Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:744

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
K.G. no. 1584 van 2017 / AUA201701733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel - Kort geding - verzoek in conventie tot opheffing dwangsommen op de voet van artikel 611d Rv - verzoek in reconventie tot aanpassing en/of verhoging van de dwangsommen - beide verzoeken worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 20 september 2017

Behorend bij K.G. no. 1584 van 2017 / AUA201701733

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in kort geding van:

de naamloze vennootschap

GALLOW CORPORATION N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna ook te noemen: Gallow,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

ARASHI INVESTMENTS LLC,

voor deze zaak gedomicilieerd in Aruba ten kantore van haar hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie;

hierna ook te noemen: Arashi,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties;

  • -

    de door Arashi tijdig aan het Gerecht en aan Gallow toegestuurde aankondiging van een in reconventie in te stellen eis;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 25 augustus 2017.

1.2

Partijen zijn bij hun respectieve gemachtigden ter zitting verschenen. Arashi heeft bij aanvang van de zitting een akte gediend houdende haar tijdig aangekondigde reconventionele eis. Partijen hebben vervolgens in twee termijnen het woord gevoerd - beiden onder overlegging van een pleitnota, die van Arashi voorzien van toegalaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Gallow heeft in haar pleitnota onder 12 verzocht om vermeerdering van eis. Het daartegen door Arashi opgeworpen bezwaar oordeelt het Gerecht ongegrond, omdat het beroep op dat artikel is gebaseerd op hetzelfde feitencomplex als dat aan de aanvankelijke vordering door Gallow ten grondslag is gelegd. Hoewel het had op de weg van Gallow gelegen om die eiswijziging nog voor de zitting tijdig aan te kondigen aan met name Arashi, brengt het nalaten daarvan niet met zich dat Arashi ontoelaatbaar in haar verdedigingsbelang wordt getroffen door toelating van de gewijzigde eis.

1.4

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie

2.1

Gallow vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de aan Gallow opgelegde dwangsommen op de voet van artikel 611d Rv opheft, althans Arashi verbiedt om het vonnis van dit Gerecht van 18 januari 2017 in het tussen partijen gevoerde incident binnen de zaak AR 1356 van 2016 (hierna: het vonnis) te executeren, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 300.000,--, kosten rechtens.

2.2

Arashi voert verweer en concludeert dat Gallow niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens te vermeerderen met wettelijke rente.

in reconventie

2.3

Arashi vordert aanpassing en/of verhoging van de dwangsommen die het vonnis zijn opgelegd aan Gallow zoals omschreven in voormelde door Arashi genomen akte.

2.4

Gallow voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Arashi verzochte, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.

in conventie en in reconventie

2.5

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

in conventie

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat Gallow niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Arashi wordt daarom verworpen.

3.2

Het spoedeisend belang van Gallow bij haar vordering volgt uit de aard van die vordering. Ook het op dit onderdeel door Arashi gevoerde verweer wordt verworpen.

3.3

Indien en voor zover Gallow krachtens het vonnis ten behoeve van Arashi dwangsommen heeft verbeurd, volgt uit artikel 611c Rv dat die dwangsommen ten volle toekomen aan Arashi die daartoe een titel heeft verkregen, hetgeen in dat geval naar het voorshandse oordeel van het Gerecht met zich brengt dat Gallow zich niet meer met vrucht kan beroepen op het bepaalde in 611d Rv. Het had te dezen op de weg gelegen van Gallow om na het intreden van de beweerdelijke onmogelijkheid om stukken te overleggen zo spoedig als mogelijk een vordering ex artikel 611d Rv in te stellen. Het nalaten daarvan komt en blijft voor haar rekening en risico. Nu tegen voormelde achtergrond in een bodemprocedure hetzelfde oordeel valt te verwachten, zal de primaire vordering van Arashi worden afgewezen.

3.4

Ter zake van de door de Gallow beoogde schorsing van executiemaatregelen uit hoofde van het vonnis stelt het Gerecht voorop dat het slechts die schorsing kan bevelen, indien het van oordeel is dat Arashi, mede gelet op de belangen aan de zijde van de Gallow, geen in redelijkheid te respecteren belang hebben bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, of indien op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten onverwijlde tenuitvoerlegging daarvan klaarblijkelijk aan de zijde van de Gallow een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor die tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is. In het licht van dit vooropgestelde wordt het volgende overwogen.

