Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:739

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
AR nr. 1379 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Civiel – AVB en eiser zijn een overeenkomst aangegaan voor het trainen van de dames selectie. Na een incident is eiser geschorst door AVB. Eiser is tegen dit besluit in beroep gegaan bij de Commissie van Beroep van AVB, waar hij niet-ontvankelijk is verklaard. Het gerecht vernietigt het besluit van de Commissie van Beroep van AVB en beveelt dat de Commissie het Beroep het verzoek van eiser alsnog dient te ontvangen en inhoudelijk op het beroep te beslissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 20 september 2017

Behorend bij AR nr. 1379 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[eiser],

wonende te Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: “[eiser]”,

gemachtigde: mr. R.J. Kock,

tegen:

de vereniging ARUBAANSE VOETBAL BOND,

gevestigd te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: “AVB”,

gemachtigden: mrs. A.A. Ruiz en A.M.N. Thijsen.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift, ingediend op 10 juni 2016;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating producties.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

AVB en [eiser] zijn op 27 juli 2015 een overeenkomst aangegaan voor het trainen van de Dames selectie tegen een maandelijkse vergoeding Afl. 500,00 per maand.

2.2

Op 19 februari 2016 vond er een wedstrijd plaats tussen Estudiantes en een team van voetbalvereniging RCA. De scheidsrechter was [naam broer], een broer van [eiser]. Tijdens de wedstrijd heeft er een incident plaatsgevonden waarbij [eiser] als coach een rode kaart kreeg van de scheidsrechter en waarbij [eiser] de scheidsrechter heeft geduwd of geslagen waardoor deze ten val kwam. De scheidsrechter werd met een ambulance naar de EHBO gebracht en [eiser] werd meegenomen naar het politiebureau.

2.3

Bij brief gedagtekend 23 februari 2016 van het Bestuur van AVB aan [eiser] is medegedeeld dat het bestuur van AVB op 22 februari 2016 heeft besloten om [eiser] voorlopig te schorsen conform artikel 47 van het huishoudelijk reglement van AVB.

2.4 [

eiser] en de scheidsrechter zijn door het bestuur van AVB gehoord.

2.5

AVB heeft [eiser] bij brief met dagtekening 5 april 2016 geschorst voor de duur van 5 jaar onvoorwaardelijk en 5 jaar voorwaardelijk wegens overtreding van artikel 7 van de strafbepalingen van AVB. Die brief heeft AVB op 7 april 2016 per email verzonden aan [eiser].

2.6 [

eiser] heeft op 22 april 2016 beroep ingesteld tegen de beslissing van het bestuur van AVB bij de Commissie van Beroep.

2.7

Na ontvangst van het beroepschrift heeft de voorzitter van AVB de gemachtigde van [eiser] op 22 april 2016 opgebeld en medegedeeld dat een bedrag van Afl. 450,00 betaald moest worden om in beroep te kunnen gaan bij de Commissie van Beroep. Nadien heeft de voorzitter per email aan de gemachtigde bericht dat het “griffiegeld” is gegrond op een bestuursbesluit uit het verleden dat een ieder bekend hoort te zijn. [eiser] heeft het verzochte griffiegeld niet voldaan.

2.8

De Commissie van Beroep heeft bij beslissing van 9 mei 2016 [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep wegens het niet tijdig instellen van beroep en het niet voldoen van het griffiegeld van Afl. 450,00.

2.9

De statuten van AVB bepalen, voor zover van belang, het navolgende:

Artikel 11:

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:

a. contributies van de gewone leden, zoals vastgesteld in het huishoudelijk reglement;

b. bijdragen van de ondersteunende leden;

c. alle andere op wettige wijze verkregen inkomsten.

Artikel 12:

Een door de algemene vergadering vast te stellen huishoudelijk reglement stelt nadere bepalingen vast met betrekking tot het beheer en de organisatie van de vereniging.

Artikel 15:

Ingevolge (..) doen het bestuur van de AVB, de bij de AVB aangesloten verenigingen en de leden van deze verenigingen vrijwillig afstand van het recht zich te wenden tot de Burgerlijke Rechter in geschillen, doch deze geschillen zullen ter arbitrage moeten worden voorgelegd aan een arbitrage commissie. (..)

Arbitrage is niet mogelijk indien in de reglementen reeds is voorzien in een beroepsinstantie.

2.10

Het Huishoudelijk Reglement van AVB bepaalt, voor zover van belang, het navolgende:

Artikel 26 – Commissie van Beroep:

(..)

