Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:624

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-08-2017
Datum publicatie
28-08-2017
Zaaknummer
E.J. no. 3123 van 2016 / AUA201600974
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-arbeid-loonvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 22 augustus 2017

Behorend bij E.J. no. 3123 van 2016 / AUA201600974

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

[X],

wonende in Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R. ‘G. Faarup,

tegen:

de naamloze vennootschap

REVAN N.V.,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Revan,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 23 mei 2017.

1.2

Uit die aantekeningen blijkt dat [X] ter zitting is verschenen samen met zijn gemachtigde. Revan is verschenen bij haar gemachtigde. [X] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift. Revan heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op die reactie van [X].

1.3

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [X] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

a. voor recht verklaart dat het door Revan aan [X] gegeven ontslag onregelmatig is geschied;

b. voor recht verklaart dat [X] recht heeft op uitkering van cessantia;

c. voor recht verklaart dat het door Revan aan [X] gegeven ontslag kennelijk onredelijk is;

d. Revan veroordeelt om aan [X] te betalen (i) Afl. 3.638,70 ter zake van niet in acht genomen opzegtermijn, (ii) Afl. 3.358,80 aan cessantia, (iii) Afl. 7.277,40 aan vergoeding naar billijkheid, (iv) Afl. 1.819,35 aan achterstallig loon en (v) Afl. 10.030,78 aan niet juist betaalde overuren, althans door het Gerecht te bepalen andere bedragen, te vermeerderen met wettelijke rente telkens gerekend vanaf de opeisbaarheid van die bedragen;

e. Revan veroordeelt in de proceskosten.

2.2

Revan voert verweer en concludeert dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat [X] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan hem zal daarom verlof worden verleend tot kosteloos procederen.

3.2

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Revan wordt daarom verworpen.

3.3

Ingevolge artikel 7A:1613a BW is de arbeidsovereenkomst de overeenkomst, waarbij de ene partij, de arbeider, zich verbindt, in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Ingevolge het eerste artikel van de Arbeidsverordening voor zover hier van belang heeft als werkgever te gelden de werkgever als bedoeld in artikel 7A:1613a BW, met uitzondering van degene die in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeidskrachten aan een ander te beschikking stelt als bedoeld in de Landsverordening terbeschikkingstelling arbeidskrachten.

3.4

De vorderingen van [X] zijn in de kern gebaseerd op de stelling dat er tussen hem en Revan een arbeidsovereenkomst bestond in de zin van artikel 7A:1613a BW. Revan heeft echter gesteld dat zij geen werkgever is in de zin van dat artikel, omdat zij ook in haar verhouding tot [X] een uitzendbureau is in de zin van artikel 1 van de Landsverordening terbeschikkingstelling arbeidskrachten. Die stelling heeft [X] niet of onvoldoende bestreden, hetgeen met zich brengt dat zijn hiervoor vermelde stelling voldoende (nadere) onderbouwing mist. Datzelfde geldt voor de stelling van [X] dat Revan hem op 14 april 2016 op staande voet heeft ontslagen. Revan heeft immers niet of onvoldoende bestreden gesteld dat [X] nooit is ontslagen, maar dat er geen inleners zijn waar [X] als uitzendkracht kan worden geplaatst. Bij dit alles komt dat [X] geen levering van getuigenbewijs in de zin van het eerste lid van artikel 145 Rv heeft aangeboden of verzocht.

3.5

Vorenstaande brengt mee dat de vorderingen van [X] onder a., b., c., d. (i) tot en met d. (iii) zullen worden afgewezen. De vordering onder d. (v) zal worden afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat [X] een werknemer is in de zin van de Arbeidsverordening, zodat evenmin komt vast te staan dat de in die verordening neergelegde regeling voor betaling van overwerk van toepassing is op [X] en de beweerdelijke door hem gewerkte overuren.

3.6

Wat betreft vordering onder d. (iv) wordt het volgende overwogen. Die vordering impliceert de stelling dat Revan achterstallig is met betaling van een maandloon ad Afl. 1.819,35 aan [X]. Die vordering en die stelling heeft Revan niet of onvoldoende bestreden, zodat die vast komt te staan. De hier besproken vordering zal daarom worden toegewezen.

3.7

In de uitkomst van deze procedure ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-veroordeelt Revan om aan [X] te betalen Afl. 1.819,35 aan achterstallig loon, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de dag der opeisbaarheid van dat loon tot aan de dag der algehele voldoening;

-verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-verleent aan [X] verlof tot kosteloos procederen;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 augustus 2017.