gevestigd in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: Adcons,

gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 11 januari 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 10 maart 2017. Partijen hebben toen over en weer het woord gevoerd, beiden mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de conclusie van repliek, met producties;

- de conclusie van dupliek, met producties;

- de op 6 september 2017 door Fatum genomen akte uitlating producties.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Fatum vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

a. Adcon in de gelegenheid stelt om alsnog verklaring te doen in de zin van het bepaalde in artikel 476a Rv in verbinding met het eerste en tweede lid van artikel 476b Rv ter zake van hetgeen zij ten behoeve van [X] (hierna: [X]) vanaf 16 augustus 2012 onder zich heeft of zal verkrijgen; en voorts nadat die verklaring zal zijn afgelegd en door Fatum is goedgekeurd, of in geval van tegenspraak door het Gerecht zal zijn bepaald hetgeen Adcon onder zich heeft ten behoeve van of verschuldigd is of zal zijn aan [X]:

b. Adcon veroordeelt om die gelden en/of goederen aan Fatum af en/of over te geven;

c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

subsidiair

d. Adcon veroordeelt tot betaling aan Fatum van Afl. 438.602,38, te vermeerderen met 10,4 % aan overeengekomen rente, als ware zij zelf schuldenaar indien en voorzover Adcon voormelde verklaring niet alsnog doet;

e. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

primair en subsidiair

f. Adcon veroordeelt in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten.

2.2

Adcon voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Fatum verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voorzover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Ten behoeve van de gehouden comparitie heeft Adcon alsnog bedoelde verklaring gedaan. Fatum heeft de inhoud en/of de juistheid van die verklaring betwist, daartoe met name stellende dat Adcon ten aanzien van het jaar 2013 (19.659,37 minus 10.734,38 =) Afl. 8.924,99 en ten aanzien van 2014 (16.752,22 minus 8.268,57 =) Afl. 8.483,65 meer onder zich had dan zij heeft verklaard. Die stelling heeft Adcon gemotiveerd bestreden, en staat daarom niet vast. Die stelling komt in deze procedure ook niet vast te staan, omdat Fatum geen levering van bewijs in de zin van het eerste lid van artikel 145 Rv heeft aangeboden of verzocht. Hierbij wordt overwogen dat het vermelde onder 17. van de conclusie van repliek van Fatum niet als zodanig heeft te gelden. Het aldaar vermelde duidt meer op een zogeheten “fishing expedition”, althans een niet of onvoldoende concrete en/of specifieke suggestie om getuigen te horen.

3.3

Vorenstaande brengt met zich dat het Gerecht zal bepalen of vaststellen dat aan Fatum als executant toekomt 1/3 deel van hetgeen Adcon heeft verklaard dat zij aan gelden onder zich heeft of had ten behoeve van [X] over de periode augustus 2012 tot en met april 2016. Adcon zal worden veroordeeld om - indien en voorover zij dat niet reeds heeft gedaan - dat deel af te dragen aan Fatum (of aan deurwaarder L.R MORALES-WIX ten behoeve van Fatum).

3.4

Adcon zal op de voet van het eerste lid van artikel 477a Rv (slotzin) worden veroordeeld in de door haar nodeloos aan de zijde van Fatum veroorzaakte kosten. Die kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 199,90 =) Afl. 649,90 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 5 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.250,-- per punt). Hierbij wordt nog overwogen dat het Gerecht geen punten van het liquidatietarief toekent voor de door Fatum gediende conclusie van repliek en de akte na dupliek, nu de inhoud van die stukken met name ziet op de tevergeefs gebleken betwisting van de inhoud of de juistheid van de alsnog door Adcon afgelegde verklaring. Verder wordt nog overwogen dat het Gerecht geen grond ziet om de kosten van Fatum anders te begroten dan krachtens het liquidatietarief.

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Adcon - indien en voorover zij dat niet reeds heeft gedaan - tot afdracht aan Fatum (of aan deurwaarder L.R MORALES-WIX ten behoeve van Fatum) van 1/3 deel van hetgeen Adcon heeft verklaard dat zij aan gelden onder zich heeft of had ten behoeve van [X] in de periode augustus 2012 tot en met april 2016;

-veroordeelt Adcon in de door haar nodeloos aan de zijde van Fatum veroorzaakte kosten, tot aan deze uitspraak begroot Afl. 649,90 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.