4) Aan haar onderzoek en beslissing zijn in hoogste instantie onderworpen:

a) alle gevallen van schorsingen (..);

b) alle andere door het Bestuur opgelegde straffen;

5) Het beroep moet worden ingesteld binnen 4 werkdagen nadat de schorsing en de onder b bedoelde straffen (..) ter kennis van de betrokkene zijn gebracht (..) (wijziging heeft plaatsgevonden op 1 september 2007)(..)

7) De commissie bepaalt wie de kosten zal dragen, welke aan de behandeling van het beroep zijn verbonden.

(..)

9) De uitspraken van de commissie zijn bindend voor alle partijen.

Artikel 37 – Inkomsten:

De inkomsten van de A.V.B. bestaan uit:

- inschrijfgelden, contributies, ontvangsten uit wedstrijden, boetes, gekweekte rente, donaties, subsidies en toevallige baten.

Artikel 43 – Straffen

Gewone leden, bestuursleden en ondersteunende leden kunnen door het Bestuur worden geschorst, hetzij voorlopig, hetzij definitief voor een bepaalde tijd of voor bepaalde evenementen. Geen royering of definitieve schorsing mag worden uitgesproken dan nadat aan de betrokkenen gelegenheid tot verweer is gegeven. Royering of schorsing wordt aan de betrokkene per aantekende brief medegedeeld.

Artikel 47:

Het Bestuur is bevoegd een voorlopige schorsing uit te spreken in afwachting van de na het onderzoek en verweer definitief te bepalen straf.

Artikel 62 – Algemeen:

1) Het bestuur legt overeenkomstig de door de algemene ledenvergadering vastgestelde reglementen, straffen op, al dan niet voorwaardelijk.

(..)

4) Opgelegde straffen worden ter kennis van betrokkene(n) door het Bestuur binnen 7 dagen na de uitspraak per aangetekende brief gebracht.

Artikel 67 – Wijziging

(..)

3) Wijzigingen in het Huishoudelijk Reglement vereisen een meerderheid van 2/3 van de in de algemene ledenvergadering geldig uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende 2/3 van het aantal aangesloten verenigingen. (..)

2.11

De Strafbepalingen van AVB bepalen, voor zover van belang, het navolgende:

Artikel 5:

Leden die de scheidsrechter, grensrechter of bestuursleden van de AVB voor, tijdens of na de wedstrijd of gedurende de rust duwen.

Straf: eerste keer: uitsluiting voor 1 jaar

(..)

Artikel 6:

Leden die de scheidsrechter, grensrechter of bestuursleden van de AVB voor, tijdens of na de wedstrijd of gedurende de rust spuwen, slaan of met een voorwerp gooien. (..)

Straf: schorsing voor maximaal 3 jaar

Artikel 7

Leden die de scheidsrechter, grensrechter of bestuursleden van de AVB voor, tijdens of na de wedstrijd of gedurende de rust mishandelen. Onder mishandelen wordt mede verstaan zodanige letsel toebrengen dat medische behandeling noodzakelijk wordt geacht.

Straf: schorsing voor maximaal 10 jaar

(..)

Zodra een overtreding, waarop als straf uitsluiting is gesteld, is begaan, gaat een definitieve straf in, zoals gesteld in de hierboven vermelde artikelen, zodra het scheidsrechtersrapport bij het bestuur is binnengekomen. Bericht hiervan zal binnen 7 x 24 uur, na de wedstrijd, aan de betrokken vereniging worden gezonden.

Op deze definitieve straf staat beroep open bij de Strafcommissie binnen 7 dagen na bekendmaking. (..)

Zodra een overtreding, waarop als straf schorsing is gesteld, is begaan, gaat een voorlopige schorsing in. Bericht hiervan zal binnen 7 x 24 uur, na de wedstrijd, aan de betrokken vereniging worden gezonden. Deze voorlopige schorsing duurt totdat de Strafcommissie de betrokkene(n) heeft gehoord, het Bestuur een definitieve beslissing neemt en deze bekend maakt.

