Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:581

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
LAR nrs. 361 en 591 van 2016
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) - In aanmerking genomen dat het beroep tegen het uitblijven van die beslissing tijdig is ingesteld en de (fictieve) afwijzende beschikking op het bezwaar - bij ontbreken van een inhoudelijk verweer - niet is voorzien van een kenbare en deugdelijk motivering, is dit beroep gegrond en dient deze beschikking te worden vernietigd. Aan verweerder zal worden opgedragen om binnen drie maanden na deze uitspraak alsnog een (reële) beslissing te nemen op het bezwaar van appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017

LAR nrs. 361 en 591 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellante],

wondende in Aruba,

APPELLANTE,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

gericht tegen:

de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS).

1 PROCESVERLOOP

Appellante heeft op 29 oktober 2015 bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beschikking van verweerder van 18 september 2015 op haar verzoek om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 23 februari 2016 beroep ingesteld bij het gerecht. Dit beroep is geregistreerd onder LAR nr. 361 van 2016.

Bij beschikking op bezwaar van 5 februari 2016 heeft verweerder het bezwaar van appellante – wegens termijnoverschrijding – niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze beschikking heeft appellante op 17 maart 2016 beroep ingesteld bij het gerecht. Dit beroep is geregistreerd onder LAR nr. 591 van 2016.

De beroepen zijn behandeld ter zitting van 22 augustus 2016, waar partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Gebleken is dat verweerder zijn beschikking van 5 februari 2016, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van appellante, bij beschikking van 3 juni 2016 heeft ingetrokken, nadat was gebleken dat het bezwaarschrift op 29 oktober 2016, en derhalve tijdig, was ingediend. Dit betekent dat appellante geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep, gericht tegen de beschikking van 5 februari 2016. Dit beroep dient deswege dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.2

Gegeven deze beslissing bestaat geen wettelijke grondslag voor een veroordeling van verweerder in de in die zaak gemaakte proceskosten, zoals door appellante is verzocht.

2.3

De intrekking van de beschikking van 5 februari 2016 brengt wel mee dat nog immer geen beslissing is genomen op het door appellante gemaakte bezwaar tegen de primaire beschikking van 18 september 2015. In aanmerking genomen dat het beroep tegen het uitblijven van die beslissing tijdig is ingesteld en de (fictieve) afwijzende beschikking op het bezwaar – bij ontbreken van een inhoudelijk verweer – niet is voorzien van een kenbare en deugdelijk motivering, is dit beroep gegrond en dient deze beschikking te worden vernietigd. Aan verweerder zal worden opgedragen om binnen drie maanden na deze uitspraak alsnog een (reële) beslissing te nemen op het bezwaar van appellante.

2.4

Verweerder zal met betrekking tot dit beroep op de navolgende wijze in de kosten worden veroordeeld.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

Inzake LAR nr. 361 van 2016

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante;

 bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante;

 veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, welke worden begroot op een bedrag van Afl. 1.000,-- aan gemachtigdensalaris;

 gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,-- aan haar wordt terugbetaald.

Inzake LAR nr. 591 van 2016

 verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing werd gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 3 juli 2017, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).