Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:705

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-09-2017
Datum publicatie
11-09-2017
Zaaknummer
381 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag door steken in nek. Vrijspraak moord. Geen voorbedachten rade.

Gevangenisstraf van tweeënveertig maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2017 en 18 augustus 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest.

schroevendraaier.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:262 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:276 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:275 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, opzettelijk mishandelend, [slachtoffer], met een wapen, te weten een schroevendraaier, althans eens scherp voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Wapenverordening, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken.

(artikel 2:273 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Ter motivering dient het volgende.

Bij de beoordeling van de vraag of bewezen kan worden geacht dat bij de verdachte sprake is geweest van voorbedachte raad stelt het gerecht het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting, stelt het gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte heeft verklaard zeer kort voor het incident van een medegedetineerde te horen te hebben gekregen dat de poort die toegang geeft tot zijn cellenblok, openstond en dat hij uit moest kijken omdat ze voor hem zouden komen. Verdachte heeft verklaard de confrontatie niet te hebben afgewacht maar de gelegenheid te hebben aangegrepen om zelf aan te vallen aangezien hij genoeg had van alle bedreigingen die dagelijks tegen hem worden geuit. Verdachte heeft daarom een schroevendraaier, die hij had verstopt, gepakt en is naar het cellenblok van slachtoffer [slachtoffer] gelopen. Op video-beelden is te zien dat verdachte, zonder dat deze hem hiertoe enige aanleiding gaf, [slachtoffer] heeft gestoken.

Het gerecht acht onvoldoende aanwijzingen aanwezig dat verdachte op 8 april 2017 een vooropgezet plan had om het slachtoffer te steken, of dat verdachte eerder dat plan heeft opgevat dan kort voor het steekincident. Het gerecht laat daarbij in het midden hetgeen mogelijk voorafgaand aan het moment dat verdachte werd ingelicht dat de poort openstond en dat hij uit moest kijken, is gebeurd. Uit het enkele feit dat verdachte een schroevendraaier in (de nabijheid van) zijn cel verborgen had, kan naar het oordeel van het gerecht niet worden afgeleid dat de verdachte al eerder het plan heeft opgevat om het slachtoffer te doden. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat een gedetineerde in het geheel geen schroevendraaier in zijn cel mag hebben en dat verdachte een niet als zonder meer ongeloofwaardig ter zijde te schuiven verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij de schroevendraaier in zijn cel had (voor reparatiedoeleinden). In de omstandigheid dat hij de schroevendraaier had verborgen is daarom een onvoldoende concrete aanwijzing gelegen dat de verdachte reeds eerder van plan was dit als een steekwapen jegens [slachtoffer] te gaan gebruiken.

Het relatief korte tijdsverloop tussen het moment dat verdachte zijn cel uitloopt en zich van zijn cellenblok naar het cellenblok van [slachtoffer] begeeft en het moment dat hij [slachtoffer] steekt, is niet zo lang dat de mogelijkheid is uitgesloten dat de verdachte heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, namelijk, zoals hij heeft aangegeven, in een opkomende woede doordat hij genoeg had van alle bedreigingen die tot hem gericht worden.

Gelet hierop komt het gerecht niet tot een bewezenverklaring voor voorbedachte raad.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 8 april 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, meermalen, althans eenmaal in zijn nek, althans in zijn hals, althans in zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, administratienummer [administratienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 juni 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], brigadier eerste klasse bij voormeld korps.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

* De verklaring van de verdachte, op 18 augustus 2017 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Ik heb het slachtoffer gestoken in zijn nek.

Bijlage 13

* Een proces-verbaal, mutatie nummer [mutatienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 mei 2017gesloten en getekend door [vebalisant], brigadier eerste klasse bij voornoemd Korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal videobeelden steekpartij KIA d.d 8 april 2017, -zakelijk weergegeven-:

C-13/08/04/2017

13.22.49 uur Komt de gedetineerde [slachtoffer] in beeld. Hij loopt de trap op richting de vleugel E-1 vervolgd door de bewakers [bewaker 1] en [bewaker 2]. [bewaker 1] opent het hangslot van de grote poort en loopt de gang binnen. [slachtoffer] loopt vervolgens de gang binnen.

