Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:506

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
290 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van diefstal met geweld. Gevangenisstraf van 3 jaar. Vordering benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.A.R. Heinze.

De officier van justitie, mr. W.V. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd conform de door hem overgelegde pleitnota.

De benadeelde partij, dhr. [slachtoffer], heeft ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 16 mei 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen een portemonnee inhoudende ongeveer Afl. 277,=, althans een hoeveelheid geld, en/of een (of meer) document(en), in elk geval enig(e) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- in de auto van die [slachtoffer] stapte en een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

tegen de nek van die [slachtoffer] plaatste en/of (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: “Nami tur bo plaka of mi ta matabo”, althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- tijdens de worsteling de portemonnee uit de broekzak heeft weggenomen en/of

(vervolgens)

- die [slachtoffer] met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) tegen het gezicht heeft geslagen;

(artikel 2:291 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 16 mei 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen een portemonnee inhoudende ongeveer Afl. 277,=, althans een hoeveelheid geld, en/of een (of meer) document(en), in elk geval enig(e) goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- in de auto van die [slachtoffer] stapte en een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

tegen de nek van die [slachtoffer] plaatste en/of (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: “Nami tur bo plaka of mi ta matabo”, althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- tijdens de worsteling de portemonnee uit de broekzak heeft weggenomen en/of

(vervolgens)

- die [slachtoffer] met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) tegen het gezicht heeft geslagen;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van relaas van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, nr. A-[nummer] met mutatienummer [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 januari 2017 ondertekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse, bij voormeld korps.

Bijlage 1

1. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant], agent bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als aangifte [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 16 mei 2016 tussen de tijdstippen 21:05 uur en 22:00 uur was ik naar de [naam bar] te [naam district] gereden om te drinken en om animeermeisjes te zoeken. In de [naam bar] werd ik door twee vrouwen benaderd. Eén van hen heeft een bruine huidskleur en de andere een blanke huidskleur. We hadden tussen ons drieën een afspraak gemaakt om naar het appartementencomplex gelegen ter hoogte van het [plaats] te [naam district] te gaan om daar een appartement te huren om te seksen. Doordat ik niet wist waar dit appartementencomplex gelegen is, zei ik tegen de vrouwen dat één van hen met mij moest meerijden om mij het appartementencomplex te wijzen. Zij gingen hiermee akkoord en de blanke vrouw stapte samen met mij in de auto en de andere vrouw reed in een andere auto ons achterna. Toen we voor de voormalige [naam supermarkt] Supermarket te [naam district] waren aangekomen, zei de blanke vrouw die mij vergezelde om linksaf te slaan. Daarna moest ik op haar verzoek naast de begraafplaats gelegen te Zeewijk parkeren. Toen ik mijn auto daar geparkeerd had zei ik tegen de blanke vrouw dat ik het niet leuk vond om daar te parkeren. Daarna vroeg ik ook aan haar waarom haar vriendin haar auto ver van mijn auto had geparkeerd. Ik zei tegen de blanke vrouw om tegen haar vriendin te zeggen om dichterbij naast mijn auto te komen parkeren. De blanke vrouw stapte uit de auto en zij liep naar de auto waarin de bruine vrouw zat. Ongeveer twee minuten later stapte een voor mij onbekende man mijn auto binnen en zonder enige reden of aanleiding daartoe plaatste hij een groot mes tegen mijn nek. Hij zei in een bedreigende toon tegen mij in het Papiamento: “Nami tur bo placa of mi ta matabo”. Onmiddellijk hierna hield ik het mes aan het handvat vast en ik begon met de man te worstelen. Door de worsteling vielen wij beiden vanuit mijn auto. Tijdens de worsteling had de gewapende overvaller mijn portemonnee vanuit mijn rechterbroekzak gehaald en weggenomen. In mijn portemonnee had ik het bedrag van tweehonderdzevenenzeventig Arubaanse Florins en voor mij zeer belangrijke documenten. Hierna stond de gewapende overvaller van de grond op en hij had mij met één van zijn tot vuist gebalde handen een harde vuistslag op mijn gezicht toegediend waardoor hij mijn bril vernielde.

Bijlage 3

2. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Op 16 mei 2016 omstreeks 21:00 uur stond ik achter de toonbank van de [naam bar]. Ik zag dat het meisje dat ik als [medeverdachte 2] ken de [naam bar] binnenliep. Zij begon met een Chinees te spreken. Ik zag dat [medeverdachte 2] en de Chinees bij de toonbank gingen zitten. Een paar minuten later kwam de man die ik ken als [medeverdachte 1] de [naam bar] binnen. Hij is de vriend van [medeverdachte 2].

Bijlage 9

3. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] voornoemd en [verbalisant 2], brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als eerste verhoor verdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Mijn roepnaam is [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] is mijn vriendin. Meestal vertoeven [medeverdachte 2] en ik in de omgeving van de binnenstad van [naam district]. Wij bezoeken [naam bar] ook af en toe. Ik heb een goede relatie met [getuige], de barbediende van [naam bar].

