Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:746

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
K.G. no. 1615 van 2017 / AUA201701797
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel - Kortgeding - verzoek tot doorbetaling loon en wedertewerkstelling - het verzoek wordt toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 20 september 2017

Behorend bij K.G. no. 1615 van 2017 / AUA201701797

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in kort geding van:

[eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen:

de naamloze vennootschap

TROPICAL BREEZE N.V.,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Tropical,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 25 augustus 2017.

1.2 [

Eiseres] is bij haar gemachtigde ter zitting verschenen. Tropical is eveneens ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mw. [X] (“Director of Operations” van Tropical). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - beiden onder overlegging van een pleitnota, beiden voorzien van toegalaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

De nadere door [eiseres] te laat ingediende en daarom aanvankelijk niet toegelaten productie, inhoudende een niet door [collega C] ondertekende door Tropical geconcipieerde tekst, wordt alsnog toegelaten omdat tijdens de zitting ook Tropical het één en ander heeft gesteld met betrekking tot (de inhoud van) die productie (waarover hierna meer).

1.4

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Naast verlof tot kosteloos procederen vordert [eiseres] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. Tropical veroordeelt tot (door)betaling aan [eiseres] van haar loon gerekend vanaf 6 februari 2017 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;

b. Tropical beveelt om [eiseres] per onmiddellijk weer tewerk te stellen, en bepaalt dat Tropical ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 250,-- voor iedere dag dat Tropical het te geven bevel niet opvolgt;

c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

d. Tropical veroordeelt in de proceskosten.

2.2

Tropical voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens te vermeerderen met wettelijke rente.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen volgt dat [eiseres] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan haar zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.

3.2

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Tropical wordt daarom verworpen.

3.3

Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen ligt besloten in de aard en strekking van die vorderingen.

3.4

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast.

3.4.1

Tropical exploiteert een winkel waar onder meer kleding en damestasjes worden verkocht.

3.4.2

Krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is [eiseres] op 12 januari 2016 in loondienst getreden van Tropical in de functie van verkoopster.

3.4.3 [

eiseres] werkte op 22 januari 2017 in de winkel van Tropical (hierna: de winkel). [eiseres] heeft die dag een in de winkel voor de verkoop aanwezige blouse (hierna: de blouse) in bijzijn en met medeweten van collega’s als cadeau voor haar moeder in cadeaupapier ingepakt en vervolgens aan het eind van haar dienst die dag in bijzijn en met medeweten van haar collega’s meegenomen naar huis.

3.4.4

Op 23 januari 2017 heeft [eiseres] een foto van de verjaardag van haar moeder verzonden naar haar bij Tropical als “Assistant Manager” werkzame collega [collega Y]. Op die foto is die moeder te zien gekleed in de blouse.

3.4.5

De niet in de winkel aanwezige [collega Y] voornoemd, die op dat moment “Manager on Duty” was heeft [eiseres] op enig moment middels een chat gesprek verzocht om een gsm-kaart op haar ([collega Y] dus) rekening te zetten en de code daarvan via Whatsapp toe te sturen, hetgeen [eiseres] heeft gedaan.

3.4.6

Tropical heeft [eiseres] op 6 februari 2017 op staande voet ontslagen. De aan [eiseres] uitgereikte ontslagbrief vermeldt onder meer:

(…).

On or around Januari 23, 2017 you removed one or more items (aquavita top and a clutch) from our store and took them with you without any authorization to remove these items and/or without paying for it or them and/or without registering a purchase on your in-store account.

(…).

3.5

De centraal in dit geschil te beantwoorden vraag is of [eiseres] op of omstreeks 22 januari 2017 de blouse en/of een damestasje heeft verduisterd, zoals gesteld door Tropical en door Tropical als dringende reden aan het aan [eiseres] gegeven ontslag ten gronde gelegd.

3.6 [

Eiseres] heeft de stelling van Tropical, dat zij een damestas heeft weggenomen uit de winkel, gemotiveerd bestreden. Die stelling komt daarom niet vast te staan, en het Gerecht ziet geen grond om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Tropical onderbouwd haar hier te bespreken stelling met de door haar als productie 5 overgelegde gezamenlijke verklaring van Y. [collega Y] en [collega M]. Uit die verklaring blijkt dat de eveneens bij Tropical werkzame [collega C] volgens [collega Y] en [collega M] voornoemd tegen hen heeft gezegd dat [eiseres] een blauwe blouse en een damestasje had ingepakt en heeft meegenomen als cadeau voor haar moeder. Die zogeheten de audito verklaring oordeelt het Gerecht te mager; het had op de weg van Tropical gelegen om de juistheid van die verklaring te staven met een directe verklaring van Tromp voornoemd.