3.5

Gesteld noch is gebleken dat het vonnis op een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag berust, en evenmin is gesteld of gebleken dat op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten onverwijlde tenuitvoerlegging daarvan (in de zin van het incasseren van reeds verbeurde dwangsommen) klaarblijkelijk aan de zijde van Gallow een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor die tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is. Dit één en ander brengt mee dat in een bodemprocedure het oordeel valt te verwachten dat ook de subsidiaire vordering van Gallow zal worden afgewezen. Op grond van die verwachting dient ook de subsidiair door Gallow verzochte voorziening te worden afgewezen.

3.6

Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Gallow bij toewijzing van het door haar verzochte ten opzichte van de belangen van Arashi bij afwijzing daarvan.

3.7

Gallow zal, als de in het ongelijk gestelde partij, uitvoerbaar bij voorraad worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Arashi, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 8ste dag na de uitspraak van dit vonnis.

in reconventie

3.8

Wat betreft de volgens Arashi door Gallow verbeurde maximale dwangsom met betrekking tot de wel door Gallow overgelegde doch deels door haar gecensureerde “MOU” tussen FMV en Asterion wordt het volgende overwogen. Ook wat betreft de tenuitvoerlegging van het vonnis worden de verhoudingen tussen Arashi en Gallow beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Het Gerecht volgt Arashi in haar stelling dat Gallow ter zake van dit door haar aan Arashi over te leggen document eerst aan het vonnis heeft voldaan indien het ongecensureerd wordt overgelegd. De redelijkheid en billijkheid vergen echter dat Arashi aan Gallow te kennen had moeten geven dat zij met het door Arashi overgelegde document geen genoegen nam omdat het deels gecensureerd was, en daarbij Gallow te sommeren om dat document onverwijld doch uiterlijk binnen twee dagen nogmaals maar dan ongecensureerd over te leggen aan Arashi. Het nalaten daarvan brengt naar het voorshandse oordeel van het Gerecht mee dat Gallow te dezen nog geen dwangsommen heeft verbeurd. Dat zal anders zijn indien Gallow niet uiterlijk binnen twee dagen na de betekening aan Gallow van dit vonnis het hier besproken document niet alsnog ongecensureerd heeft overgelegd aan Arashi.

3.9

Bij het ophogen of aanpassen van dwangsommen met betrekking tot het hiervoor onder 3.8 besproken document heeft Arashi vooralsnog geen belang, laat staan een spoedeisend belang, nu te dien aanzien nog geen dwangsommen door Gallow zijn verbeurd en met inachtneming van deze uitspraak het vonnis vooralsnog in dezen voorziet. In zoverre zal de vordering van Arashi worden afgewezen.

3.10

Het spoedeisend belang van Arashi bij haar vordering met betrekking tot de overige documenten blijkt uit de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.

3.11

Ter staving van haar vordering dienaangaande stelt Arashi dat Gallow niet onmachtig maar onwillig is om aan het vonnis te voldoen ter zake van - overlegging aan Arashi van - (1) de “waiver en release” van Gallow ten opzichte van Asterion, (2) de “note holders approval” van FMV aan Asterion en de Development Agreement tussen Asterion en TDSRE. Die stelling heeft Arashi gemotiveerd betwist, zodat die niet vast komt te staan. Het Gerecht ziet in het licht van het door Arashi gevoerde verweer ook geen grond of aanleiding om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Uitsluitsel in deze beweerdelijke feitelijke kwestie zal moeten komen in een bodemprocedure, door middel van bewijslevering aan de zijde van Arashi.

3.12

Vorenstaande stand van zaken brengt met zich dat in een bodemprocedure het oordeel valt te verwachten dat de vordering van Arashi met betrekking tot de hiervoor onder 3.11 vermelde documenten zal worden afgewezen. De thans met betrekking tot die documenten door Arashi verzochte voorziening zal daarom eveneens worden afgewezen.

3.13

Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Arashi bij toewijzing van het door haar verzochte ten opzichte van de belangen van Gallow bij afwijzing daarvan.

3.14

Arashi zal, als de in het ongelijk gestelde partij, uitvoerbaar bij voorraad worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gallow, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

in conventie

-wijst af het door Gallow verzochte;

-veroordeelt Gallow in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Arashi, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 8ste dag na de uitspraak van dit vonnis;

-verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

-wijst af het door Arashi verzochte;

-veroordeelt Arashi in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gallow, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart voormelde reconventionele kostenveroordeling eveneens uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 september 2017.