Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:80

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
A.R. no. 2331 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, bewijslevering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 8 februari 2017

Behorend bij A.R. no. 2331 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende in Sint Maarten,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna ook te noemen: E*,

gemachtigden: de advocaten mrs. H.A. Seferina en C.R.O. Richardson,

tegen:

[naam gedaagde],

wonende in Aruba,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna ook te noemen: G*,

thans procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

in conventie en in reconventie

1.1

Het verloop van de procedure tot 24 augustus 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-de op 16 november 2016 tegen G* verleende akte van niet dienen van de akte die hij ingevolge voormeld tussenvonnis behoorde te nemen.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

in conventie en in reconventie

2.1

Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.

in conventie

2.2

Onder verwijzing naar overweging 2.2 in verbinding met overweging 2.4.3 van het tussenvonnis van 24 augustus 2016 wordt het volgende verder overwogen. Vast staat dat G* om voor hem moverende redenen geen gebruik heeft gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om het in overweging 2.4.1 van voormeld tussenvonnis bedoelde deskundigen- of taxatierapport in het geding te brengen. Zoals aangekondigd in dat vonnis verbindt het Gerecht aan dat nalaten de gevolgtrekking dat hij het bewijsaanbod van G* niet langer serieus neemt en dat hij tegenbewijslevering daarom niet langer toestaat. Dat één en ander brengt mee dat het door dit Gerecht aangenomen rechterlijk vermoeden, dat G* gerekend vanaf 3 april 1992 US$ 850.000,-- aan huurinkomsten heeft ontvangen uit hoofde van de verhuur van 7 op het bij partijen genoegzaam bekende recht van erfpacht gebouwde appartementen (en dat door storting of overschrijving van die huurpenningen op de bankrekening van G* met rekeningnummer [rekening nummer 1]), vast komt te staan. In het licht van het primair door E* gevorderde zullen die inkomsten bij eindvonnis worden toebedeeld aan G*, en G* zal dienaangaande bij nog te wijzen eindvonnis ten titel van overbedeling worden veroordeeld om aan E* te betalen US$ 425.000,--.

2.3

Onder verwijzing naar overweging 3.11 van het tussenvonnis van 1 oktober 2014 zal het Gerecht de zaak thans verwijzen naar de in het dictum vermelde terechtzitting voor het horen van door E* voor te brengen getuigen met betrekking tot de door haar te bewijzen stelling dat het saldo van de bij de Windward Islands Bank gehouden rekening met als rekeningnummer [rekening nummer 2] per 3 april 1992

US$ 90.000,-- bedroeg. E* dient uiterlijk drie dagen voor die zitting, tijdens welke maximaal drie getuigen kunnen worden gehoord, de personalia van de door haar voor te brengen getuigen schriftelijk kenbaar te maken aan het Gerecht en aan G*. Indien E* zichzelf als partijgetuige wil laten horen, dient zij daarbij kenbaar te maken waarom dat uit oogpunt van gelijkheid van partijen geboden is (zie het vierde lid in verbinding met het eerste lid van artikel 145 Rv).

2.4

In afwachting van bewijslevering en de daarna door partijen te nemen conclusies na bewijslevering zal iedere beslissing worden aangehouden.

in reconventie

2.5

Iedere (verdere) beslissing zal eveneens worden aangehouden.

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

in conventie

-stelt E* in de gelegenheid om door middel van het doen horen van getuigen haar hiervoor onder 2.3 vermelde door het Gerecht onderlijnde stelling te bewijzen;

-verwijst de zaak daartoe naar de terechtzitting van donderdag 16 maart 2017 om 09:00 uur, te houden in de enquêtezaal van het in Aruba te Oranjestad aan de J.G. Emanstraat 51 gelegen gerechtsgebouw;

-houdt in afwachting van bewijslevering en de daarna door partijen te nemen conclusies na bewijslevering (eerst E*, daarna G*) iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

-houdt eveneens iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.