Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:482

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
EJ nr. 1445 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-kinderalimentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 20 juni 2017

behorend bij EJ nr. 1445 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen:

[X] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

in persoon,

tegen

[Y] ,

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 4 april 2017, waarbij is bepaald dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder het gezag over de minderjarige [Z] zal uitoefenen, waarbij een omgangsregeling tussen partijen en de minderjarige is vastgesteld en waarbij bepaald is dat de behandeling omtrent kinderalimentatie op de zitting van vandaag zal worden voortgezet. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- producties zijdens de vader;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 9 mei 2017, waaruit blijkt dat de vader in persoon en de moeder bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd zijn verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE BEOORDELING

2.1

Ter beoordeling ligt voor het verzoek van de vader om een bedrag per maand vast te stellen dat hij aan kinderalimentatie zal moeten voldoen. De vader heeft aangegeven een verantwoordelijke vader te zijn en te willen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.

De moeder heeft verzocht om de behoefte van de minderjarige vast te stellen op Afl. 855,-- per maand. Daarnaast heeft de moeder verzocht om de vader te veroordelen, om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, een bedrag van Afl. 375,-- per maand te betalen.

2.2

Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.

2.3

Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.

2.4

De kosten van verzorging en opvoeding

2.4.1

Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,-- per maand bedraagt. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten aan kleding en die van recreatie, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de kosten niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de minderjarige die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,--, zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang.

Bijzondere kosten

2.4.2

Het gerecht zal rekening houden met de posten “Trai Merdia” ad Afl. 73,25, “Eten Trai Merdia” ad Afl. 125,--, “Arubus Card” ad Afl. 50,-- en “Scout” ad 16,60 per maand, nu de vader deze kosten niet heeft betwist. Gelet op het vorenstaande kunnen de kosten van de minderjarige worden vastgesteld op Afl. 714,85 per maand, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.

2.5

De draagkracht van de moeder

2.5.1

De moeder is ambtenaar. Het is het gerecht ambtshalve bekend dat ambtenaren jaarlijks een voorjaarspremie van Afl. 1.500,--, een najaarspremie van Afl. 1.500,-- en een reparatie-premie van Afl. 850,-- ontvangen.

Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 4.925,42 per maand.

2.5.2

Bij de vaststelling van de draagkracht van de moeder gaat het gerecht er vanuit dat zij, exclusief de kosten van de hypotheek, een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen bestaan te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de (onbetwiste) posten “hypotheek” ad Afl. 1490,-- “lening Volkskredietbank” ad Afl. 350,--, “huur” ad Afl. 750,--, “lening Crown” ad Afl. 395,27 en “auto lening RBC Royal Bank” ad Afl. 499,--. De post “persoonlijke lening moeder” ad Afl. 1000,-- zal - gelet op de prioriteit die moet worden toegekend aan de onderhoudsverplichting van de moeder - buiten beschouwing worden gelaten.

2.5.3

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 4.884.27.

2.5.4

Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 4.925,42 - Afl. 4.884.27= 41,15 + 150 (kindertoelage) =) Afl. 191,15, waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen.

2.6

De draagkracht van de vader

2.6.1

Blijkens de door de vader overgelegde salarisslips bedraagt zijn loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 3.747,96 per maand.

2.6.2

Bij de vaststelling van de draagkracht van de vader gaat het gerecht er vanuit dat hij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in zijn eigen bestaan te voorzien. In dit bedrag zitten begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoonaansluiting en van autogebruik, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de posten “auto lening Centraal Lease” ad Afl. 732,43, nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. De post “autoverzekering” ad Afl. 37,00 zal buiten beschouwing worden gelaten, nu de vader deze post niet met stukken heeft onderbouwd.

2.6.3

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.132,43.

2.6.4

Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 3.747,96 - Afl. 2.132,43 =) ca. Afl. 1.615,53, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen.

2.7

Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 375,-- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op heden.

2.8

Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de bijdrage van [X] in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z], geboren op [datum] 2009 in Aruba, op Afl. 375,-- per maand, met ingang van heden,

compenseert de kosten, aldus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van 20 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.