Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:681

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-08-2017
Datum publicatie
31-08-2017
Zaaknummer
EJ nr. 789 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wijziging ouderlijk gezag en vervangende toestemming om met de minderjarigen te reizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 29 augustus 2017

Behorend bij EJ nr. 789 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de vader],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Bij verzoekschrift, ingediend ter griffie van dit gerecht op 12 april 2017, heeft de vader primair verzocht om hem met het ouderlijk gezag te belasten over de minderjarige kinderen van partijen en hem toestemming te verlenen om met de minderjarigen te verhuizen naar de Verenigde Staten van Amerika en subsidiair om de beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 15 december 2015 te wijzigen in die zin dat aan de vader toestemming wordt verleend om met de minderjarigen te verhuizen naar de Verenigde Staten van Amerika. Tevens verzoekt de vader toestemming om kosteloos te mogen procederen.

De minderjarige [minderjarige 1] is op 5 juni 2017 door de rechter gehoord.

De zaak is achter gesloten deuren behandeld op 6 juni 2017, alwaar aanwezig waren de vader bijgestaan door mr. G.L. Griffith occuperende voor mr. M.M. Malmberg, de moeder in persoon en mevrouw A. Flanders, namens de Voogdijraad.

De moeder heeft ter zitting verweer gevoerd en heeft verzocht om het verzoek af te wijzen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. DE FEITEN

2.1

Uit het huwelijk tussen partijen is op [geboortedatum] 2004 in Aruba geboren [de minderjarige 1], op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren [de minderjarige 2] en op [geboortedatum] 2009 in Aruba geboren [de minderjarige 3] (hierna: de minderjarigen).

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 13 september 2010 (EJ-1603/10) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, zijn partijen gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de minderjarigen belast en is de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader bepaald.

2.3

Bij beschikking van dit gerecht van 27 januari 2015 (EJ-877/14) is het verzoek van de vader om het gezag over de minderjarigen te wijzigen en het verzoek om vervangende toestemming om met de minderjarigen naar de Verenigde Staten van Amerika te mogen emigreren afgewezen.

2.4

Bij beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 15 december 2015 (EJ 877/14 Ghis 72794 - H 107/15) is de beschikking van 27 januari 2015 bevestigd onder aanvulling dat indien de vader naar de Verenigde Staten van Amerika emigreert de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder wordt bepaald.

3 DE BEOORDELING

Ouderlijk gezag

3.1

Artikel 1:253n lid 1 Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) biedt de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om het gezamenlijk gezag te beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

3.2

De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek om eenhoofdig gezag, aangevoerd dat er sedert de hofuitspraak het nodige is voorgevallen en dat de situatie is gewijzigd. De vader is op 8 juli 2015 gehuwd en heeft samen met zijn echtgenote een zoontje, dat is geboren op 16 april 2016. De minderjarigen hebben goed contact met hun stiefmoeder en halfbroertje. De oudste zoon heeft minimaal contact met de moeder en de twee anderen gaan met tegenzin naar de moeder vanwege de vriend van de moeder. De vriend van de moeder paradeert naakt voor de minderjarigen en de moeder en haar vriend hebben in het bijzijn van de minderjarigen seksueel contact. De vader heeft diverse aangiften hiervan gedaan bij de politie. Ook heeft de vader vanaf 2014 aangifte gedaan van onverantwoordelijk gedrag zijdens de moeder omdat zij de tienjarige zoon alleen had gelaten met een driejarige. De schoolresultaten van de twee jongste minderjarigen zijn achteruit gegaan op het moment dat zij bij de moeder verblijven. De vader acht zijn belang bij voortzetting van zijn leven minstens zo belangrijk als het belang van de minderjarigen bij contact met de moeder.

3.3

De moeder heeft zich tegen het verzoek, ten aanzien van de twee jongste minderjarigen, verzet en heeft daartoe aangevoerd dat zij tot haar ongenoegen weer bij het gerecht is ten aanzien van dezelfde kwestie. De minderjarigen en de moeder hebben een moeilijke periode meegemaakt en de moeder hoopte dat dit voorbij was. Zij wordt door de vader beschuldigd van dingen die absoluut niet waar zijn. De moeder geeft tevens aan dat de vader om de kleinste dingen de politie belt. Zij houdt van haar kinderen en wil het beste voor hen, aldus de moeder. De moeder ontkent dat zij de reden is waarom het met de kinderen slecht op school ging. Er werd op de kinderen ingepraat en op advies van de school heeft de moeder een afspraak gemaakt bij de kinderpsycholoog. De moeder heeft, ook ter zitting, aangegeven dat zij reeds voor de oudste zoon Ethan toestemming heeft gegeven om met de vader naar de Verenigde Staten te emigreren omdat zij dit in het belang van de minderjarige Ethan acht.

3.4

De vraag die thans voorligt is, of na de beschikking van 15 december 2015 de omstandigheden zijn gewijzigd. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van de minderjarigen is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen is er naar het oordeel van het gerecht hier geen sprake van. De vader is reeds voor de datum van de beschikking getrouwd en zijn echtgenote was reeds voor deze datum zwanger. Wat de vader voor het overige aanvoert is door de vader in de diverse eerdere procedures aangevoerd en is reeds door de Voogdijraad onderzocht. Het hof heeft in haar beschikking deze omstandigheden meegewogen, maar zij hebben niet tot het door de vader gewenste oordeel geleid. Ten aanzien van de aangifte van 24 februari 2016 tegen de moeder en haar vriend heeft de vader in zijn stukken aangegeven dat hij bij het Hof een klacht heeft ingediend omdat de vervolging van de moeder en haar vriend door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. Deze aangifte kan niet leiden tot een wijziging van omstandigheden. Gesteld noch gebleken is voorts, dat er tijdens het nemen van de beschikking van 15 december 2015 van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Dit betekent dat de vader niet in zijn primair verzoek kan worden ontvangen en daarin niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

Ten overvloede overweegt het gerecht dat ook de Voogdijraad ter zitting heeft aangegeven dat deze zaak al heel lang bekend is bij de Voogdijraad en er diverse onderzoeken zijn verricht. De Voogdijraad acht het in het belang van de minderjarigen dat er rust komt.

3.5

Ten aanzien van het subsidiaire verzoek overweegt het gerecht als volgt. Ingevolge artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechter worden voorgelegd. Zoals reeds overwogen is door de Voogdijraad onderzoek verricht op grond waarvan het Hof tot het oordeel is gekomen dat het belang van de minderjarigen om in Aruba te blijven en het belang van de moeder, zwaarder wegen dan het belang van de vader om met zijn kinderen naar de Verenigde Staten van Amerika te emigreren. Naar het oordeel van het gerecht moeten er dan ook zwaarwegende argumenten zijn om in afwijking van de uitspraak van het Hof de vader toestemming te verlenen om met de minderjarigen te emigreren. In casu zijn deze zwaarwegende argumenten niet door de vader geleverd. Wat betreft [de minderjarige 1] heeft de moeder reeds toestemming verleend om naar de Verenigde Staten te reizen en daar te verblijven. In zoverre mist verzoeker belang bij zijn verzoek. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

3.6

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen van 20 maart 2017 zal aan de vader toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent de vader toestemming om in deze zaak kosteloos te procederen,

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van het eenhoofdig gezag aan hem,

wijst het verzoek voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 29 augustus 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Inhoudsindicatie: Wijziging ouderlijk gezag en vervangende toestemming om met de minderjarigen te reizen.