Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:583

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
LAR nr. 1521 van 2016
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) - Het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht is op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. Volgens vaste jurisprudentie dienen de aan deze wijze van indiening verbonden risico’s evenwel voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt met zich mee dat, mocht ontvangst door de geadresseerde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van verzender ligt de verzending aannemelijk te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017

LAR nr. 1521 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1 [appellant 1],

2. [appellant 2] ,

3. [appellant 3] ,

4. [appellant 4] ,

5. [appellant 5] ,

6. [appellant 6] ,

7. [appellant 7] ,

8. [appellant 8] ,

9. [appellant 9] ,

10. [appellant 10] ,

gevestigd respectievelijk wonend in Aruba,

APPELLANTEN,

procederend in persoon,

gericht tegen:

de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Appellanten hebben op 9 februari 2016 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 30 december 2015 van verweerder inhoudende toewijzing van de aanvraag van Zissu Properties N.V. betreffende een bouwvergunning voor een hotelgebouw gelegen te Malmok, ook bekend als Ocean Z.

Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar hebben appellanten op 27 juni 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht.

De verweerder heeft een verweerschrift ingediend op 16 augustus 2016.

Het beroepschrift is behandeld ter zitting van 6 februari 2017, alwaar zijn verschenen partijen bij hun gemachtigden voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het beroep strekt ertoe de fictieve afwijzende beslissing op de bezwaar van appellanten van 9 februari 2016 te vernietigen en te bepalen dat verweerder een reële beslissing zal nemen op het bezwaarschrift, inhoudende volledige tegemoetkoming aan het verzoek van appellanten, zo nodig onder verbeurte van een dwangsom, kosten rechtens.

2.2

Verweerder heeft aangevoerd dat uit onderzoek bij de diverse diensten en instanties is gebleken dat het onderhavige - alleen via de fax ingediende - bezwaarschrift niet is ontvangen, althans niet is geregistreerd. Gelet hierop kan er geen sprake zijn van het uitblijven van een beslissing op voornoemd bezwaar en zijn appellanten niet-ontvankelijk in hun beroep, aldus verweerder.

Appellanten hebben gesteld dat zij het bezwaarschrift op 9 februari 2016 via de fax hebben verzonden.

2.4

Het gerecht overweegt als volgt.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat appellanten het bezwaarschrift niet via het Bureau Interne Diensten (BID), zijnde de centrale postverwerkingsinstantie van de overheid, bij het betreffende bestuursorgaan hebben ingediend. Appellanten hebben dan ook geen kopie voorzien van een indieningsstempel kunnen overleggen als bewijs van indiening. Het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht is op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. Volgens vaste jurisprudentie dienen de aan deze wijze van indiening verbonden risico’s evenwel voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt met zich mee dat, mocht ontvangst door de geadresseerde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. In het onderhavige geval wordt de ontvangst van het bezwaarschrift via de fax op 9 februari 2016 door verweerder betwist. Faxverzendberichten kunnen, wat betreft bewijskracht, niet gelijk worden gesteld aan een door het BID geplaatste stempel van indiening1.

2.5

Gelet op het bovenstaande kan derhalve niet worden aangenomen dat verweerder het bezwaarschrift heeft ontvangen, en kan dan ook geen sprake zijn van het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift van appellanten. Het beroep zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen grondslag.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 3 juli 2017, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).

1 Zie uitspraak Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 22 december 2004, RvBAz 2004/21