Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:549

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-06-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
VOG nr. 121 van 2017
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag ter verkrijging van een baan bij de olieraffinaderij in Curaçao en/of Israël.

Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de veroordelingen van klager voor diverse delicten, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, gelet op de recidive van de delicten en het betrekkelijk korte tijdsverloop sinds klager voor het laatst met justitie in aanraking is gekomen, verweerder zich bij de afwijzing in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bezwaren jegens de persoon van klager niet voldoende zijn weggenomen. De klacht is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 26 juni 2017

Behorende bij VOG nr. 121 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag van:

[klager],

wonend in Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

gericht tegen:

de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER.

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 5 januari 2017 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van klager om een verklaring ingevolge de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Landsverordening).

Tegen deze beschikking heeft klaagster op 6 januari 2017 een klaagschrift ingediend bij het gerecht.

De behandeling van het klaagschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer op 6 februari 2017, alwaar verweerder in persoon is verschenen. Klager is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE BEOORDELING

De ontvankelijkheid

2.1

Bij beslissing van 5 januari 2017 heeft de aangewezen ambtenaar het verzoek van klager tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (hierna: vog), afgewezen. Het klaagschrift is ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn en is dan ook ontvankelijk.

Inhoudelijk

2.2

Ingevolge artikel vijf, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, beloopt de termijn acht jaren, indien bij de veroordeling is opgelegd gevangenisstraf.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, wordt de in artikel 5 bedoelde termijn verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven.

Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op:

a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden;

b. gegevens ontleend aan de registers van de politie;

c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld.

2.3

Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag ter verkrijging van een baan bij de olieraffinaderij in Curaçao en/of Israël.

2.4

Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klager. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager bij onherroepelijk geworden vonnis van het gerecht van 27 februari 2009 veroordeeld is tot een gevangenisstraf van zeven maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk voor diefstal door twee of meer verenigde personen, van 20 april 2011 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negentig dagen, waarvan tachtig dagen voorwaardelijk voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, opzettelijke en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en mishandeling, van 11 mei 2015 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van driehonderdzestig dagen voor opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen, van 8 oktober 2015 is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren voor diefstal.

De aard en ernst van deze strafbare feiten vormen volgens verweerder, gelet op het doel, waarvoor afgifte van een verklaring omtrent het gedrag is verzocht, zodanige bezwaren dat deze moest worden geweigerd.

2.5

Klager betoogt - zo begrijpt het gerecht - dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen zijn persoon, gelet op het doel, waarvoor de afgifte is verzocht, te weten een baan bij een olieraffinaderij in Curaçao en/of Israël. Daartoe voert hij aan dat hij nu op het rechte pad is, dat hij sinds 2013 geen misdrijf meer heeft gepleegd, dat hij sinds 2014 geen vaste dienstbetrekking heeft vanwege de afwijzing, dat hij de vader is van zes kinderen waarvan vier minderjarige kinderen en dat hij bij zijn ouders inwoont.

2.6

Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de veroordelingen van klager voor diverse delicten, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, gelet op de recidive van de delicten en het betrekkelijk korte tijdsverloop sinds klager voor het laatst met justitie in aanraking is gekomen, verweerder zich bij de afwijzing in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bezwaren jegens de persoon van klager niet voldoende zijn weggenomen.

Onder deze omstandigheden was verweerder ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Lv VOG gehouden te weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt.

2.7

Gelet op het vorenoverwogene zal de klacht ongegrond worden verklaard.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

Deze beslissing werd gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, op maandag 26 juni 2017.

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).