Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:815

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
E.J. no. 1205 van 2017 / AUA201701089
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-arbeid-onregelmatig ontslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5391
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 17 oktober 2017

Behorend bij E.J. no. 1205 van 2017 / AUA201701089

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

[X],

wonende in Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de naamloze vennootschap

[Y] CONSTRUCTION, LABOR & CLEANING N.V.,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: [Y],

gemachtigde (tot 19 september 2017): de advocaat mr. R.C. Samuels.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift, met één productie;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 5 september 2017.

1.2

Uit die aantekeningen blijkt dat [X] ter zitting is verschenen samen met zijn gemachtigde, en dat [Y] is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mw. [Z] (directeur van [Y]). [X] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift. [Y] heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van dupliek te reageren op die reactie van [X].

1.3

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [X] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

a. voor recht verklaart dat [Y] [X] op onregelmatige wijze heeft ontslagen;

b. [Y] veroordeelt om aan [X] te betalen Afl. 20.556,25 ten titel van (i) schadevergoeding uit onregelmatig ontslag, (ii) achterstallig loon, (iii) cessantia, (iv) niet betaalde niet genoten vakantiedagen en (v) ingehouden doch niet afgedragen pensioenpremie, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 en ter zake van het onder (ii), (iv) en (v) vermelde tevens vermeerderd met de wettelijke verhoging;

d. [Y] veroordeelt in de proceskosten.

2.2 [

Y] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [X] verzochte, althans tot matiging van zijn vorderingen, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de vorderingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Uit het door [X] overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen volgt dat hij niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan [X] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.

3.2

Vast staat tussen partijen het volgende. [X] is krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst getreden van [Y] op 2 januari 2010 als metselaar tegen een laatstelijk genoten uurloon van Afl. 16,--. Op 23 oktober 2016 heeft [X] gedurende zijn arbeidsongeschiktheid als met alcohol beschonken bestuurder van een auto een verkeersongeval veroorzaakt, als gevolg waarvan hij gewond is geraakt. De SVB heeft op grond van (de aard van) dit ongeval geen dekking meer verleend voor de verdere duur van de arbeidsongeschiktheid van [X]. [Y] heeft [X] op 2 februari 2017 op staande voet ontslagen bij brief van gelijke datum. Die brief vermeld onder meer:

“(…).

Bij mij is vandaag medegedeeld dat u op 23 October 2016 dronken was en een ongeluk heeft veroorzaakt terwijl u Arbeids Ongeschikt was en op 27 October 2016 eigenlijk terug moest komen om te werken, en dat u zelf zwaar gewond was. Voor SVB was dit ook een reden om aan u geen ziektegeld uit te keren omdat u zelf een grove fout hebt veroorzaakt en tegen de regels was van de SVB.

Bij deze laten wij u weten dat de arbeidsovereenkomst tussen werkgever [Y] Construction en werknemer [X] op 2 February 2017 wordt beeindigd.

En ook heeft u op 1 February 2017 gebeld naar kantoor en met [Z] gesproken en gezegd dat u naar de dokter moest en terug zou bellen en we hebben niks meer van u gehoord. Voor ons is dit een dringende reden voor ontslag.

(…).”.

3.3

In het licht van de hiervoor geciteerde inhoud van de aan [X] uitgereikte ontslagbrief stelt [Y] dat uit die tekst (weliswaar niet erg duidelijk) volgt dat de dringende reden voor ontslag zonder enige twijfel er mede uit bestond dat [X] niet naar het werk kwam bij [Y] omdat hij bij een concurrent van [Y] aan het werk was, en dat de directie van [Y] er op mocht vertrouwen dat dit één en ander duidelijk was voor [X]. Die door [X] bestreden stelling is zonder nadere uitleg of onderbouwing, die ontbreekt, onbegrijpelijk. Uit voormelde inhoud van de ontslagbrief valt immers met de beste wil ter wereld niet af te leiden of te begrijpen dat het beweerdelijke elders werken dan bij [Y] mede ten grondslag ligt aan het aan [X] gegeven ontslag. Daar komt bij dat het dronken besturen door [X] van een auto en het aldus veroorzaken van een verkeersongeval gedurende arbeidsongeschiktheid geen dringende reden voor ontslag oplevert. Dat voorval staat naar het oordeel van het Gerecht in een te ver verwijderd verband met de dienstbetrekking van [X] bij [Y]. Het enkele niet terugbellen zoals vermeld in de ontslagbrief levert op zich evenmin een dringende reden op voor ontslag.

3.4

De slotsom luidt dat niet vast komt te staan dat [X] een dringende reden heeft gegeven aan [Y] voor ontslag. Het door [Y] aan [X] gegeven ontslag op staande voet, in welk ontslag [X] heeft berust, houdt daarom geen stand. Daar komt nog bij dat [X] niet of onbestreden nader heeft gesteld dat [Y] heel veel eerder dan rond 2 februari 2017 wist van het door [X] onder invloed van alcohol veroorzaakte verkeersongeval. Dat brengt naar het oordeel van het Gerecht met zich dat deze door [Y] aangevoerde ontslagreden niet of onvoldoende onverwijld is aangezegd aan [X]. Ook daarom kan het ontslag geen stand houden. Uit dit één en ander volgt dat sprake is van een onregelmatig ontslag. De vordering onder a. zal worden toegewezen.

