Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:578

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
AUA201700966
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) verzoek in de zin van artikel 54 - Het gerecht neemt hierbij in aanmerking dat naar voorlopig oordeel in elk geval niet aan de in artikel 1, aanhef en onder e en g, van het Landsbesluit inrichting apotheken gestelde vereisten van een badgelegenheid voor het personeel en een slaapvertrek voor de nachtdienst wordt voldaan, zoals namens verzoeker sub 2 in het verzoek tot goedkeuring van de inrichting van de apotheek van 11 november 2016 is vermeld. Dat de apotheek geen nachtdiensten zal verzorgen en inmiddels een bed in een van de ruimtes is geplaatst, zoals door verzoekers is betoogd, geeft geen grond voor een ander oordeel, reeds omdat het Landsbesluit inrichting apotheken niet voorziet in de mogelijkheid van deze vereisten af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017

AUA201700966

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek in de zin van artikel 54 van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1 [appellant 1]

2. de naamloze vennootschap MCA BOTICA EAGLE N.V.,

wonend, onderscheidenlijk gevestigd, in Aruba,

VERZOEKERS,

gemachtigde: de advocaat mr. P.R.C. Brown,

gericht tegen:

de INSPECTEUR VOOR GENEESMIDDELEN,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ)

1 PROCESVERLOOP

Bij e-mailbericht van 7 maart 2017 heeft verzoeker sub 1 verweerder als volgt verzocht:

“We hopen in de komende week onze nieuwe botica Palm Beach Service Pharmacy te openen. Wanneer kan ik deze week met mijn diploma langskomen om mij als gevestigd (eerste) apotheker in te schrijven?”

Tegen het uitblijven van een beslissing daarop hebben verzoekers bij brief van 31 mei 2017 bezwaar gemaakt.

Op 31 mei 2017 hebben verzoekers het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft op 16 juni 2017 nadere stukken ingediend.

Verzoekers hebben op 17 juni 2017 nadere stukken ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juni 2017, waar verzoekers, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, bijgestaan door drs. R.S. Angela, Inspecteur voor Geneesmiddelen, zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.

Ingevolge het tweede lid wordt het uitblijven van een beschikking binnen de bij of krachtens landsverordening gestelde termijn, of, bij gebreke van een zodanige termijn, het uitblijven van een beschikking binnen twaalf weken nadat daartoe door de belanghebbende een verzoek is ingediend, gelijkgesteld met een afwijzende beschikking.

Ingevolge artikel 54, eerste lid, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.

Ingevolge het tweede lid kan, ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Landsverordening op de geneesmiddelenvoorziening mag hij die de hoedanigheid van apotheker bezit, van zijn bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde geen gebruik maken, voordat hij op zijn verzoek door de Inspecteur in het register der apothekers die de artsenijbereidkunde uitoefenen is ingeschreven.

Ingevolge het derde lid geschiedt de inschrijving voor een apotheek gevestigd in een bepaald aangewezen perceel.

Ingevolge artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, is de Inspecteur bevoegd de inschrijving te weigeren indien hem blijkt, dat de apotheek niet aan de eisen, bij of krachtens deze landsverordening aan apotheken gesteld, voldoet.

Ingevolge artikel 27, eerste lid, mag een lokaal aan het publiek alleen dan als apotheek kenbaar worden gemaakt, wanneer het als zodanig in gebruik is bij een apotheker en voldoet aan de voor een apotheek gestelde eisen.

Ingevolge het derde lid worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere voorschriften gegeven betreffende de inrichting van het lokaal of de lokalen, waarin de apotheek wordt gevestigd.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit inrichting apotheken dienen in een apotheek aanwezig te zijn:

a. een ruimte voor het publiek, waar recepten kunnen worden afgegeven en waar geneesmiddelen verkrijgbaar zijn;

b. een receptuurlokaal;

c. een spoel- en schoonmaakruimte;

d. een ruimte met outillage voor adequaat onderzoek van geneesmiddelen;

e. een toilet en badgelegenheid voor het personeel;

f. een slaapvertrek voor de nachtdienst;

g. een vertrek, waar de apotheker, geneeskundigen en patiënten vertrouwelijk te woord kan staan.

Ingevolge het tweede lid kan de Inspecteur toestemming verlenen, dat de onder b, c en d van het eerste lid genoemde lokalen alsook dat de onder f en g van het eerste lid genoemde lokalen met elkander worden verenigd.

Ingevolge het derde lid kan de Inspecteur ten aanzien van apotheken, welke in ziekenhuizen of poliklinieken van ondernemingen zijn ondergebracht, ontheffing verlenen van de onder a tot en met g van het eerste lid gestelde eisen.

2.2

Het verzoek strekt toe het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het verzoek van verzoeker sub 1 om hem als apotheker van de apotheek in The Cove in te schrijven te schorsen en te bepalen dat verzoeker sub 1 als apotheker van de apotheek in The Cove is ingeschreven, dan wel dat verzoekers worden behandeld als ware verzoeker sub 1 aldaar ingeschreven.

2.3

Verweerder heeft ter zitting betoogd dat in voormeld e-mailbericht van 7 maart 2017 geen verzoek om inschrijving van verzoeker sub 1 als apotheker van de apotheek in The Cove is vervat, maar dat een zodanig verzoek eerst op 19 juni 2017 bij hem is ingediend. Onder deze omstandigheden is het uitblijven van een reactie van verweerder op dat e-mailbericht geen met een afwijzende beschikking gelijkgesteld uitblijven van een beschikking, zodat het door verzoekers bij brief van 31 mei 2017 gemaakte bezwaar niet‑ontvankelijk dient te worden verklaard, aldus verweerder.

2.4

Daargelaten of in het e-mailbericht van 7 maart 2017 een verzoek om inschrijving van verzoeker sub 1 als apotheker is vervat, ziet het gerecht aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Daartoe overweegt het als volgt.
Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat een verzoek om inschrijving van verzoeker sub 1 als apotheker van de apotheek in The Cove niet voor inwilliging in aanmerking kan komen, onder meer omdat de desbetreffende apotheek niet voldoet aan de in het Landsbesluit inrichting apotheken daarvoor gestelde vereisten. Weliswaar hebben verzoekers ter zitting betwist dat niet aan deze vereisten wordt voldaan, maar in het hetgeen zij naar voren hebben gebracht, is geen grond te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat een afwijzing van een verzoek tot inschrijving uiteindelijk niet in stand zal blijven, hetgeen voor het treffen van een verstrekkende voorziening, zoals verzocht, evenwel aangewezen is. Het gerecht neemt hierbij in aanmerking dat naar voorlopig oordeel in elk geval niet aan de in artikel 1, aanhef en onder e en g, van het Landsbesluit inrichting apotheken gestelde vereisten van een badgelegenheid voor het personeel en een slaapvertrek voor de nachtdienst wordt voldaan, zoals namens verzoeker sub 2 in het verzoek tot goedkeuring van de inrichting van de apotheek van 11 november 2016 is vermeld. Dat de apotheek geen nachtdiensten zal verzorgen en inmiddels een bed in een van de ruimtes is geplaatst, zoals door verzoekers is betoogd, geeft geen grond voor een ander oordeel, reeds omdat het Landsbesluit inrichting apotheken niet voorziet in de mogelijkheid van deze vereisten af te wijken.

2.5

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2017, in aanwezigheid van de griffier.