Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:691

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-08-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
AR no. 2043 van 2008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, nieuwe stellingen, onjuiste juridische of feitelijke grondslag einduitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 30 augustus 2017

Behorend bij AR no. 2043 van 2008

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

1 Eiseres 1,

2. Eiseres 2,

3. Eiser 3,

4. Eiseres 4,

5. Eiseres 5,

zijnde deelgenoten in de nalatenschap van wijlen [naam] (oorspronkelijk eiser),

allen wonende te Aruba,

eisers sub 1 t/m 5,

hierna te noemen: “[eisers]”,

gemachtigden: mr. E.J.M. Lotter Homan,

en

6 de vennootschap naar vreemd recht PINOLE HOLDING INC.,

gevestigd te Panama,

eiseres sub 6 na tussenkomst,

hierna te noemen: “Pinole”,

gemachtigden: mrs. E.J.M. Lotter Homan en M.L.J.J.P. Willems,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna te noemen: “[gedaagde]”,

gemachtigde: thans mr. G.W. Rep.

1 DE VERDERE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 10 februari 2016 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Daarna zijn de volgende processtukken gewisseld:

- akte zijdens [gedaagde],

- antwoordakte zijdens [eisers],

- akte uitlating producties zijdens [gedaagde].

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1 [

gedaagde] heeft bij akte na tussenvonnis en daarop voortbordurend bij akte uitlating producties, bijgestaan door een andere gemachtigde, nieuwe stellingen ingenomen en het gerecht verzocht om terug te komen op bepaalde bij voornoemd tussenvonnis van 10 februari 2016 gegeven bindende eindbeslissingen. Zij heeft als reden aangevoerd dat zij slecht vertegenwoordigd is geweest en haar verweer onjuist en onvolledig verwoord is geweest. Dit kan anders mogelijk tot gevolg hebben dat op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag einduitspraak zou worden gedaan. [eisers] hebben bij antwoordakte uitdrukkelijk bezwaar gemaakt tegen de nieuwe stellingen en daaruit voortvloeiende nieuwe producties omdat deze nieuwe stellingen en producties de scope van de akte zoals bepaald bij het tussenvonnis te buiten gaan. Zij hebben het gerecht verzocht deze stellingen en producties buiten beschouwing te laten wegens strijd met een goede procesorde. [eisers] hebben zich daarbij het recht voorbehouden (lees: verzocht) om alsnog in de gelegenheid gesteld te worden om inhoudelijk te reageren gaan op die nieuwe stellingen en producties.

2.2

Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BN8521) geldt het volgende criterium.

De rechter die in een tussenuitspraak een of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist is hieraan, in beginsel, in het verdere verloop van het geding aan gebonden. Deze gebondenheid heeft een - uit een oogpunt van goede procesorde positief te waarderen - op beperking van het debat gerichte functie (HR 4 mei 1984, nr. 12141, LJN AG4805, NJ 1985/3). Zij geldt evenwel niet onverkort. De eisen van een goede procesorde brengen immers tevens mee dat de rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen (HR 25 april 2008, nr. C06/250, LJN BC2800, NJ 2008/553). Een bindende eindbeslissing berust onder meer op een onjuiste feitelijke grondslag indien de rechter, na een dergelijke heroverweging, inziet dat zijn uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn.

De rechter dient - ook - in een dergelijk geval te motiveren waarom het terugkomen van de eerder gegeven bindende eindbeslissing in dit opzicht geboden is (vgl. HR 5 januari 1996, nr. 15881, LJN ZC1946, NJ 1996/597 en HR 16 januari 2004, nr. C02/239, LJN AM2358, NJ 2004/318).

2.3

Alvorens het gerecht zal beoordelen of het zal overgaan tot heroverweging van, en mogelijk als gevolg daarvan zal terugkomen op, een of meerdere eindbeslissingen uit voornoemd tussenvonnis zullen [eisers] in de gelegenheid gesteld worden om bij akte alsnog (uitsluitend) inhoudelijk te reageren op de nieuwe stellingen en producties van [gedaagde]. De zaak zal daarna in beginsel weer voor vonnis komen te staan.

2.4

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 DE BESLISSING

het Gerecht:

3.1

verwijst de zaak naar de rol van 27 september 2017 voor akte zijdens [eisers] (P1), zoals hiervoor bedoeld;

3.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.