Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:694

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
11-09-2017
Zaaknummer
K.G. nr. 1514 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel. Kort Geding. Ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 6 september 2017

Behorend bij K.G. nr. 1514 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende in Aruba,

EISERES,

gemachtigde: mr. G.W. Rep,

tegen:

[Gedaagde],

wonende te Aruba,

GEDAAGDE,

gemachtigde: mr. G. de Hoogd.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 18 juli 2017;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 22 augustus 2017.

1.2

Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft de stichting Santander Valley Private Foundation, gevestigd te Curaçao, een incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging genomen. De rechter heeft mondeling beslist op het verzoek tot tussenkomst dan wel voeging en het verzoek afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat niet aannemelijk was geworden dat deze stichting nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst in het kort geding.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Eiseres is eigenaar van een woning gelegen te [adres] in Aruba. De woning is bezwaard met een hypotheek en een beslag.

2.2

Eiseres heeft aan haar toenmalige raadsman mr. De Hoogd te kennen gegeven dat zij de woning wenste te verkopen wegens geldproblemen. Ter sprake is gekomen dat gedaagde, een kantoorgenoot van mr. De Hoogd, geïnteresseerd was in de woning, waarna gedaagde bij eiseres op bezoek is geweest. Begin oktober 2016 heeft eiseres van mr. De Hoogd een concept koopovereenkomst ontvangen, waarin als koper werd genoemd: “Stichting Particulier Fonds Santander c.q. een nader aan te wijzen meester”. In de concept overeenkomst staat opgenomen een koopsom van Afl. 310.000,00 (inclusief roerende zaken) en dat de levering uiterlijk op 31 december 2016 zal plaatsvinden. Op 28 oktober 2016 heeft eiseres een tweede versie ondertekend. Namens de koper is niet getekend.

2.3

Medio december 2016 heeft eiseres de sleutels aan gedaagde afgegeven, waarna gedaagde in de woning is getrokken.

2.4

De huidige raadsman van eiseres heeft gedaagde namens eiseres bij brief d.d. 26 mei 2017 gesommeerd om de woning te ontruimen, aan welke sommatie gedaagde geen gevolg heeft gegeven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert in kort geding, samengevat, dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagde veroordeelt om binnen 24 uur na dit vonnis de woning gelegen te [adres] in Aruba te ontruimen en de sleutels aan eiseres af te geven, onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 1.000,- per dag, dan wel ter keuze van eiseres, eiseres te machtigen om op kosten van gedaagde de ontruiming zelf te bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van politie en justitie, kosten rechtens.

3.2

Eiseres stelt dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft. Gedaagde heeft in overleg met eiseres half december 2016 zijn intrek in de woning genomen, omdat eiseres in de veronderstelling verkeerde dat de overdracht van de woning snel zou volgen. Eiseres heeft geen oneindig of ongeclausuleerd gebruiksrecht gegeven. De schuld aan de bank bedraagt nu Afl. 212.082,22. De beslaglegger is alleen bereid om het beslag op te heffen indien hij Afl. 125.000,00 ontvangt. Mr. De Hoogd en gedaagde wisten dat eiseres de woning verkocht om schuldenvrij te zijn en dat zij de woning alleen kon leveren als zowel de hypothekerhouder als de beslaglegger akkoord zouden zijn. Eiseres heeft gedwaald. Subsidiair geldt dat het schriftelijke aanbod niet binnen redelijke termijn is aanvaard. Stichting Particulier Fonds Santander is een spookpartij. De overeenkomst is nimmer ondertekend. Er is geen koopovereenkomst tot stand gekomen waardoor gedaagde onrechtmatig in de woning verblijft. Het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat eiseres over haar woning wil kunnen beschikken.

3.3

Gedaagde voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiseres in de proceskosten. Stichting Santander Valley Private Foundation heeft de woning op of omstreeks 28 oktober 2016 door tussenkomst van mr. De Hoogd gekocht ten behoeve van gedaagde. De stichting heeft met de ondertekening gewacht op een – mogelijke – andere aan te wijzen meester. De overeenkomst is mondeling tot stand gekomen. De levering heeft op zich laten wachten door beletselen aan de zijde van eiseres. Eiseres is in gebreke met de nakoming van de koopovereenkomst. De gemachtigde van eiseres heeft laten weten dat de beslaglegger bereid was het beslag op te heffen tegen betaling van Afl. 9.000,00, zodat het beslag geen beletsel vormt voor de levering van de woning.

