Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:491

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
E.J. 355 van 2017
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

arbeidsrecht, ontslag nietig, geen dringende reden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3371
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 20 juni 2017

Behorend bij E.J. 355 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[naam verzoekster],

te Aruba,

hierna ook te noemen: E*,

gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup,

tegen:

de naamloze vennootschap

TALK OF THE TOWN MANAGEMENT N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: TOTT,

gemachtigde: de advocaat mr. I.R. Wever.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van TOTT;

- de behandeling ter zitting van 24 mei 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

E* is op 16 januari 2007 in dienst getreden van TOTT als kok.

2.2

Zij is op 11 januari 2016 op staande voet ontslagen.

2.3

De schriftelijke kennisgeving van die datum van het ontslag luidt:

Ms. E*, your continued unacceptable conduct adversely impacts the operations of our hotel. On Monday January 11, 2016, [naam X] sent a letter to me explaining your rude behavior toward him and his son, enough reason for him and his family not to consider our hotel in future trips. We did not only lose a guest, this is proving that we cannot trust you, your behavior and lack of service.
The guest explained in his letter that the first incident occurred when he stopped in the kitchen and asked for assistance from you to cook Oatmeal for his son who was sick. You did refused to help him and also demanded to leave the kitchen in a rough and rude way. The second time occurred when his son was at the restaurant toasting bread, and the kid added cheese to the toast, you yelled at the boy and rudely told the kid, in front of everyone who was having breakfast at that time, that he could not do that. Not only is it outrageous that you mistreat a guest, but a kid that was roughly 11 years old. This is unacceptable and goes against any hotel and service norm, and we will not accept such behavior.
This is the fifth written incident against hotel's regulations and policies. You were given a final warning on October 23th, 2015, and you were told that any other serious incident would be considered cause for dismissal. Attached find the letter that [naam X] sent to the hotel, were he complained about your behavior.

As a result of these several violations of company procedures and your poor job performance, you have convincingly demonstrated to the company that you cannot be trusted as an employee. That you are not suited to work with or for guests; therefore the company has decided to terminate your employment with immediate effect.

2.4

E* heeft op 18 januari 2016 de nietigheid van het ontslag ingeroepen.

2.5

Op 29 maart 2017 heeft TOTT (voorwaardelijk) verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dit verzoek is gelijktijdig behandeld met het onderhavige verzoek.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

E* verzoekt toestemming om kosteloos te procederen, nietigverklaring van het ontslag en – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van TOTT tot betaling van loon, met verhoging vanaf 11 januari 2016, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van TOTT tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

E* grondt het verzoek erop dat TOTT geen valide reden had de arbeidsovereenkomst zonder toestemming van de Directeur Arbeid en Onderzoek op te zeggen.

3.3

TOTT voert hiertegen verweer, met verzoek– uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van E* in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Voorop staat dat het ontslag praktisch geheel is gebaseerd op twee incidenten. Dat E* daarvoor 3, 4 of 5 (partijen verschillen daarover van mening) waarschuwingen heeft gehad en of die terecht waren, is naar oordeel van het gerecht niet in doorslaggevende mate relevant. Die waarschuwingen hadden betrekking op de uitoefening van de functie waarin E* volgens TOTT te kort zou hebben geschoten, zoals het niet dragen van een haarnet en dichte schoenen, het bereiden van geklutste eieren met melkproducten, het serveren van onvoldoende vers fruit en het niet ervoor zorgen dat het buffet goed gevuld is. Dat zijn klachten, wat er verder ook van zij, die van een heel andere orde zijn dan de incidenten waarop TOTT het ontslag is gebaseerd.

