Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:607

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-08-2017
Datum publicatie
28-08-2017
Zaaknummer
EJ nr. 2129 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-alimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 22 augustus 2017

Behorend bij EJ nr. 2129 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[X] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[Y] ,

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. M.H.J. Kock.

Belanghebbenden:

[A],

[B],

de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 25 april 2017, waarbij een beslissing over het gezag en de omgangsregeling is gegeven en is bepaald dat de behandeling omtrent de kinderalimentatie zal worden voortgezet. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de producties zijdens partijen, overgelegd op 12 mei 2017;

- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling achter gesloten deuren van 16 mei 2017, waaruit blijkt dat de moeder bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen en de vader bij zijn gemachtigde is verschenen.

Hierna is de uitspraak nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Bij beschikking van dit gerecht van 21 juni 2016 (EJ-1973/15) is een eerdere beschikking van dit gerecht van 5 november 2012 (EJ-255/12) gewijzigd in die zin dat de door de vrouw te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarigen op nihil wordt gesteld.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Aan de orde is het - ter zitting gewijzigd - verzoek van de vader om te bepalen dat de moeder bijdraagt in de verzorging en opvoeding van de minderjarigen, met een in goede jusititia door het gerecht te bepalen bedrag.

3.2

Ingevolge artikel 1:401 leden 1 en 4 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

3.3

De laatste alimentatiebeschikking is van 21 juni 2016. De vader voert als wijziging van omstandigheden aan dat de minderjarige [A] thans 16 jaar is en dat zijn behoefte vastgesteld dient te worden op Afl. 650,-. Tevens voert de vader aan dat de moeder een bedrag van Afl. 68.967,- heeft ontvangen in verband met de scheiding en deling van de huwelijksgemeenschap. De moeder erkent dat zij dit bedrag heeft ontvangen maar stelt zich op het standpunt dat van haar niet verwacht kan worden dat zij gaat interen op dit bedrag nu de man de waarde van zijn aandeel in de huwelijksgemeenschap huis ook niet bij zijn inkomen optelt.

3.4

Het gerecht stelt vast dat de alimentatiebeschikking van 21 juni 2016 inmiddels door een wijziging van omstandigheden niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. De behoefte van de minderjarige [A] is inmiddels gestegen. De aard van de alimentatiebeschikking op de voet van art. 1:401 lid 1 brengt mee dat de rechter, wanneer hij heeft vastgesteld dat een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud door een wijziging van omstandigheden heeft opgehouden aan de wettelijke maatstaven te voldoen, geheel vrij is om met inachtneming van alle ten tijde van zijn beslissing bestaande relevante omstandigheden en zonder door de aldus achterhaalde uitspraak in zijn vrijheid te worden beperkt, die uitspraak te wijzigen dan wel in te trekken (vgl. HR d.d. 4 februari 2000; ECLI:NL:HR:2000:AA4724). Het gerecht zal gelet hierop een nieuwe alimentatie vaststellen.

Kosten minderjarigen

3.5

Bij het vaststellen van de behoefte van een kind hanteert het gerecht als richtsnoer voor kinderen van 12 jaar en ouder, een bedrag van Afl. 650,- per maand en voor kinderen van beneden de 12 jaar een bedrag van Afl. 450,- per maand. In dit bedrag zitten begrepen de noodzakelijke schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten geen rekening wordt gehouden. In dit geval heeft de vader niet met stukken onderbouwd dat er sprake is van bijzondere kosten die maken dat dit bedrag moet worden verhoogd, zodat het gerecht de kosten van de minderjarigen zal bepalen op Afl. 650,- per maand voor [A] en Afl. 450,- voor [B].

De draagkracht van de vader

3.6

Uit de door de vader overgelegde loonstroken blijkt dat zijn gemiddeld netto-maand bezoldiging Afl. 5.801,- bedraagt, te vermeerderen met de dertiende maand (Afl. 482,50 per maand), voor een totaal netto-maandinkomen van afgerond Afl. 6.284,-.

Aan vaste lasten houdt het gerecht rekening met een forfaitair bedrag van Afl. 1.400,- per maand voor het eigen levensonderhoud, Afl. 1.968,- per maand aan hypotheek, Afl. 849,- aan een lening bij de Aruba Bank en Afl. 287,- aan een lening bij de Island Finance. De overige opgevoerde lasten worden geacht te worden betaald uit het forfaitaire bedrag zodat het gerecht daarmee geen rekening zal houden. De vader houdt derhalve maandelijks afgerond een bedrag van Afl. 1.780,- over.

De draagkracht van de moeder

3.7

Nu er geen wijzigingen in de inkomsten van de moeder zijn opgetreden sedert de laatste beschikking van juni 2016 zal het gerecht uitgaan van een netto inkomen van Afl. 1805,- per maand.

Aan vaste lasten houdt het gerecht rekening met een forfaitair bedrag van Afl. 1.400,- per maand voor het eigen levensonderhoud, en een bedrag van Afl. 1.100,- aan huur.

Hetgeen de moeder toekomt uit hoofde van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap behoort niet tot haar inkomen – evenmin als het aan de vader toekomede deel tot zijn inkomen behoort – zodat het gerecht daar bij de berekening van de draagkracht geen rekening mee houdt.

De conclusie is dat de moeder geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen

3.8

Het verzoek dient te worden afgewezen.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af,

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 22 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.