Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:460

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-06-2017
Datum publicatie
21-06-2017
Zaaknummer
A.R. 2352 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Vordering tot oproeping in vrijwaring afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 14 juni 2017

Behorend bij A.R. 2352 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot vrijwaring in de zaak van:

de naamloze vennootschap

TROPISCHE BOTTELMAATSCHAPPIJ VAN ARUBA. N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: TBA,

gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,

tegen:

[Gedaagde],

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup,

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 22 september 2016;

- de conclusie van antwoord tevens inhoudende de incidentele conclusie van [Gedaagde], ingediend op 8 maart 2017;

- de mededeling zijdens TBA op de rolzitting van 5 april 2017 dat zij, wat betreft de conclusie van antwoord in het incident, zich refereert.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

TBA heeft aan [Gedaagde] een factuur doen toekomen tot een bedrag van Afl. 11.585,79.

3 HET VERZOEK

3.1 [

Gedaagde] meent gronden te hebben om van [A] en [B] vrijwaring te vorderen en verzoekt op voet van artikel 71 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oproeping van deze personen te bevelen.

3.2 [

Gedaagde] grondt het verzoek erop dat niet zij alleen maar dat zij samen met [A] en [B], als zijnde bestuurders van de Stichting ARUBA MADNESS FOUNDATION, aangesproken dient te worden.

4 DE BEOORDELING

4.1.

Voor toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring is voldoende dat blijkt dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen.

4.2.

Dat is in de onderhavige zaak niet gesteld. Het incidentele verzoek is erop gebaseerd dat – kort gezegd – [Gedaagde] samen met [A] en [B] de stichting hebben opgericht en dat [Gedaagde] slechts als contactpersoon heeft opgetreden namens de stichting. Onvoldoende is gesteld dat [A] en [B] naast [Gedaagde] ook aansprakelijk zijn en waarom. Tevens is conform artikel 31 van het Procesreglement in de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring geen eis geformuleerd.

4.3

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Gedaagde] worden veroordeeld de proceskosten in het incident van TBA te vergoeden.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht, recht doende in het incident:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van dit incident, die tot de datum van uitspraak aan de kant van TBA worden begroot op Afl. 1000, aan salaris van de gemachtigde;

in de hoofdzaak, alvorens nader te beslissen:

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 23 augustus 2017 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.