3.7 [

Eiseres] heeft de stelling van Tropical, dat [eiseres] de blouse heeft weggenomen uit de winkel, eveneens gemotiveerd bestreden. Die stelling komt daarom evenmin vast te staan. Het Gerecht ziet ook hier geen aanleiding of grond om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen, en dat om de volgende reden. Vast staat dat [collega C] de door Tropical geconcipieerde tekst, zoals vermeld in de alsnog toegelaten nadere productie van [eiseres], niet heeft ondertekend. In dat verband heeft [eiseres] niet of onvoldoende bestreden gesteld dat Tromp die tekst op advies van een advocaat niet heeft ondertekend, omdat die tekst met betrekking tot [eiseres] (in de tekst aangeduid als [eiseres) in strijd was met de waarheid. Bij die vaststaande stelling komt nog de omstandigheid dat [eiseres] de blouse in bijzijn en met wetenschap van collega’s (1) als aan haar moeder te geven cadeau heeft verpakt in feestpapier en (2) aan het eind van haar dienst heeft meegenomen naar huis, om (3) vervolgens een dag later een foto van haar moeder gekleed in de blouse te verzenden naar een collega. Zonder nadere uitleg, die ontbreekt, valt de beweerdelijke verduistering niet te rijmen met die openlijke omstandigheden.

3.8

De beweerdelijke overtreding door [eiseres] van de door Tropical gestelde regels met betrekking tot het kopen van artikelen uit de winkel op krediet levert naar het voorlopig oordeel van het Gerecht geen zelfstandige grond op voor een ontslag op staande voet. Gesteld noch is gebleken immers dat [eiseres] al vaker is gewaarschuwd of anderszins is gesanctioneerd voor overtreding van bedoelde regels, hetgeen met zich brengt dat Tropical te dezen had kunnen en moeten volstaan met een minder ingrijpende maatregel. Dit klemt temeer omdat uit de hiervoor onder 3.4.5 vaststaande gegeven blijkt dat ook een ander dan [eiseres] in strijd met de beweerdelijke regels een aankoop heeft gedaan op krediet, terwijl is gesteld noch gebleken dat die ander daarvoor op staande voet is ontslagen door Tropical.

3.9

Bij de hiervoor geschetste stand van zaken valt in een bodemprocedure het oordeel te verwachten dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden toegewezen. Die verwachting brengt met zich dat de thans door [eiseres] verzochte voorzieningen zullen worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.

3.10

Vast staat dat [eiseres] in elk geval heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de voorshands niet juist geoordeelde gedachtegang van Tropical, door met overtreding van de daartoe geldende ook voor [eiseres] kenbare regel op de bewuste dag met de blouse uit de winkel te vertrekken zonder de tas waarin die blouse zat te laten controleren door collega’s. In die ook aan [eiseres] verwijtbare omstandigheid ziet het Gerecht grond om de wettelijke verhoging gematigd vast te stellen op telkens maximaal 3%.

3.11

Het Gerecht ziet geen aanleiding of grond om de loonvordering van [eiseres] in tijd te beperken. Dat verweer of dat beroep van Tropical wordt verworpen. Wel is ter zitting gebleken dat [eiseres] in elk geval vanaf augustus 2017 elders tijdelijk werkt tegen betaling van het minimum loon. Dat loon strekt in mindering op het door Tropical aan [eiseres] te betalen loon. Het Gerecht ziet overigens voormelde tijdelijke baan mede als invulling van de op [eiseres] rustende plicht om ook de schade van Tropical zoveel als mogelijk te beperken.

3.12

Evenmin ziet het Gerecht grond of aanleiding om de vordering tot weder tewerk stelling af te wijzen. Het enkele overtreden van bedoelde regels behoort geen dermate grote vertrouwensbreuk aan de zijde van Tropical op te leveren dat wedertewerkstelling niet langer aan de orde kan zijn. Dwangsommen zullen te dezen gemaximeerd worden opgelegd aan Tropical als na te melden.

3.13

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Tropical bij afwijzing van het door [eiseres] verzochte ten opzichte van de belangen van [eiseres] bij (de in het dictum omschreven) toewijzing daarvan.

3.14

Tropical zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 213,80 =) Afl. 663,80 aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten pro deo en Afl. 1.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-veroordeelt Tropical tot (door)betaling aan [eiseres] van haar loon gerekend vanaf 6 februari 2017 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 3% en met wettelijke rente, met dien verstande dat het vanaf augustus 2017 door [eiseres] elders dan bij Tropical verdiende (minimum) loon in mindering strekt op het door Tropical aan [eiseres] te betalen loon;

-beveelt Tropical om [eiseres] per onmiddellijk weer tewerk te stellen in haar laatstelijke functie tegen haar gebruikelijke loon;

-bepaalt dat Tropical ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 250,-- voor iedere dag dat Tropical voormeld bevel niet opvolgt, en bepaalt voorts dat Tropical te dezen maximaal Afl. 100.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

-veroordeelt Tropical in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 663,80 aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten pro deo en Afl. 1.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-verleent aan [eiseres] verlof tot kosteloos procederen;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 september 2017.