Bijlage 10

4. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadiers eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als eerste verhoor verdachte [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

In de maand mei 2016 was ik op een avond met mijn auto richting de binnenstad van [naam district] gereden. Ik heb mijn vriendin [medeverdachte 3] in de [naam bar] ontmoet. Een onbekende man, die lijkt op een Chinees, zei tegen ons: “Mi kier hasi un 3 some cu boso, boso ta dushi” en “Mi ta duna boso cada un 100 florin”. Ik moet opmerken dat ik in geldnood verkeer. Mijn financiële situatie thuis is niet zo goed. Hierdoor heb ik zijn aanbod aangenomen. [medeverdachte 3] ging ook akkoord met zijn aanbod. Toen de man ons het geld had aangeboden om met hem te gaan seksen, voordat wij met hem vertrokken, had [medeverdachte 3] een whatsapp bericht naar [medeverdachte 1] opgestuurd om hem in kennis te stellen dat wij met de man zouden gaan. Dus het was als het ware een soort plan dat beraamd werd op dat moment om ons te volgen om de man te gaan beroven.

Bijlage 22

5. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, en [verbalisant 2], brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als tweede verhoor verdachte [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

Op die specifieke avond bood de Chinese man mijn vriendin [medeverdachte 3] en mij inderdaad aan om met hem te gaan seksen. Ik liep richting mijn auto en zag dat [medeverdachte 1] naast mijn auto stond. Ik had hem op dat moment gezegd waar [medeverdachte 3] en ik mee bezig waren. Ik had hem verteld dat een Chinese man ons tweehonderd Arubaanse Florins had aangeboden om samen met hem te geen seksen. Ik trad op als bestuurder van de auto. [medeverdachte 1] had tegen mij gezegd dat hij en zijn vriend [verdachte] met mij mee zullen rijden. Op een gegeven moment zag ik dat de Chinese man zijn auto tot stilstand had gebracht ter hoogte van de begraafplaats van [plaats]. Ik had mijn auto ook op die weg tot stilstand gebracht. Ik zag dat [medeverdachte 1] en [verdachte] vanuit mijn auto waren gestapt en dat beiden in de richting van de auto van de Chinese man renden. Ik zag dat [verdachte] bij het uitstappen van mijn een auto een groot keukenmes in zijn bezit had. Ik zag hierna dat [medeverdachte 3] rennend naar mijn auto was gekomen. Zij stapte in mijn auto. [verdachte] en [medeverdachte 1] waren naar mijn auto teruggekeerd. Wij waren toen met ons vieren wederom naar de binnenstad van [naam district] gereden.

Bijlage 20

6. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 december 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd, voor zover inhoudende, als eerste verhoor verdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:

Ze noemen mij [medeverdachte 3]. [medeverdachte 2] is een kennis van mij. Haar vriend heet [medeverdachte 1]. Op 16 mei 2016 was ik naar de binnenstad van [naam district] gegaan en ik had daar mijn vrienden ontmoet. Met mijn vrienden bedoel ik [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte]. Op een gegeven moment was ik de [naam bar] binnengestapt en ik had [medeverdachte 2] daarbinnen ontmoet. Ik zag dat [medeverdachte 2] daarbinnen met een Chinese man aan het praten was. De Chinese man zei tegen mij en [medeverdachte 2]: “Si boso dos kier mi ta duna boso 100 florin anto mi ta chinga boso dos. Boso ta Arubiana puta barata”. Ik stapte samen met de Chinese man in zijn auto. Ik had geen enkele intentie om met de Chinees te gaan seksen. Ik zag dat [medeverdachte 2] als bestuurster in haar auto was gestapt en haar auto had gestart. De Chinees begon in westelijke richting weg te rijden en [medeverdachte 2] reed ons achterna in haar auto. Op een gegeven moment was [medeverdachte 2] ons voorbij gereden en zij had haar auto ter hoogte van een begrafenisplaats geparkeerd. De Chinees parkeerde zijn auto ietsje verderop voor de auto van [medeverdachte 2]. Op een gegeven moment zag ik dat [medeverdachte 1] de Chinees met kracht vanuit zijn auto had gerukt. Ik zag dat [medeverdachte 1] met de Chinees begon te worstelen en hem met zijn tot vuist gebalde handen begon te mishandelen. Ik zag dat [verdachte] in gezelschap van [medeverdachte 1] was en dat zij samen de man aan het mishandelen waren. Nadat [medeverdachte 1] en [verdachte] de Chinees hadden mishandeld en hij op de grond bleef liggen waren zij de auto van [medeverdachte 2] binnengestapt. Hierna waren wij weer naar de binnenstad van San Nicolaas gereden om verder te gaan trippen. De achternaam van [verdachte] is [achternaam].

