Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:777

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
A.R. 662 van 2014 / AUA201400129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, schuldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 4 oktober 2017(bij vervroeging)

Behorend bij A.R. 662 van 2014 / AUA201400129

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de rechtspersoon naar vreemd recht

NEW INDIA ASSURANCE COMPANY Ltd.,

domicilie kiezende te Aruba, ten kantore van haar gemachtigde,

hierna ook te noemen: New India,

gemachtigde: mr. A.E. Barrios,

tegen:

[naam gedaagde],

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: G*,

gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 februari 2016

- de akte van new India;

- de contra-akte van G*.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Bij tussenvonnis van 24 februari 2016 is beslist dat het rapport van [naam X] uitgangspunt is bij de beantwoording van de vraag welke schade vergoed had dienen te worden door New India, nu het rapport van [naam Y] niet op juiste wijze tot stand is gekomen. Omdat er onduidelijkheid bestond over de kosten die gemoeid waren met de in het rapport van [naam X] vermelde kosten ter zake de reparatie van de ‘door tool box’ en de ‘rear differential’, is New India bij tussenvonnis van 24 februari 2017 in de gelegenheid gesteld deze posten nader te onderbouwen.

2.2

Bij akte heeft New India verklaard dat de ‘rear differential’ zelden gerepareerd kan worden. Echter zelfs indien dit wel zou kunnen is onduidelijk wat er gerepareerd zou moeten worden, omdat hierover in het rapport van [naam X] informatie ontbreekt.

Ten aanzien van de ‘tool box door’ verklaart New India dat dit onderdeel niet separaat gekocht kan worden, omdat het onderdeel is van een ‘hele kit’. New India biedt op dit onderdeel uitdrukkelijk aan [naam X] als getuige te horen.

2.3

Met G* is het gerecht van oordeel dat New India haar vordering op die hiervoor genoemde onderdelen onvoldoende heeft onderbouwd. Het lag op de weg van New India in het kader van de aan haar bij tussenvonnis van 26 februari 2016 verzochte nadere informatie met een concrete kostenopgave te komen. New India had op eenvoudige wijze [naam X] om een schriftelijke verklaring kunnen vragen. Het in dit stadium van de procedure gedane bewijsaanbod acht het gerecht dan ook niet opportuun en wordt om deze reden verworpen. Het gevolg is dat de vordering op dit punt wordt afgewezen omdat New India, ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld, dit niet voldoende heeft onderbouwd. Toewijsbaar is derhalve een bedrag ad AWG 3.824,31 (zijnde de kosten voor de vervanging van ‘RH RR wheel cover’ en de ‘RH air bag’) alsmede de kosten voor het opmaken van het survey-report.

2.4

Bij tussenvonnis heeft het gerecht de vordering die betrekking heeft op ‘time loss’ reeds afgewezen, omdat deze niet onderbouwd was. Bij akte na tussenvonnis heeft New India gesteld dat de auto wel degelijk is gerepareerd, doch ook deze stelling is tardief en evenmin onderbouwd. Het gerecht ziet dan ook geen aanleiding om op deze beslissing terug te komen.

2.5

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van het liquidatietarief), derhalve 1,5 van AWG 250,- is AWG 375,-.

Totaal wordt derhalve toegewezen AWG 3.824,31 + AWG 375,- + AWG 140,00 =
AWG 4.339,31, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2010, zijnde de dag waarop New India aan de gelaedeerde zijn ‘pretense’ schade heeft vergoed.

2.6

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

3.1

veroordeelt G* te betalen aan New India een bedrag ad AWG 4.339,31 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2010 tot de dag der voldoening;

3.2

wijst het meer of anders gevorderde af;

3.3

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

3.3

bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.