4 DE BEOORDELING

4.1

Eiseres heeft voldoende spoedeisend belang gesteld om ontvangen te worden in haar vordering.

4.2

Het gerecht overweegt als eerste dat gedaagde in kort geding onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er (op of omstreeks 28 oktober 2016) mondeling door tussenkomst van mr. De Hoogd een koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen eiseres en de stichting Santander Valley Private Foundation. Gedaagde heeft onder meer geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat de door eiseres ondertekende overeenkomst, waarin een andere stichtingsnaam als koper staat vermeld, nimmer door de door gedaagde bedoelde stichting is getekend, terwijl bovendien uit de stellingen van beide partijen volgt dat het vanaf het begin al de bedoeling was dat gedaagde de woning zou gaan kopen. Dat de stichting met de ondertekening zou hebben gewacht op een – mogelijke – andere aan te wijzen meester acht het gerecht mede daarom niet aannemelijk geworden.

4.3

Het gerecht leidt uit de stellingen van partijen af dat gedaagde de woning heeft betrokken vooruitlopend op de levering die uiterlijk op 31 december 2016 moest plaatsvinden. Het gerecht legt de gebruiksovereenkomst daarom voorshands oordelend zo uit dat het gebruiksrecht werd verstrekt voor bepaalde tijd en wel tot uiterlijk 31 december 2016. Ten tijde van de verzending van de sommatiebrief van 26 mei 2017 was deze datum ruimschoots verstreken. Van feiten en omstandigheden op grond waarvan aangenomen dient te worden dat eiseres in gebreke is gebleven met de nakoming van een leveringsverplichting en daarom ondanks het verstrijken van bedoelde termijn gehouden is om gedaagde nog langer in haar woning toe te laten, is in kort geding onvoldoende gebleken. Zo heeft gedaagde onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres op grond van een tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst in gebreke is gebleven met de nakoming van haar verplichtingen. Gedaagde heeft overigens ook onvoldoende gemotiveerd weersproken dat hij er van op de hoogte was dat eiseres de woning wilde verkopen om schuldenvrij te zijn en alleen kon leveren indien de hypotheekhouder en beslaglegger akkoord zouden gaan. Eiseres heeft in dit verband voldoende aannemelijk gemaakt dat de in de concept overeenkomst genoemde verkoopprijs niet toereikend is om tot aflossing van de schulden en doorhaling van de hypotheek en het beslag over te kunnen gaan.

4.4

Gelet op het voorgaande is het gerecht voorshands van oordeel dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde thans zonder recht of titel in de woning verblijft. De verzochte ontruiming wordt daarom toegewezen.

4.5

Gedaagde heeft subsidiair verzocht om hem een ruimere ontruimingstermijn te geven om andere woonruimte te zoeken. Gedaagde is echter reeds bij brief van 26 mei 2017 gesommeerd om per 1 juni 2017 de woning te verlaten. Gedaagde heeft dan ook voldoende tijd gehad om andere woonruimte te zoeken. Aan de andere kant heeft eiseres tot 18 juli 2017 gewacht met de indiening van het onderhavige kort geding. Het gerecht zal, de wederzijdse belangen afwegende, bepalen dat gedaagde de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis dient te ontruimen.

4.6

De gevorderde dwangsom zal bij gebrek aan belang worden afgewezen. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat.

4.7

Ook de verzochte machtiging is niet toewijsbaar wegens gebrek aan belang. Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft eiseres dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagde wordt betekend, en dat aan gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen.

4.8

Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van eiser, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 672,25 (450,- + 222,25) aan verschotten en Afl. 1.500,- aan gemachtigdensalaris.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:

5.1

beveelt gedaagde om de woning gelegen te [adres] in Aruba binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze zaken niet aan eiseres toebehoren, en de sleutels aan eiseres af te geven;

5.2

veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, gevallen aan de zijde van eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 672,25 aan verschotten en Afl. 1.500,- aan gemachtigdensalaris;

5.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.