Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:6

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
E.J. 831 van 2016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

arbeidsrecht, arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk opgezegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/276
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 januari 2017

Behorend bij E.J. 831 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[naam X]

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: verzoekster,

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, voorheen mr. N.S. Gravenstijn,

tegen:

de naamloze vennootschap

[naam Y]

h.o.d.n. Eagle Beach Ocean View Apartments,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: verweerster,

gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de brief van 17 november 2016 met productie aan de zijde van verweerster;

- de brief van 18 november 2016 met producties en aankondiging eiswijziging aan de zijde van verzoekster;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van beide advocaten;

- de behandeling ter zitting van 22 november 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Verzoekster is op 23 november 1996 in dienst getreden bij de rechtsvoorgangster van gedaagde als schoonmaakster tegen een uurloon van Afl. 5,06.

2.2

Op 12 oktober 2015 is verzoekster op staande voet ontslagen.

2.3

In de ontslagbrief is onder meer vermeld:

On October 9, 2015, it was requested by Management to clean apartment #15 since you are responsible for cleaning services at the Ocean View Apartments Complex. With this however, the management’s request was denied by with reason that you are not responsible to clean apartments’ after long term tenants who have vacated the premises.

This action is unacceptable and needs to be improved. What has been discussed in the past between us is that you were no longer responsible to clean apartments’ for long term tenants. Moreover given were because you needed more personal time. You then designated (choose) the days that you wished to work.

Moreover, your working hours are from 09.00 AM – 5.00 PM meaning that in those working hours you are expected to carry out housekeeping duties as per direction of Management.

You received an order to clean a room so that the new tenants can enter. Instead you were throwing words. Bottom line, you refused this request and we have no choice but to terminate your employment at Eagle Beach Ocean View Apartments.’

2.4

Bij brief van 30 oktober 2015 heeft verzoekster de nietigheid van dit ontslag ingeroepen en aanspraak gemaakt op doorbetaling van het loon.

2.5

Bij brief van 8 april 2016 wisselt verzoekster van spoor en stelt zij dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is. Zij maakt aanspraak op het loon over de opzegtermijn, 21,25 weken cessantia en een billijkheidsvergoeding.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Verzoekster verzoekt bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad -

- verzoekster gratis admissie te verlenen;

- voor recht te verklaren dat dat verweerster de arbeidsovereenkomst met verzoekster onregelmatig en kennelijk onredelijk heeft beëindigd;

en verweerster te veroordelen tot betaling van:

- het loon over 4 maanden opzegtermijn;

- 21.25 weken cessantia;

- een vergoeding ad Afl. 31.088,64;

Een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum ontslag, dan wel 30 oktober 2015 tot aan de dag der voldoening en met veroordeling van verweerster in de kosten van de procedure.

3.2

Verweerster voert gemotiveerd verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Voorop wordt gesteld dat een terecht gegeven ontslag op staande voet nimmer onregelmatig of kennelijk onredelijk kan zijn.

4.2

Het hardnekkig weigeren om te voldoen aan een redelijk bevel en of opdracht, is op grond van het bepaalde in artikel 7A: 1615 lid 2 sub j BWA een dringende reden voor een ontslag op staande voet.

4.3

Vast staat dat tussen partijen was overeengekomen dat verzoekster de appartementen die voor langere tijd verhuurd werden, niet hoefde schoon te maken. Toen verweerster verzoekster op 9 oktober 2015 opdracht gaf om - in afwijking van deze afspraak - een ‘long-term-rental-appartement schoon te maken, reageerde verzoekster niet aanstonds positief. Voorts staat vast dat verzoekster die dag haar werkzaamheden heeft voltooid, evenals op zaterdag 10 oktober 2015. Ook op maandag 12 oktober 2015 heeft verzoekster haar werkzaamheden verricht, totdat zij op kantoor moest komen en haar ontslag op staande voet werd aangezegd.

