Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:552

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
E.J. 3033 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

bewijsopdracht gelast om te bewijzen dat er geen sprake was van een (betaalde) dienstbetrekking, waardoor er geen pensioentoezegging is gedaan – omkeren van bewijslast naar redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3630
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 4 juli 2017

Behorend bij E.J. 3033 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[X],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. E.H.J. Martis,

tegen:

de naamloze vennootschap

CELLTAR N.V,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Celltar,

gemachtigde: de advocaat mr. Ch. Lejuez.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [X];

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van Celltar;

- de behandeling ter zitting van 28 maart 2017 en de voortgezette behandeling op 24 mei 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

[X] en de directeur van Celltar zijn voormalig echtelieden.

2.2 [

[X] was in ieder geval tot 19 mei 2012 statutair directeur van Celltar. Tot in ieder geval eind 2005 is hij in dienst van Celltar gebleven.

2.3

Celltar heeft aan [X] een pensioenbrief afgegeven gedateerd 5 januari 2004. Aan [X] wordt in de pensioenbrief aanspraak verleend op een levenslang pensioen ingaande 1 september 2012.

2.4 [

[X] heeft aanspraak gemaakt op uitkering van zijn pensioen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

[X] verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad –veroordeling van Celltar tot betaling van het overeengekomen loon van Afl. 15.000, bruto vanaf 1 december 2011 tot en met 19 mei 2012 en tot betaling van de pensioenuitkering vanaf 1 september 2012, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, met veroordeling van Celltar tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

[X] grondt het verzoek erop dat hij tot 19 mei 2012 in dienst van Celltar was maar hem zijn salaris vanaf 1 december 2011 niet meer is betaald. Verder voldoet [X] aan de voorwaarden waaronder hem een pensioenuitkering is toegezegd.

3.3

Celltar voert hiertegen verweer, met verzoek tot veroordeling van [X] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen zijn het erover eens dat [X] in dienst van Celltar is geweest. Volgens Celltar was [X] vanaf 2006 onbezoldigd statutair directeur en zijn er vanaf die tijd ook geen salarisstroken meer voor [X] gemaakt. De door [X] overgelegde salarisstroken van oktober en november 2011 zijn (kennelijk) opgemaakt ten behoeve van de bank, aldus Celltar onder 9 van het verweerschrift. Op verzamelloonstaten van Celltar komt [X] vanaf 2006 ook niet meer voor.

Als [X] geld nodig had, aldus het verweerschrift onder 8, nam hij dat uit de kas of van de bankrekening van Celltar. Daarom is er een rekening-courantverhouding met [X] ter hoogte van Afl. 167.730, en van [X] samen met zijn ex-echtgenote van Afl. 297.421,.
Met betrekking de pensioenbrief betoogt Celltar dat deze louter is opgesteld voor fiscale doeleinden. Celltar hoefde dan minder belasting te betalen, aldus Celltar onder 11 van het verweerschrift.

4.2

Met voorgaand verweer geeft Celltar - geparafraseerd – te kennen dat zij haar administratie aanpast naar de noden van dat moment. Het gerecht hecht daarom weinig waarde aan de schriftelijke onderbouwing van de betwisting door Celltar. Het gerecht acht bovendien onwaarschijnlijk dat een onbezoldigd statutair directeur naar eigen believen geld uit de onderneming kan onttrekken en dat alleen tot gevolg heeft dat zijn rekening-courant (al dan niet gecombineerd met die van zijn ex-echtgenote) jarenlang gedebiteerd wordt voor dat bedrag zonder dat hieraan een fiscale reden in de sfeer van inkomsten- en/of winstbelasting ten grondslag liggen.

4.3

Dat brengt het gerecht ertoe om, op voet van artikel 129 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de bewijslast met betrekking tot het bestaan van een betaalde dienstbetrekking vanaf 2006 tot 19 mei 2011 en het bestaan van een aanspraak op pensioen vanaf 1 september 2012 op grond van de redelijkheid en billijkheid om te keren in die zin dat Celltar zal moeten bewijzen dat met [X] geen (betaalde) dienstbetrekking met Celltar heeft gehad over het door hem gestelde tijdvak en hem geen pensioentoezegging is gedaan. Celltar heeft getuigenbewijs aangeboden. Tot dat bewijs zal zij worden toegelaten.

4.4

Partijen moeten er op voorbereid zijn dat het gerecht op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. [X] moet in daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Celltar is een rechtspersoon en moet dus dan vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en ofwel rechtens ofwel op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen en eventueel een vaststellingsovereenkomst te sluiten. Het gerecht wijst er in dat verband op dat hij op grond van art. 177 lid 3 Rv uit de afgelegde verklaringen, uit het niet-verschijnen, uit een weigering om te antwoorden, dan wel uit een weigering om boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen over te leggen zodat dat een gewichtige reden die weigering rechtvaardigt, de gevolgtrekking maken, die hij geraden acht.

4.5

Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige al gemiddeld 45 minuten duurt als er niet getolkt hoeft te worden. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen, in afwijking van het bepaalde in artikel 10 juncto 9 Procesreglement, tenminste één week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van het gerecht te worden opgegeven.

4.6

Het gerecht wijst partijen er op dat de getuige in beginsel in de Nederlandse taal wordt gehoord en zij zelf voor een tolk moeten zorg dragen die de taal van de te horen getuige en de Nederlandse taal voldoende machtig is. De partij die zelf een tolk meeneemt moet er rekening mee houden dat de rechter in beginsel een tolk die niet beroepshalve tolkt niet accepteert.

4.7

In geval de partij die de getuige wenst te horen kosteloos procedeert wordt door het gerecht voor de aanwezigheid van een tolk zorg gedragen. In dat geval dient de desbetreffende partij evenwel veertien dagen voor de voor het verhoor bepaalde dag schriftelijk, per fax of emailbericht aan de griffier te berichten dat de aanwezigheid van een tolk nodig is en welke taal de tolk, naast het Nederlands, machtig moet zijn.

4.8

Het gerecht wijst erop dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen in strijd kan komen met de goede procesorde. Het horen van meer dan vijf getuigen (de partijgetuige daaronder begrepen) acht het gerecht in beginsel in strijd met de goede procesorde. In voorkomend geval zal het gerecht kunnen oordelen dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen gevolg heeft voor de proceskostenveroordeling, waaronder mede begrepen de hoogte van het bedrag waarop die kosten gebruikelijk worden begroot ingevolge het liquidatietarief zoals bekend gemaakt door het Gemeenschappelijk Hof.

4.9

Het gerecht zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

laat Celltar toe door middel van getuigen te bewijzen dat met [X] geen (betaalde) dienstbetrekking met Celltar heeft en hem geen pensioentoezegging is gedaan,

bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van vrijdag, 15 september 2017 van 14:00 tot 17:00 in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat nr. 51 te Oranjestad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 4 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.