Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:633

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-08-2017
Datum publicatie
28-08-2017
Zaaknummer
A.R. nr. 26 van 2017/AUA201700345
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Verzoek m.b.t. aansprakelijkheid voor schade na val afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0690

Uitspraak

Vonnis van 23 augustus 2017

Behorend bij A.R. nr. 26 van 2017/AUA201700345

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat: mr. D.G. Kock,

tegen:

de naamloze vennootschap

DESARROLLOS HOTELCO CORPORATION DHC ARUBA N.V. h.o.d.n. THE RITZ-CARLTON ARUBA,

gevestigd in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: Ritz,

gemachtigde: de advocaat: mr. D.M. Canwood.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 26 april 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 29 mei 2017. [eiseres] is toen ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. Ritz is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door [naam] (hoofd beveiliging bij Ritz). Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Ritz veroordeelt:

-om aan [eiseres] te betalen Afl. 2.368,10, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 29 oktober 2016;

-in de proceskosten.

2.2

Ritz voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Uit het tussenvonnis volgt dat tussen partijen vast staat dat [eiseres] op 29 oktober 2016 bij het betreden van het aan Ritz toebehorende casino ten val is gekomen, door welke val (hierna: de val) de bril van [eiseres] onherstelbaar werd beschadigd. Anders dan Ritz stelt [eiseres] dat Ritz aansprakelijk is voor haar schade als gevolg van de val, omdat die werd veroorzaakt door de aanwezigheid van fijn zand op de aan Ritz toebehorende tegelvloer, welk zand [eiseres] onmogelijk kon zien terwijl Ritz ter plaatse geen melding had gemaakt van die gevaarlijke situatie. Door - zo begrijpt het Gerecht - dat nalaten heeft Ritz onrechtmatig gehandeld jegens Ritz, aldus [eiseres]. Ter zake van die door Ritz gemotiveerd bestreden stellingen wordt het volgende overwogen, waarbij het Gerecht er veronderstellende wijze van uit gaat dat [eiseres] is gevallen als gevolg van de aanwezigheid van fijn zand op voormelde tegelvloer, zoals door haar gesteld.

3.3

De stelling van [eiseres], dat Ritz de aanwezigheid van het fijne zand had moeten melden met bijvoorbeeld een waarschuwingsbord, mist voldoende grondslag. [eiseres] heeft immers zelf verklaard dat zij dat fijne zand onmogelijk kon zien. Gesteld noch is gebleken in dat verband dat Ritz dat fijne zand wel kon zien of had behoren te zien. In dat licht valt niet in te zien dat Ritz [eiseres] had moeten waarschuwen voor de aanwezigheid van een ook voor Ritz niet kenbaar gevaar. Hierbij wordt nog overwogen dat evenmin is gesteld of gebleken dat Ritz om voor haar moverende redenen voorafgaande aan de val van [eiseres] fijn zand had gestrooid of laten strooien op de bewuste tegelvloer.

3.4

Vorenstaande brengt mee dat niet vast komt te staan dat Ritz onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres]. Het Gerecht ziet daarom geen grond voor toewijzing van de door [eiseres] verzochte (door Ritz te betalen) schadevergoeding. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.

3.5 [

eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Ritz, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- aan salaris voor gemachtigde (2 punten van tarief 2 van het liquidatietarief, ad Afl. 250,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-wijst af het door [eiseres] verzochte;

-veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Ritz, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.