13.26.26 uur Verlaten de bewakers e vleugel E-1. [bewaker 3] deed de grote poort dicht maar niet op slot met ketting en hangslot.

13.36.22 uur Komt de gedetineerde [verdachte] op beeld en loopt snel richting de grote poort de vleugel E-1. [verdachte] opent de grote poort, loopt de gang van E-1 binnen en viel [slachtoffer] direct aan. [verdachte] deed stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer].

13.36.33 uur [verdachte] loopt langs [bewaker 3] en [bewaker 2] de vleugel E-1 uit. De gedetineerde [slachtoffer] loopt heen en weer in de gang van E-1 met zijn hand aan zijn nek.

13.36.53 uur Deed [slachtoffer] zijn hemd uit en zette deze aan zijn nek.

13.38.52 uur [slachtoffer] komt bij de grote poort staan en praat met [bewaker 1]. [slachtoffer] haalt zijn hemd weg en toont [bewaker 1] zijn nek.

* Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 10 april 2017 van de ICN arts dr. A.J. Verschuur, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

On the 8th of April 2017 mr. [slachtoffer] was stabbed (as described by the patient) in neck region. During evaluation a superficial wound of approximately 1.5 cm long and patient also had a scrape on his right thoracic region.

Bijlage 2

* Een foto, behorende bij een proces-verbaal, mutatie nummer [mutatienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 april 2017 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, het opgelopen letsel in de nek van het slachtoffer [slachtoffer].

Bewijsoverwegingen

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken, met name uit de videobeelden, is af te leiden dat verdachte doelbewust met een wapen rechtstreeks van zijn eigen cellenblok naar het cellenblok van [slachtoffer] loopt, naar [slachtoffer] toeloopt en zonder enkele aanleiding [slachtoffer] meteen in de nek steekt. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het niet zijn intentie was om [slachtoffer] te doden.

Door met een schroevendraaier op [slachtoffer] in te steken, waarbij deze ook in zijn nek is geraakt, was er een aanmerkelijke kans dat de schroevendraaier vitale organen dan wel een slagader zou raken en dat [slachtoffer] daardoor zou komen te overlijden. Het gerecht leidt uit de gedragingen van verdachte af dat verdachte op dat moment ten minste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] zou kunnen komen te overlijden. Aldus kan in elk geval voorwaardelijk opzet op de dood worden aangenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair: poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door een medegedetineerde in het KIA te steken in zijn nek, terwijl de verdachte nog een gevangenisstraf voor eveneens geweldsdelicten aan het ondergaan was. Het is niet aan verdachte te danken dat het niet veel erger is afgelopen met het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke misdrijven lijden vaak langdurig onder de lichamelijke en psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis. Verdachte is voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door een dergelijk feit in de samenleving (en tevens binnen het KIA) worden veroorzaakt, daar het een feit is met een agressief en gewelddadig karakter.

Het gerecht houdt ten nadele van de verdachte rekening met het feit dat hij eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld. De verdachte heeft geen enkele blijk gegeven dat hij van zijn gevangenisstraf heeft geleerd. Het is aan de verdachte zelf te wijten dat hij door het plegen van het bewezenverklaarde feit nog langer in detentie zal dienen door te brengen. Het gerecht komt tot het oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke vrijheidstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd, omdat de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.

9 Inbeslaggenomen voorwerp

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen schroevendraaier, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan de verdachte toebehoort en met betrekking tot welke het feit is begaan, zal verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:62 en 1:68 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEEËNVEERTIG (42) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd het in rubriek 9 genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 8 september 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.