3 DE VORDERING

3.1 [

eiser] vordert, samengevat, dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

A. zich bevoegd verklaart van de vordering kennis te nemen;

B. voor recht verklaart dat het besluit van AVB van 7 april 2016 nietig, althans vernietigbaar is;

C. voor recht verklaart dat het besluit van de Commissie van 9 mei 2016 nietig, althans vernietigbaar is;

D. AVB veroordeelt om de schorsing op te heffen en aan [eiser] toegang te verschaffen tot de eerste wedstrijd volgende op dit vonnis, alsmede alle daarop volgende wedstrijden, opdat [eiser] zijn functie als coach van Estudiantes kan hervatten, op straffe van een dwangsom van Afl. 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat AVB daaraan niet voldoet;

E. subsidiair, bepaalt dat [eiser] hoogstens voor een nader door het gerecht te bepalen aantal wedstrijden zal zijn geschorst;

F. althans enige andere billijke beslissing neemt;

G. AVB veroordeelt tot betaling van de maandelijks verschuldigde vergoeding van Afl. 500,00 vanaf augustus 2015 en tot doorbetaling, vermeerderd met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad;

H. kosten rechtens, uitvoerbaar bij voorraad.

3.2 [

eiser] voert samengevat het volgende aan ter onderbouwing van zijn vordering. Het besluit van AVB is in strijd met artikel 26 lid 4 van het huishoudelijk reglement niet per aangetekende post maar per email verzonden. [eiser] heeft pas op 19 april 2016 de email geopend en gelezen en vervolgens tijdig beroep ingesteld. Het griffiegeld is niet schriftelijk vastgelegd. Afl. 450,-- is voorts een te hoog bedrag. [eiser] heeft artikel 7 van de strafbepalingen van de AVB niet overtreden. Medische behandeling was niet noodzakelijk en de scheidsrechter heeft zich ook misdragen waardoor artikel 7 geen gelding heeft. Het besluit is daarnaast disproportioneel. AVB heeft ook eigen schuld gehad omdat de scheidsrechter niet onpartijdig was. AVB heeft voorts niet consequent gehandeld. Bij andere geweldsincidenten is geen strafoplegging gevolgd. Het gevorderde bedrag ziet op achterstallige betalingen uit hoofde van de maandelijkse vergoeding waar [eiser] vanaf augustus 2015 recht op had vanwege het trainen van het nationaal elftal.

3.3

AVB voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. Het was niet noodzakelijk om het besluit per aangetekende brief te sturen. Het communicatiemiddel email wordt al jaren door de voetbalclubs gebruikt. [eiser] heeft geen bezwaar gemaakt tegen emailverzending en heeft niet bewezen dat hij het besluit op 19 april 2016 heeft ontvangen en gelezen. Het griffiegeld is niet in het Huishoudelijk Reglement geregeld, maar betreft een bestuursbesluit uit 1996 dat kenbaar is gemaakt aan alle voetbalclubs. Het griffiegeld is door alle voetbalclubs geaccepteerd als geldend recht. AVB heeft [eiser] bij emailbericht van 22 april 2016 geïnformeerd dat het griffiegeld verschuldigd was. De Commissie van Beroep heeft [eiser] terecht niet-ontvankelijk verklaard. [eiser] heeft de scheidsrechter hard tussen zijn schouder en kaak geduwd dan wel geslagen waardoor hij ten val kwam en met zijn hoofd tegen de grond sloeg, waardoor de scheidsrechter buiten bewustzijn raakte en hetgeen resulteerde in een hersenschudding. Medische assistentie was geïndiceerd. De scheidsrechter heeft zich niet misdragen. De opgelegde straf is niet disproportioneel. [eiser] heeft nimmer op basis van het contract werkzaamheden verricht, omdat hij geen BVD kreeg van zijn werkgever, waardoor AVB op 19 augustus 2015 het contract met [eiser] heeft beëindigd en een andere coach heeft benoemd. Subsidiair heeft [eiser] niet tijdig geprotesteerd in de zin van artikel 6:89 BW. [eiser] is niet-ontvankelijk, omdat het geschil conform artikel 15 van de statuten aan een arbitragecommissie voorgelegd dient te worden. De arbitrageprocedure zoals vastgelegd in de statuten is met voldoende waarborgen omkleed.

3.4

Op de stellingen van partijen zal in het hiernavolgende, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Door AVB is als verweer gevoerd dat [eiser] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering, omdat hij een arbitrageprocedure had moeten entameren. Hetgeen AVB heeft aangevoerd kan evenwel niet tot niet-ontvankelijkheid leiden. AVB heeft geen exceptie van onbevoegdheid voor alle weren opgeworpen, hetgeen zij had moeten doen indien zij wenste dat het gerecht zich onbevoegd zou verklaren wegens de arbitrageclausule in de statuten van AVB. Het gerecht acht zich reeds daarom bevoegd om van het geschil kennis te nemen, terwijl gronden gesteld noch gebleken zijn die tot niet-ontvankelijkheid dienen te leiden. Ten overvloede overweegt het gerecht nog het volgende. AVB stelt zelf al dat de reglementen voorzien in een bezwaar- en beroepsprocedure, terwijl artikel 15 van de statuten arbitrage uitsluit indien in de reglementen reeds is voorzien in een beroepsinstantie. Ook om die reden acht het gerecht zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

