Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:75

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
AR 305 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, Schadevergoeding, oproeping in vrijwaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/728
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 1 februari 2017

Behorend bij AR 305 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot vrijwaring in de zaak van:

1. Eiseres,

2. Eiser,

beiden zowel voor zichzelf als in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [Naam],

beiden wonende te Aruba,

eisers in de hoofdzaak,

gemachtigde: mr. G. de Hoogd,

tegen:

de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA,

zetelende te Aruba,

gedaagde in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen: “het Land”,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.

1 DE PROCEDURE IN HET INCIDENT

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring;

- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 HET GESCHIL

2.1

Op 25 februari 2013 heeft zich een explosie voorgedaan op een stortplaats genaamd Gavilan te Aruba doordat aldaar zware explosieven tot ontploffing werden gebracht. Onder meer de woning van eiseres sub 1 is daarbij beschadigd geraakt. Eisers in de hoofdzaak vorderen in de hoofdzaak, samengevat:

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van Afl. 470.125,15, ten titel van schade aan een woning, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van schadevergoeding op te maken bij staat, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat voor recht wordt verklaard dat het Land aansprakelijk is voor de materiele schade die eiseres sub 1 en haar kind [naam] hebben geleden als gevolg van een explosie, alsmede dat het Land veroordeelt wordt tot betaling van die schade op te maken bij staat, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van Afl. 1.996,--, ten titel van vergoeding van een gehoorapparaat, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van Afl. 13.781,15, ten titel van vergoeding van schoonmaakkosten en kosten van het opstellen van een taxatierapport, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van Afl. 25.000,-- ten titel van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente,

- dat het Land veroordeelt wordt tot betaling aan eiseres sub 1 van Afl. 15.000,-- ten titel van immateriële schadevergoeding ten behoeve van het kind (naam), vermeerderd met wettelijke rente,

met veroordeling van het Land in de proceskosten.

2.2

Aan die vordering hebben eisers in de hoofdzaak, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd dat het Land aansprakelijk is jegens eisers in de hoofdzaak op grond van kort gezegd onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW en op grond van risicoaansprakelijkheid voor haar werknemers en de door het Land ingeschakelde hulppersonen in de zin van artikel 6: 170 en 6:171 BW.

2.3

Het Land heeft verzocht dat het haar wordt toegestaan om Thiel Corporation N.V. (hierna Thiel), [NAAM 2] Building Support Service N.V. (hierna: NAAM 2) en Fatum General Insurance Aruba N.V. (hierna: Fatum) in vrijwaring op te roepen. Daartoe heeft het Land aangevoerd dat de explosieven eigendom waren van Thiel en dat het Land Thiel verschillende keren heeft aangemaand om de explosieven te vernietigen, maar dat Thiel daaraan geen gehoor heeft gegeven. Uiteindelijk heeft het Land besloten om tot vernietiging over te gaan en de kosten daarvan in rekening te brengen bij Thiel. Het Land heeft daarbij gebruik gemaakt van de diensten van [NAAM 2] als explosieven deskundige. Tijdens de explosie zijn verschillende opstallen in de omgeving beschadigd geraakt. Het Land heeft ter zake van die schades een claim ingediend bij Fatum, maar deze heeft zich ten onrechte op een uitsluitingsclausule beroepen. Het land meent dat de drie vennootschappen gehouden zijn datgene te betalen waartoe het Land eventueel veroordeeld zal worden.

2.4

Eisers in de hoofdzaak hebben zich niet verzet tegen de verzochte oproepingen in vrijwaring.

3 DE BEOORDELING

3.1

Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechtsverhouding tot de verzoeker verplicht is de nadelige gevolgen te dragen die voortvloeien uit een veroordeling van de verzoeker als gedaagde in de hoofdzaak. Aan dit vereiste is voldaan.

3.2

Van toewijzing van het verzoek is ook geen onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten.

3.3

De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.

4 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in het incident:

wijst het verzoek toe;

staat het Land toe om Thiel Corporation N.V., gevestigd te (adress 1), [NAAM 2] Building Support Service N.V., gevestigd te (adress 2) en Fatum General Insurance Aruba N.V., gevestigd te (adress 3) in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van woensdag 1 maart 2017, onder overlegging van het inleidend verzoekschrift in de hoofdzaak, de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring en dit vonnis in het incident, ten einde te worden gehoord op de vordering van het Land tot veroordeling van voornoemde vennootschappen tot betaling van datgene waartoe het Land in de hoofdzaak jegens eisers in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 1 maart 2017 voor conclusie van repliek aan de zijde van eisers in de hoofdzaak;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.