4.4

Met verzoekster is het gerecht van oordeel dat er geen sprake is van ‘hardnekkig’ weigeren van een redelijke opdracht. Uit de ontslagbrief volgt dat de dringende reden uitsluitend is gebaseerd op de vermeende weigering op 9 oktober 2015. Daar komt bij dat verzoekster ter zitting verklaarde dat zij bereid was dit appartement schoon te maken, mits verweerster bereid te praten over een adequate vergoeding. Gelet op het extreem lage - en met het wettig minimumloon strijdige - uurloon van Afl. 5,06 per uur, acht het gerecht deze voorwaarde van verzoekster geenszins onredelijk. Nu het om een eenmalige en niet onredelijke weigering gaat ontbeert het ontslag een dringende reden. Daar komt bij dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Na het vermeende weigeren heeft verzoekster haar werkzaamheden nog enige tijd voortgezet, zodat het ontslag op staande voet niet aan het onverwijldheidsvereiste voldoet en ook om deze reden niet in stand kan blijven.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat het ontslag onregelmatig is, nu de wettelijke opzegtermijn niet in acht is genomen. Verzoekster heeft aldus recht op loon gedurende de opzegtermijn. Verzoekster stelt dat zij in 1996 in dienst is getreden bij de rechtsvoorganger van verweerster. Verweerster heeft dit weliswaar betwist, doch onvoldoende gemotiveerd. Het lag op de weg van verweerster om de overname overeenkomst in het geding te brengen, teneinde te kunnen beoordelen welke activa en passiva zij heeft overgenomen. Nu verzoekster bovendien onweersproken heeft gesteld dat ook de onderhoudsmonteur ook nog immer in dienst is, gaat het gerecht ervan uit dat de overname een overgang van onderneming betrof. Aldus is verzoekster met al haar rechten en plichten mee overgegaan. Het dienstverband tussen partijen bedraagt aldus langer dan vijftien jaar, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 7A:1615i BWA de opzegtermijn vier maanden bedraagt. Verzoekster vordert slechts een bedrag ad Afl. 2.590,72. Dit berust naar het oordeel van het gerecht evident op een vergissing. Nu verzoekster het gerecht de vrijheid heeft gegeven om een andere beslissing te nemen, zal het gerecht 4 x Afl. 1.142,00 = Afl. 4.568,00 bruto toewijzen.

4.7

Ook de berekende cessantia uitkering berust naar het oordeel van het gerecht op een vergissing. Uitgaande van indiensttreding op 23 november 1996, bedraagt het dienstverband per datum ontslag (waarin verzoekster berust) op 12 oktober 2015 afgerond 19 jaar. Op grond van artikel 3 van de Cessantialandsverordening heeft verzoekster recht op één weekloon per dienstjaar voor het 1e tot en met het 10e jaar. Voor het 11e tot en met 19e dienstjaar heeft zij recht op 1,25 x het weekloon. Uitgaande van een weekloon van (Afl. 1.142,00 x 3 : 13 = Afl. 263,54, bedraagt de cessantia voor de eerste 10 dienstjaren: 10 x Afl. 263,54 = Afl. 2.635,40. Voor de volgende 9 dienstjaren: 9 x Afl. 329,42 = Afl. 2.964,80. Totaal heeft verzoekster recht op een bedrag ad Afl. 5.600,21. Dit bedrag wordt toegewezen.

4.8

Resteert de vraag of het ontslag ook kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. De gevolgen van dit ontslag zijn voor verzoekster onnodig zwaar. Zij heeft gedurende vele jaren voor een extreem laag loon gewerkt en is op haar 63ste levensjaar ontslagen, zonder dat een passende voorziening voor haar is getroffen. De blote stelling van verweerster dat verzoekster weer aan het werk is, wordt als zijnde onvoldoende feitelijke onderbouwd verworpen. De gevorderde vergoeding ad Afl. 37.120,16 acht het gerecht dan ook billijk en geboden. Het beroep op matiging wordt verworpen, nu de rechter zeer terughoudend gebruik mag maken van deze bevoegdheid en er geen feiten of omstandigheden zijn gesteld, die afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigen.

4.9

Tegen de ingangsdatum van de wettelijke rente is geen verweer gevoerd, zodat deze toewijsbaar is zoals gevorderd.

4.10

Verweerster wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

verleent verzoekster gratis admissie;

5.2

verklaart voor recht dat verzoekster de arbeidsovereenkomst tussen partijen onregelmatig en kennelijk onredelijk heeft opgezegd;

5.3

veroordeelt verweerster te betalen aan verzoekster:

- een bedrag ad Afl. 4.568,00, zijnde het loon over de opzegtermijn;

- een bedrag ad Afl. 5.600,21 zijnde de cessantiauitkering;

- een bedrag ad Afl. 37.120,16, zijnde een billijke schadevergoeding,

een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2015 tot de dag der voldoening;

5.4

veroordeelt verweerster in de kosten van de procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op Afl. 50,00 griffierrecht alsmede Afl. 2.500,00 voor salaris gemachtigde;

5.5

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd ondertekend en uitgesproken door mr N.K. Engelbrecht, rechter, ter openbare terechtzitting van dinsdag 10 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.