Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:480

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
VOG nr. 741 van 2017
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Lv. VOG) - In aanmerking genomen de recente veroordeling van klaagster voor het medeplegen van erfvredebreuk van 6 juli 2015, alsmede de aard en ernst van dat strafbare feit en in het bijzonder de omstandigheden waaronder klaagster dit strafbare feit heeft begaan, te weten in de hoedanigheid van politieambtenaar, heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klaagster, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 19 juni 2017

VOG nr. 741 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van:

[klager],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,

gericht tegen de beschikking van 21 maart 2017 van:

de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER.

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 21 maart 2017 heeft verweerder het verzoek van klaagster om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen.

Op 4 april 2017 heeft klaagster daartegen een klaagschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld in raadkamer op 22 mei 2017, waar klaagster, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel vijf, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven.

Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op:

a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden;

b. gegevens ontleend aan de registers van de politie;

c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld.

2.2

Klaagster heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag om als security supervisor bij Holiday Inn werkzaam te kunnen zijn.

2.3

Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klaagster. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klaagster bij onherroepelijk geworden vonnis van het hof van 6 juli 2015, voor zover thans van belang, is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voor het tezamen en in vereniging met anderen wederrechtelijk binnendringen in een bij een woning behorend erf bij een ander in gebruik, erfvredebreuk. De aard en ernst van dit strafbare feit vormen volgens verweerder, gelet op het doel, waarvoor afgifte van een verklaring omtrent het gedrag is verzocht, zodanige bezwaren dat deze moest worden geweigerd.

2.4

Klaagster betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen haar persoon, gelet op het doel, waarvoor de afgifte is verzocht, te weten een baan als security supervisor. Daartoe voert zij aan dat dat klaagsters gedragingen niet van dien aard zijn geweest dat zij niet in aanmerking kan komen voor een verklaring omtrent het gedrag, in het bijzonder gelet op het doel waarvoor deze vereist is. Voorts voert klaagster aan dat de bestreden beschikking een deugdelijke motivering ontbeert en de toets der evenredigheid niet kan doorstaan.

2.5

Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de recente veroordeling van klaagster voor het medeplegen van erfvredebreuk van 6 juli 2015, alsmede de aard en ernst van dat strafbare feit en in het bijzonder de omstandigheden waaronder klaagster dit strafbare feit heeft begaan, te weten in de hoedanigheid van politieambtenaar, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klaagster, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Daarbij wordt voorts in aanmerking genomen dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat, gezien de door klaagster overgelegde omschrijving van de functie van security supervisor, deze functie, evenals die van politieambtenaar, een dienende is, waarbij zowel burgers als collega’s volledig op de integriteit en betrouwbaarheid van betrokkene moeten kunnen vertrouwen, en betrokkene de zorg en de verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van anderen.

Onder deze omstandigheden was verweerder ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Lv VOG gehouden te weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt reeds om deze reden. Hetgeen klaagster voor het overige aanvoert, behoeft dan ook geen bespreking.

2.6

Gelet op het vorenoverwogene zal de klacht ongegrond worden verklaard.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing werd gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, op 19 juni 2017.

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).