4.2

Volgens TOTT is E* ontslagen omdat zij geweigerd heeft een gast te helpen met het opwarmen van een kom muesli (oatmeal) en die gast “rough and rude” de keuken heeft uitgewezen. Waaruit het gedrag van E* precies heeft bestaan kon TOTT echter ook ter zitting niet uitleggen. Het gerecht, en ook E*, kan zich daarover dan ook geen oordeel vormen. De omstandigheid dat de gast het gedrag van E* kennelijk als (hoogst) onbeleefd heeft ervaren is niet doorslaggevend, ook niet in het licht van het feit dat de gast heeft aangegeven dat hij in de toekomst niet meer in het door TOTT geëxploiteerde hotel wil logeren. Dat het gasten verboden is de keuken te betreden en dat TOTT geen voedsel bereidt dat gasten zelf meebrengen is door TOTT niet weersproken. Dat E* deze dienstverlening heeft geweigerd en de gast heeft gezegd dat hij de keuken moest verlaten is dus niet onjuist.

4.3

Het tweede incident heeft betrekking op het zoontje van de gast. Hij wilde een boterham met kaas toasten. E* zou toen, in bijzijn van andere gasten, tegen het zoontje hebben geschreeuwd en hem op schofferende wijze hebben gezegd dat hij dat niet mocht doen. Dat het niet toegestaan is brood met kaas en al in de broodtoaster te stoppen is niet weersproken. E* was dus gerechtigd om in te grijpen. Ook hier is niet voldoende duidelijk wat E* dan precies tegen het zoontje van de gast heeft gezegd en op welke wijze. Als E* op enig moment haar stem heeft verheven is dat niet voldoende grond voor een ontslag op staande voet zolang niet duidelijk is waaruit die stemverheffing heeft bestaan en hoe lang dat heeft geduurd. Dat E* zich genoodzaakt zag om in te grijpen toen zij merkte dat het zoontje van de gast brood met kaas ging toasten en zich in het vuur van het moment mogelijk wat minder ingetogen heeft geuit is niet onbegrijpelijk.

4.4

Het ontslag, waaraan geen valide dringende reden ten grondslag ligt en is verleend zonder toestemming van de Directeur van de Directie Arbeid, is daarmee nietig.

4.5

Het gevolg daarvan is dat TOTT gehouden is het overeengekomen loon door te betalen nu E* zich vanaf 18 januari 2016 beschikbaar heeft gehouden om de overeengekomen arbeid te verricht.

4.6

Ter zitting is gebleken dat E* sinds vijf maanden een tijdelijke baan heeft bij een ander hotel. Zij hoopt dat het een vaste aanstelling kan worden. Het gerecht ziet daarin, en in de omstandigheid dat het een tijd heeft geduurd voordat de onderhavige zaak werd aangespannen waardoor de loonvordering is opgelopen terwijl ondertussen TOTT haar organisatie heeft aangepast aan de afwezigheid van E*, aanleiding om het loon over de afgelopen periode te matigen tot 75%. Daarnaast zal, overeenkomstig hetgeen het Gemeenschappelijk Hof gewoonlijk doet, de wettelijke verhoging overeenkomstig het bepaalde in artikel 7A:1614q laatste zin BW worden beperkt tot 15%.

4.7

Als de in het ongelijk te stellen partij zal TOTT de proceskosten van E* moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verleent E* toestemming om kosteloos te procederen;

verklaart het aan E* op 11 januari 2016 verleende ontslag nietig;

veroordeelt TOTT tot betaling aan E* van 75% het overeengekomen salaris vanaf datum ontslag tot vandaag;

veroordeelt TOTT tot vergoeding van de wettelijke rente over het niet (tijdig) betaalde salaris, steeds op het moment waarop dat opeisbaar werd, en over het nog opeisbaar te worden salaris vanaf het moment dat dit opeisbaar wordt, steeds totdat het verschuldigde is betaald;

veroordeelt TOTT tot betaling van 15% wettelijke verhoging over 75% van het overeengekomen salaris vanaf datum van ontslag tot vandaag;

veroordeelt TOTT tot betaling van het overeengekomen salaris vanaf vandaag tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd;

veroordeelt TOTT in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van E* worden begroot op p.m. aan griffierecht, p.m. aan explootkosten en Afl. 2.500, aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders vergevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 20 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.