4.2

Het Bestuur heeft bij de verzending van het besluit tot schorsing niet voldaan aan het vereiste van aangetekende verzending zoals vastgelegd in artikelen 43 en 62 van het huishoudelijk reglement. Gesteld noch gebleken is dat [eiser], in afwijking van het Huishoudelijk Reglement, akkoord is gegaan met elektronische verzending van formele berichtgevingen zoals het onderhavige besluit. [eiser] heeft betwist dat hij vóór 19 april 2016 kennis heeft genomen van het besluit, rust op AVB de bewijslast van haar stelling dat [eiser] het besluit eerder dan vier dagen (de beroepstermijn) voor 22 april 2016 (datum beroep) heeft ontvangen. AVB heeft ter zake geen voldoende specifiek bewijsaanbod gedaan, zodat zij niet tot bewijslevering zal worden toegelaten. In rechte is dan ook niet komen vast te staan dat [eiser] te laat beroep heeft ingesteld, waardoor de Commissie van Beroep ten onrechte aan haar beslissing ten grondslag heeft gelegd dat [eiser] te laat beroep heeft ingesteld. Hetgeen AVB in dit verband verder heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.

4.3

AVB stelt dat bij bestuursbesluit van 16 juli 1996 het bedrag van Afl. 450,00 om in beroep te kunnen gaan is vastgesteld. AVB heeft daarmee de stelling van [eiser] dat het heffen van het griffiegeld zijn grondslag dient te vinden in het Huishoudelijk Reglement onvoldoende weersproken. Gesteld noch gebleken is dat aan het Bestuur de bevoegdheid is toegekend om vast te stellen dat op straffe van niet-ontvankelijkheid griffiegeld verschuldigd is om van een beslissing van het Bestuur in beroep te kunnen gaan bij de Commissie van Beroep. Dit terwijl uit artikel 26 lid 7 van het Huishoudelijk Reglement voortvloeit dat het aan de Commissie van Beroep is om (in haar uitspraak) te bepalen wie de kosten die aan de behandeling van het beroep zijn verbonden dient te dragen. De Commissie van Beroep heeft [eiser] mede om die reden ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan het verzoek van de voorzitter van de AVB om een bedrag van Afl. 450,00 aan griffiegeld te betalen.

4.4

Uit het voorgaande vloeit voort dat de gronden waarop de Commissie van Beroep tot niet-ontvankelijkverklaring heeft besloten niet steekhoudend zijn en het besluit vernietigbaar is. Het gerecht vat de vordering van [eiser] zo op dat hij (al dan niet subsidiair) vernietiging van het besluit vraagt en zal het besluit van de Commissie van Beroep vernietigen. Een en ander betekent niet dat daardoor ook het onderliggende bestuursbesluit reeds voor vernietiging vatbaar is of dat de schorsing reeds opgeheven dient te worden. Nu de Commissie van Beroep nog geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over het bestuursbesluit, ziet het gerecht nog geen taak voor zich om het bestuursbesluit inhoudelijk te toetsen, maar zal het gerecht, beslissende op het onder F subsidiair gevorderde, de Commissie van Beroep bevelen om binnen een termijn van 30 dagen na betekening van dit vonnis [eiser] in zijn beroep te ontvangen en alsnog inhoudelijk op het beroep van [eiser] te beslissen.

4.5 [

eiser] heeft voorts nog vergoeding voor zijn werkzaamheden als coach gevorderd. AVB heeft gemotiveerd verweer gevoerd en gesteld dat zij het contract met [eiser] in augustus 2015 heeft beëindigd en dat [eiser] de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht. [eiser] heeft deze stelling van AVB onvoldoende gemotiveerd weersproken, hetgeen aan toewijzing van de vordering van [eiser] in de weg staat.

4.6

AVB zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten die aan de zijde van [eiser] zijn gevallen, welke tot op heden worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 200,37 aan oproepingskosten en Afl. 3.125,00 (2,5 punt bij tarief 5 van het liquidatietarief)

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende,

5.1

vernietigt het besluit van de Commissie van Beroep van AVB van 18 mei 2016;

5.2

beveelt de Commissie van Beroep van AVB om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis [eiser] in zijn beroep te ontvangen en alsnog inhoudelijk te beslissen op het beroep van [eiser] van 22 april 2016;

5.3

veroordeelt AVB in de kosten van deze procedure, gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 200,37 aan oproepingskosten en Afl. 3.125,00 aan gemachtigdensalaris;

5.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.