Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:780

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
A.R. 467 van 2017 / AUA201700433
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, ontbindingsverklaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 4 oktober 2017

Behorend bij A.R. 467 van 2017 / AUA201700433

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam eiser],

te Aruba,

EISER, hierna ook te noemen: E*,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C. Ecury,

tegen:

[naam gedaagde] h.o.d.n. SAKURA MOTORS,

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: G*,

gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondeling gelaste comparitie na antwoord, gehouden op 22 augustus 2017.

1.2

E* is toen ter zitting is verschenen samen met haar gemachtigde, voor wie mr. A.F.J. Caster heeft geoccupeerd. G* is ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

G* importeert auto’s uit Japan.

2.2

Partijen hebben op 25 maart 2015 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een auto Toyota IST van het bouwjaar 2005 (hierna: de auto), krachtens welke E* die auto heeft gekocht van G* tegen een koopprijs van Afl. 7.500,-- (hierna: de overeenkomst).

2.3

Uit de overeenkomst volgt dat G* na een eerste betaling door E* aan hem van Afl. 5.500,-- de auto binnen één maand moest leveren aan E*. Het restant bedrag van Afl. 2.000,-- zou na de levering van de auto worden betaald.

2.4

Op 25 maart 2015 heeft E* het bedrag van Afl. 5.500,-- aan G* betaald.

2.5

Bij brief van 21 november 2016 heeft E* G* ter zake van de levering van de auto in gebreke gesteld, en G* gesommeerd om de auto uiterlijk op 28 november 2016 aan E* te leveren. Levering van de auto is uitgebleven.

2.6

Bij brief van 19 december 2016 heeft E* vervolgens de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

E* vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. voor recht verklaart dat de overeenkomst is ontbonden; althans

b de overeenkomst ontbindt;

c. G* veroordeelt om aan E* te betalen het bedrag van Afl. 5.500,--;

d. G* veroordeelt om aan E* te betalen het bedrag van Afl. 750,-- ten titel van vergoeding van incassokosten;

e. G* veroordeelt in de proceskosten.

3.2

G* voert verweer strekkende tot afwijzing van de door E* verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ter zake van de vorderingen onder a. b. en c. refereert G* aan het oordeel van het Gerecht.

4 DE BEOORDELING

4.1

Uit de hiervoor vermelde feitelijkheden volgt dat G* ter zake van zijn contractuele verplichting tot levering van de auto aan E* in verzuim is geraakt. De hiervoor onder 2.6 vermelde ontbindingsverklaring van E* treft daarom doel. Dat brengt mee dat het onder a. gevorderde zal worden toegewezen als na te melden.

4.2

Op grond van artikel 6:271 BW bevrijdt voormelde ontbinding partijen van de daardoor getroffen verbintenissen, en is er voor partijen een verbintenis ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. E* heeft reeds het bedrag van Afl. 5.500,-- aan G* betaald. Op G* rust daarom de uit de wet voortvloeiende verbintenis om dat bedrag terug te betalen aan E*. Dat brengt mee dat het onder c. gevorderde zal worden toegewezen.

4.3

Wat betreft de door G* bestreden buitengerechtelijke incassokosten wordt het volgende overwogen. E* heeft twee uitgebreide brieven aan G* gestuurd. Uit de inhoud van die brieven blijkt dat er meer werkzaamheden zijn verricht dan alleen maar werkzaamheden ter voorbereiding van de zaak. Vast komt daarom te staan dat E* ter zake van verkrijging van voldoening buiten rechte meer werkzaamheden heeft verricht dan die waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Het is ook redelijk dat E* die werkzaamheden heeft verricht, en de hoogte van de door hem verzochte vergoeding is conform het Procesreglement. Dat brengt mee dat het onder d. gevorderde zal worden toegewezen.

4.4

G* zal als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 198,44 =) Afl. 648,44 aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 3, ad Afl. 500,-- per punt).

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-verklaart voor recht dat de overeenkomst op 19 december 2016 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden door E*;

-veroordeelt G* om aan E* te betalen Afl. 5.500,--, te vermeerderen met

Afl. 750,-- aan vergoeding voor buiten rechte gemaakte incassokosten;

-veroordeelt G* in de kosten van de procedure, tot op heden aan de kant van E* begroot op Afl. 648,44 aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.