Bijlage 33

7. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 december 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd, voor zover inhoudende, als eerste verhoor verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Mijn roepnaam is [verdachte]. Iedereen noemt mij [verdachte]. Een van mijn echte vrienden heet [medeverdachte 1]. Hij heeft een intieme relatie met [medeverdachte 2]. Ik ken [medeverdachte 3]. Zij heet [medeverdachte 3].

Bijlage 39

8. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 januari 2017 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als tweede verklaring aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 17 mei 2016 had ik aangifte gedaan van een gewapende overval die op mij werd gepleegd ter hoogte van de begraafplaats te [plaats]. Op de vraag of ik meerdere overvallers heb gezien kan ik u geen antwoord geven, want toen ik buiten mijn auto lag had de gewapende overvaller mijn bril gebroken en het was ook donker. Ik was niet zeker of het alleen één mannelijke overvaller of meerdere overvallers waren want op dat moment werd ik mishandeld en met een mes bedreigd zodat mijn portemonee weggenomen kon worden. Op de plaats waar ik op aanwijzing van de blanke vrouw mijn auto had geparkeerd was het zeer donker.

Bewijsoverwegingen

De verdachte heeft elke betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit ontkend. Volgens de verdediging is er onvoldoende bewijs tegen de verdachte en dient vrijspraak te volgen.

Het gerecht verwerpt het verweer van de verdediging. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte bij de beroving samen met medeverdachte [medeverdachte 1] geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat de verdachte het slachtoffer samen met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft mishandeld, terwijl medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de verdachte met een groot mes in zijn handen uit haar auto was gestapt en dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte 1] in de richting van de auto van het slachtoffer rende. Het gerecht acht deze verklaringen voldoende betrouwbaar, nu niet valt in te zien waarom deze twee dames een belastende verklaring tegen de verdachte zouden afleggen indien hij, zoals hij zelf heeft verklaard, niets met de beroving te maken heeft gehad. Bovendien heeft het slachtoffer in zijn tweede verklaring verklaard dat hij niet zeker was of het alleen één mannelijke overvaller was of dat het meerdere overvallers waren, omdat zijn bril werd afgeslagen en het op de plek van de beroving zeer donker was. Het gerecht acht het om die reden verklaarbaar dat het slachtoffer in zijn aangifte slechts over één overvaller heeft gesproken.

Het gerecht is voorts van oordeel dat de verdachte zo nauw en bewust met de andere medeverdachten heeft samengewerkt dat, zoals is bewezenverklaard, sprake is van medeplegen. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de bijdrage aan het delict van de verdachte, te weten het meerijden, het op de plaats delict samen met medeverdachte [medeverdachte 1] uit de auto stappen, het gezamenlijk plegen van geweld en het gezamenlijk met de buit weer vertrekken, van voldoende gewicht is.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. 2:289 van het Wetboek van Strafrecht

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben een man van zijn portemonnee met inhoud beroofd, waarbij geweld is gebruikt en is gedreigd met een mes. De verdachte heeft daarbij zelf geweld toegepast. De beroving moet voor het slachtoffer een angstige en schokkende ervaring zijn geweest. Hij kan nog langdurig de gevolgen hiervan ondervinden. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend. Verder veroorzaken feiten zoals deze niet alleen gevoelens van angst bij de directe slachtoffers ervan, maar versterken zij ook gevoelens van onveiligheid in de Arubaanse samenleving. Als schadelijk voor het imago voor Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij reeds eerder voor soortgelijke geweldsdelicten strafrechtelijk is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Benadeelde partij

Het slachtoffer heeft zich als benadeelde partij in het strafgeding gevoegd en een bedrag van Afl. 2.578,- aan schadevergoeding gevorderd. Dit bedrag is opgebouwd als volgt:

- Afl. 235,- voor vervanging van kaartjes van AZV, PriceSmart, alsmede een cedula en rijbewijs,

- Afl. 1996,- voor de aanschaf van een nieuwe bril,

- Afl. 70,- voor de aanschaf van een nieuwe portemonnee,

- Afl. 277,- zijnde het weggenomen geldbedrag.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. De hoogte van die schade is, gelet op de ter terechtzitting getoonde bescheiden, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 2578,-, vermeerderd met de kosten die tot op heden worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is toewijsbaar. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een mededader is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu verdachte jegens voornoemde benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht en verdachte voor dat feit zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van een bedrag groot Afl. 2578,- ten behoeve van de benadeelde partij, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijfendertig (35) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een mededader aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62 en 1:78 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer] -hoofdelijk in die zin dat als (één van) mededader(s) heeft/hebben betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 2578,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd achtenzeventig florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan het Land Aruba ten behoeve van de benadeelde partij van een bedrag van Afl. 2578,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd achtenzeventig florin), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van vijfendertig (35) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een mededader aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.