3.5

Nu [Y] [X] onregelmatig heeft ontslagen, is zij schadeplichtig jegens [X]. Die schade bestaat in dit geval uit het niet in acht nemen door [Y] van de wettelijke opzegtermijn voor ontslag. [X] heeft onbestreden gesteld dat in zijn geval die termijn twee maanden bedraagt. Dat onderdeel van de vordering zal worden toegewezen. Het ten onrechte gegeven ontslag brengt tevens met zich dat [Y] gehouden is cessantia aan [X] uit te keren. [X] heeft onbestreden gesteld dat die cessantia gelijk is aan zeven (7) weken van het door hem genoten loon. Ook dit onderdeel van de vordering van [X] zal worden toegewezen.

3.6 [

X] heeft onbestreden gesteld dat [Y] nog twee weken loon aan hem verschuldigd is. Ook dit onderdeel van de vordering van [X] zal daarom worden toegewezen.

3.7 [

X] heeft verder onbestreden gesteld dat er ten tijde van zijn ontslag sprake was van vijftien (15) niet genoten vakantiedagen, en dat [Y] die dagen niet heeft uitbetaald aan [X]. [Y] is echter gehouden om dat wel te doen. Dat betekent dat ook dit onderdeel van de vordering van [X] zal worden toegewezen.

3.8 [

X] heeft door [Y] erkend gesteld dat [Y] over de periode januari 2012 tot en met januari 2017 telkens 3% heeft ingehouden van zijn loon aan pensioenpremie en dat [Y] die ingehouden gelden nooit heeft afgedragen aan een pensioenverzekeraar. [X] heeft onbestreden gesteld dat het te dezen gaat om in totaal (7,8 weken loon x 45 uren per week x Afl. 16,-- per uur =) Afl. 5.616,--. [Y] heeft in dit verband verklaard dat zij die gelden alsnog zal afdragen als een pensioenverzekeraar daar om vraagt of haar daartoe sommeert. Uit die verklaring blijkt geen enkel besef van de op [Y] rustende verplichting om ten behoeve van [X] met ingang van januari 2012 een pensioenverzekering af te sluiten en het sindsdien door haar van [X]’s loon telkens ingehouden werknemersdeel van de pensioenpremie telkens af te dragen aan de verzekeraar bij wij die verzekering was afgesloten. In de omstandigheid dat overigens is gesteld noch gebleken dat [Y] ten behoeve van [X] ooit zo’n verzekering heeft afgesloten ziet het Gerecht grond om de vordering van [X] op dit onderdeel (op de voet van ongerechtvaardigde verrijking zijdens [Y]) toe te wijzen.

3.9

Alleen het onder b. (ii) en b. (v) verzochte ziet op betaling van achterstallig loon, waarop de wettelijke verhoging toepasbaar is. Die nevenvordering zal in zoverre worden toegewezen, met dien verstande dat het Gerecht in de omstandigheid dat naast de verhoging tevens wettelijke rente is verzocht en zal worden toegewezen aanleiding ziet om die verhoging ambts- en billijkheidshalve gematigd vast te stellen op telkens maximaal 15%. De wettelijke rente zal met betrekking tot alle overige vorderingen, als zijnde onbestreden, worden toegewezen als na te melden.

3.10

Bedoeld wel inhouden maar niet afdragen van pensioenpremie in verbinding met het gegeven dat is gesteld noch gebleken dat [Y] ooit een pensioenverzekering heeft afgesloten ten behoeve van [X] getuigt niet bepaald van goed werkgeverschap zijdens [Y]. Het is reeds daarom dat het Gerecht het beroep tot (verdere) matiging van de toe te wijzen vorderingen van [X] ter zijde stelt, althans niet honoreert.

3.11 [

Y] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [X], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten pro deo en Afl. 2.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-verklaart voor recht dat [Y] [X] op onregelmatige wijze heeft ontslagen;

-veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen een schadevergoeding gelijk aan twee maanden loon van [X] wegens het niet in acht nemen van de te dezen toepasselijke opzegtermijn van twee maanden, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen cessantia gelijk aan zeven weken loon van [X], te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen twee weken achterstallig loon van [X], te vermeerderen met (1) de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van maximaal 15% gerekend vanaf de opeisbaarheid van dat loon en (2) met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen een bedrag gelijk aan vijftien dagen loon van [X] uit hoofde van vijftien niet door hem genoten en niet aan hem uitbetaalde vakantiedagen, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen Afl. 5.616,-- aan wel van [X]’s loon ingehouden doch niet afgedragen pensioenpremies, te vermeerderen met (1) de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 15% telkens gerekend vanaf de opeisbaarheid van dat alsnog aan [X] te betalen loon en (2) met wettelijke rente gerekend vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt [Y] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [X], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten pro deo en Afl. 2.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo;

-verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

-verleent aan [X] verlof tot kosteloos procederen;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 oktober 2017.